Veel prullaria en een brief van Napoleon

In het huis van Boudewijn Büch stond een enkele stoel, en vast ook wel een bed, maar verder was het volgestouwd met curiosa, prullaria en kostbare schatten.

Eens in de twee weken ging de Amsterdamse antiquaar Ton Kok een stukje eten met hem. Altijd hetzelfde restaurant, altijd hetzelfde tafeltje. 'Want hij vond het vreselijk om in het openbaar te worden aangesproken', zegt Kok. 'Vooral als ze weer begonnen over zijn handschoentjes.'

Altijd ook diende Koks winkel als fietsenstalling en wanneer bij terugkeer de rolluiken weer omhoog gingen, lag er ook altijd wel een boek in de etalage dat beslist niet mocht ontbreken in zijn verzameling.

De zaterdag overleden Boudewijn Büch is vooral uitgeluid als schrijver en programmamaker, maar zal misschien nog meer in de herinnering voortleven als hartstochtelijk verzamelaar. Pas de laatste jaren trad hij als zodanig naar buiten. Bij Barend en Van Dorp trok hij elke week zijn handschoentjes aan om een bijzonder stuk aan de tv-kijker te tonen.

Slechts weinigen hebben de verzameling ooit in haar volle omvang bewonderd. Jelle Reumer, directeur van het Rotterdamse Natuurmuseum, smaakte dat genoegen één keer. 'Zo'n typisch Amsterdams grachtenpand. Van die hoge, diepe kamers, vijf verdiepingen hoog en tot de nok toe volgestouwd. Hier en daar stond een stoel en er zal ongetwijfeld ergens een bed hebben gestaan, maar dat was het dan ook wel met de luxe.'

Vorig jaar stelde het Natuurmuseum een aantal van Büchs natuurhistorische objecten ten toon. Reumer had hem ooit het botje van de dodo in bruikleen gevraagd, waarop Büch antwoordde dat hij geen genoegen kon nemen met slechts het botje van de dodo. Zo kwam Een heel huis vol tot stand.

Op zich, zegt Reumer, is het botje van de dodo niet zo interessant. 'Waarschijnlijk heeft museum Naturalis er een schoenendoos van vol.' Maar de waarde van Büchs dodo-verzameling zit 'm vooral in de publicaties over de uitgestorven vogel. 'En van alles de eerste druk.'

Het moet bij Boudewijn Büch thuis een rariteitenkabinet zijn geweest. Van de ene verzameling kwam de andere. Van de pinguïn kwam de dodo. Van Goethe kwam Friedrich. 'Als een steen die in het water is gegooid, de ene rimpeling volgde de andere', aldus Erica Meijerink, vriendin en manager van Büch. Kok: 'Je kon het zo gek niet bedenken of Boudewijn verzamelde het.'

Aan een beschrijving is hij nooit toegekomen en gevraagd naar de waarde van de verzameling komen Kok en Reumer dan ook niet verder dan 'ettelijke miljoenen'. Volgens Reumer zit er een hoop prullaria tussen en zal het zoeken worden naar de pronkstukken: naar de brief van Napoleon, naar het overlijdensbericht van Goethe en naar de Stones-elpee met daarop een handtekening van Mick Jagger. Kok: 'Was-ie geweldig trots op.'

Boudewijn Büch heeft zich zelf nooit druk gemaakt over de waarde die zijn verzameling vertegenwoordigde. Meijerink: 'De waarde was voor hem iets van de waan van de dag.' In het begeleidend boekje bij Een heel huis vol schreef Büch: 'Ik heb slechts verzameld omdat ik tijdens mijn leven door mooie dingen omringd wilde zijn.'

Wat er na zijn dood met die mooie dingen gebeurt, is de grote vraag. Meijerink zal zich er pas mee bezighouden als de uitvaart is geregeld. Maar volgens Kok is hij er nooit toe gekomen om zijn nalatenschap te regelen en volgens Reumer kon dat hem feitelijk ook niets schelen. 'Wat hem betreft belandde de hele handel op de veiling.'

Boudewijn Büch formuleerde dat zelf ooit als: 'Een verzamelaar kan alleen bestaan bij de gratie van dode verzamelaars.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.