'Veel kamelen waren verslaafd aan nicotine'

Tien jaar na zijn wereldsucces Captain Corelli's Mandolin kwam Louis de Bernis met een nieuwe roman: Birds Without Wings, zojuist in vertaling verschenen als Vogels zonder vleugels....

igenlijk woon ik dichter bij Nederland dan bij 'ELonden', zegt Louis de Bernis, terwijl hij uit het raam kijkt naar 'waarschijnlijk de enige heuvel van heel Norfolk'. 'De rest van deze streek', vervolgt hij, 'is net zo vlak als Nederland en heeft grotendeels ook dezelfde agrarische en sociale geschiedenis. Veel land hier is drooggelegd, en er was altijd de dreiging van de zee. Als je naar de huizen kijkt zul je heel wat klokgevels aantreffen.'

Enkele jaren geleden ontvluchtte Bernis de steeds onverdraaglijker wordende drukte van Londen. 'Ik kon niet langer tegen het lawaai en de stank.' Dankzij vrienden stuitte hij op een leegstaande pastorie in een dorpje in Norfolk: met metro, trein en taxi al snel drie uur reizen van centraal Londen. Vanaf het nabijgelegen Norwich is het een halfuur vliegen naar Amsterdam.

Het heeft Bernis vijf jaar gekost om de dorpspastorie een beetje bewoonbaar te maken, en het werk is nog altijd niet af, zegt hij. 'Hier in de Britse pers ging ondertussen het verhaal dat ik zou worstelen met een writers' block. Onzin, ik heb in de tussentijd een kinderboek, een toneelstuk en een groot aantal korte verhalen geschreven. Bovendien vergde het nieuwe boek waaraan ik werkte veel onderzoek. Maar ik geef toe: er speelde nog iets anders. Na het succes van Kapitein Corelli's mandoline wist ik dat de messen van de critici geslepen waren. In Australioemen ze dat het tall poppy syndrome. Als mensen een lange klaproos zien willen ze hem afknippen.'

Daarom maakte Bernis geen haast met zijn nieuwe boek en bleef hij tien jaar lang vooral de auteur van Kapitein Corelli. Hij verdiepte zich in muziek en leerde allerlei instrumenten bespelen. Zijn huis is dan ook tot de nok gevuld met muziekinstrumenten, waaronder diverse dwarsfluiten, gitaren, een piano en, jawel, een mandoline.

Kapitein Corelli's mandoline is een boek dat dankzij word of mouth een wereldsucces werd (er werden wereldwijd 2,5 miljoen exemplaren verkocht). Op het moment dat de roman een liefdesgeschiedenis over een Italiaanse officier en een Griekse dorpsschone tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog verscheen, stond Bernis weliswaar te boek als een aankomend talent, maar niets wees erop dat er een megaseller zat aan te komen.

Het idee voor de roman ontstond toen Bernis, op uitdrukkelijk verzoek van zijn toenmalige vriendin, de zomervakantie nu eens niet in Frankrijk doorbracht, maar in Griekenland. Op het eiland Kefallinia stuitte hij op zoveel interessante verhalen, dat hij besloot er een roman over te schrijven.

Bernis is het soort schrijver dat zich graag door oude geschiedenissen en buitenlandse reizen laat inspireren. Dat was al het geval bij de trilogie waarmee hij debuteerde. Bernis: 'Ik stam uit een familie met een sterke militaire traditie. Van elke generatie ging er wel iemand in het leger. Mijn middelbareschoolbeurs werd door Defensie betaald, en toe ik achttien was ging ik als vanzelfsprekend naar de militaire academie van Sandhurst. Maar al na vier maanden waren de opleiding en ik het er met elkaar over eens dat we geen gelukkige combinatie vormden. Het werd een afscheid in goed overleg, maar ik begreep wel dat ik mijn ouders voorlopig beter niet onder ogen kon komen. Daarom nam ik een baan aan als privraar bij een Brits-Colombiaans gezin in Colombia.'

Hij bleef een jaar in Colombia en maakte kennis met de Zuid-Amerikaanse cultuur en literatuur. Zijn belangstelling hiervoor nam hij mee terug naar Engeland, waar hij filosofie en letteren studeerde in Manchester en Londen en vervolgens leraar werd. Terwijl hij overdag Engels doceerde ('ik was een beroerde leraar') begroef hij zich 's avonds in het Latijns-Amerikaanse magisch realisme ('maar vijfmaal Honderd jaar eenzaamheid is echt te veel').

Toen hij op een dag zijn been brak bij een motorongeluk en gedwongen was thuis te gaan zitten, begon hij eindelijk aan zijn eerste roman, wat hij zich al jaren eerder had voorgenomen. Het werd De oorlog van don Emmanuels edele delen. Het boek werd bekroond met de Commonwealth Writers Prize, en twee romans later was Bernis succesvol genoeg om zijn baan als leraar eraan te geven. 'Eigenlijk moest het een vijfluik worden. Boek vier zou over een Zuid-Amerikaanse dictator gaan, maar tegen de tijd dat ik het zou gaan schrijven waren er in dat gebied vrijwel geen dictators meer. Bovendien zijn er over dat onderwerp genoeg boeken geschreven door Zuid-Amerikaanse auteurs. Ik besloot het magisch-realisme te laten varen en een volstrekt ander soort boek te schrijven. Dat werd dus Kapitein Corelli.'

Ook Vogels zonder vleugels vindt zijn oorsprong in een buitenlandse reis. Bernis was op vakantie in Turkije. Daar belandde hij op een dag in een spookdorp, in het boek Eskibahce geheten. Het dorp was verlaten na de burgeroorlog en de etnische zuiveringen die er, in de nasleep van de val van het Ottomaanse Rijk, hadden plaatsgevonden. Wederom wist de schrijver dat hij op een goudader aan verhalen was gestuit.

Zowel Kapitein Corelli als Vogels zonder vleugels blinkt uit in levendigheid en in de details waarmee het alledaagse bestaan wordt beschreven. In het laatste boek gaat het over het leven in Zuidwest-Anatoliussen ongeveer 1900 en 1923. Aan het begin van de 20ste eeuw kende het gebied een multietnische gemeenschap waarin islamieten en orthodox-christenen, Turken, Grieken en Armeni vredig naast elkaar leefden.

In de woorden van Iskander de pottenbakker, een van de personages uit het boek, waarin de 'echte' hoofdpersoon het dorp Eskibahce zelf is: 'Het leven was vrolijker toen de christenen nog onder ons woonden, niet in de laatste plaats omdat vrijwel elke dag van hun leven het feest van een of andere heilige was. (. . .) Zonder hen ontbeert het leven hier variatie, en we vergeten dat we naar anderen moeten kijken om onszelf te zien. Ook zijn er lieden die denken: sinds zij hun icoon van Maria de moeder van Jezus hebben meegenomen, hebben wij minder geluk gehad dan voorheen.'

Bernis put veel bevrediging uit het onderzoek dat hij voor zijn romans doet en betreurt het al schrijvend zeer dat hij maar zo'n klein deel ervan kan gebruiken. 'Ik heb voor Vogels zonder vleugels eigenlijk veel te veel research gedaan, maar dat geeft me in elk geval het geruststellende gevoel dat mijn feiten kloppen.'

Al lezend ontdekte hij buitengewoon aardige anekdotes. In de roman komt bijvoorbeeld een kameel voor die pas bereid is de leider van de karavaan, Veled de Dikke, te volgen als deze hem eerst een sigaret heeft aangeboden. Bernis: 'Veel kamelen waren in die tijd verslaafd aan nicotine. De man die voorop reed, rookte immers altijd en de kamelen rookten mee, of ze wilden of niet. Dat verhaal komt uit een reisboek van honderd jaar geleden. Dat soort anekdotes geeft je heel bruikbare ideeen voor verhaallijnen.

'Momenteel werk ik aan een boek dat vrijwel helemaal geen research vergt, en ik moet eerlijk zeggen dat ik het moeilijker vind om daarvoor verhaalideete verzinnen. Het wordt een boek dat in de jaren zeventig speelt en dat ik al sinds mijn 26ste probeer te schrijven. Het is gepireerd op een vrouw die in hetzelfde huis woonde als ik en die beweerde dat ze een voormalige prostituee was. Inmiddels ben ik aan de vijfde versie toe en is het personage eindelijk geheel losgezongen van de oorspronkelijke inspiratiebron. Sindsdien gaat het schrijven veel soepeler. Nee, ik ben bepaald geen schrijver die het zich kan permitteren dicht bij zijn eigen werkelijkheid te blijven.'

Omdat Vogels zonder vleugels de periode beschrijft die direct voorafgaat aan die uit Kapitein Corelli's mandoline, is het boek wel een prequel genoemd. Bernis spreekt liever van een companion. 'De boeken hebben maar personage gemeen, namelijk Drosoula (de legendarisch lelijke moeder van Palagia's eerste geliefde Yannis, de visser en latere communist uit Kapitein Corelli, hb). Dat was puur toeval. In Kapitein Corelli was Drosoula een Griekse die vroeger in Turkije had gewoond. Toen ik in dat Turkse spookdorpje rondliep, dacht ik: maar natuurlijk, dis het dorp waar Drosoula vandaan kwam, het dorp dat ze moest verlaten tijdens de etnische zuiveringen hier.'

Bernis mag naar eigen zeggen dan een slechte leraar zijn geweest, zijn boeken hebben onmiskenbaar iets didactisch. Niet alleen verschaffen ze de lezer een hoop kennis over de regio waarin ze zich afspelen, ze bevatten ook een morele boodschap. De schrijver is zich hiervan bewust. 'Toen ik Vogels zonder vleugels schreef, waren er in voormalig Joegoslavils gevolg van uit de hand gelopen nationalisme volop etnische zuiveringen gaande. Ook Joegoslavias ooit een land waar diverse nationaliteiten in harmonie naast elkaar leefden. Mijn desillusie over die gebeurtenissen speelde tijdens het schrijven op de achtergrond mee. Ik probeer niet de schoolmeester uit te hangen, maar mijn afkeer van nationalisme is onmiskenbaar terug te vinden in mijn boeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden