'Veel is in de jungle gebleven'

Ingrid Betancourt was ruim zes jaar gevangene van de FARC in het Colombiaanse oerwoud. Een gruwel. Mede om betekenis te geven aan al haar verloren jaren schreef ze een boek.

Haar medegegijzelden waren Ingrid Betancourt voorgegaan. Zij hadden hun ontberingen tijdens hun jarenlange ontvoering door de Colombiaanse guerrillabeweging FARC al in boekvorm uitgegeven. Toch werd sinds de spectaculaire bevrijdingsactie door het Colombiaanse leger in juli 2008 reikhalzend uitgekeken naar wat de Frans-Colombiaanse ex-politica te vertellen had over de ruim zes jaar die ze doorbracht in een 'tropische concentratiekamp'. En nu ligt daar Zelfs aan de stilte komt een einde, een persoonlijk verslag van de 48-jarige Betancourt.


Waarom heeft u een boek geschreven over de pijnlijkste jaren van uw leven? Waarom niet wat in de jungle is gebeurd, in de jungle gelaten?


'Veel zaken zijn ook in de jungle gebleven. Die moeten ook in het oerwoud blijven. Maar ik zag het als mijn plicht te vertellen wat ik in de Colombiaanse jungle heb gezien, wat de terreurbeweging FARC er allemaal uitvreet. Daarnaast had ik het boek ook nodig om een betekenis te geven aan al mijn verloren jaren. Ik heb nooit met mijn kinderen of mijn moeder kunnen praten over wat mij is overkomen. Op papier, in langdurige eenzaamheid, is het mij wel gelukt mijn verhaal te vertellen.'


Had u familie begrip voor u maandenlange opsluiting om te schrijven?


'Ja, mijn moeder heeft mij ook vaak bezocht. Gelukkig maar, want ik heb echt periodes van depressie gekend. Dat ik geen letter op papier kreeg. Omdat het te benauwend was om terug te keren naar de jungle. Maar soms schreef ik uren achtereen en was ik aan het eind van de dag letterlijk leeg van al het zweten en huilen.'


Meer dan schrijven, klinkt het bijna als het herleven van uw tragische episode in de jungle


'Het was ongelooflijk. Alles kwam terug. De geluiden, de temperatuur, het licht, de blikken, de emoties, wat ik op zekere momenten heb gedacht. Die zaken hebben zo'n impact gemaakt, dat ze kennelijk in mij gebrand zijn. Ik kon zelfs letterlijk gesprekken navertellen die we in de jungle hebben gevoerd. Het schrijven is een emotionele reis in het verleden geweest die mij erg heeft aangegrepen.'


Wat vooral verbaast: u besloot uw boek in het Frans te schrijven, terwijl de meeste belevenissen en gesprekken in de jungle in de Spaanse taal hebben plaatsgevonden.


'Het is geen bewust besluit geweest. Het kwam er zo uit. Ik had bedacht dat ik wilde beginnen met een verhaal over een van mijn ontsnappingspogingen. En toen ik erover ging schrijven, bleek ik dat in het Frans te hebben gedaan. Daarna ben ik niet meer op het Spaans overgestapt. Het Frans bleek een emotionele vluchtplaats voor mijn angsten en mijn pijn. Het was een manier om enige afstand te kunnen nemen.'


Wat heeft u het meest pijn gedaan tijdens uw gevangenschap in de jungle: de vernederingen en straffen door de FARC, de negatieve reacties van uw medegevangenen of de kritiek op u vanuit de buitenwereld?


'Wat het meeste indruk op mij heeft gemaakt is mijn innerlijke reis. Ik heb kanten van mezelf leren kennen, die mij oprecht hebben verbaasd. Ik ben verbaasd over de intensiteit van mijn gedachten en gevoelens. Alsof ik een boog was die altijd gespannen was. Altijd op het punt af te gaan. Daarnaast was er al het andere: de fysieke problemen, de wreedheid van de FARC-bewakers, de ruzies met mijn medegevangenen. En dan was er de buitenwereld, die zo dichtbij leek door de boodschappen van onze families op de radio en toch zo onbereikbaar bleef. Het waren verschrikkelijke jaren, maar die innerlijke reis is mij toch het meest bijgebleven.


Zijn alle wonden geheeld?


Nee. De fysieke wonden zijn weg. Maar bepaalde emoties, bepaalde gevoelens onder controle houden, kosten mij meer moeite. Soms betrap ik mij op kwetsbaarheid, op tranen over zaken die plots naar de oppervlakte komen. Maar elke dag gaat het beter. Ik heb ook een prachtige basis om op terug te vallen, mijn twee kinderen en mijn moeder.'


Vanaf het moment dat u werd bevrijd, lijkt het alsof iedereen het op u heeft gemunt. Uw echtgenoot is van u gescheiden, ruim driekwart van de Colombianen kotst u uit.


'Dat klopt. maar ik denk ook dat je het nodige moet relativeren. Toen ik vastzat in de jungle, hebben ze ook verschrikkelijke dingen over mij gezegd. Dat ik een relatie met een FARC-commandant zou hebben, dat ik een zoon had gebaard, dat ik een guerrillastrijdster was geworden. Terwijl in werkelijkheid de FARC mij met een ketting om de nek aan een boom had vastgeketend en ik het mikpunt was van de ergste vernederingen.


'Er worden veel leugens over mij verteld. Heel kwetsend. Ik vermoed dat sommige mensen bang voor mij zijn. Het is echt de enige reden die ik bedenken kan.'


Veel van uw voormalige medegegijzelden hebben anders ook onprettige dingen over u geroepen. De drie Amerikaanse contractors noemden u 'egoïstisch' en 'arrogant' Uw oud-medewerkster en ex-vriendin Clara Rojas zegt zelfs 'medelijden' met u te hebben en voor u te bidden.


'Ook zij hebben uit angst gehandeld. Ze hebben hun boeken gepubliceerd in de wetenschap dat ik na hun met een boek zou komen. Ze waren bang dat ik daarin slechte dingen over ze zou zeggen. Bovendien denk ik dat ze vaak hebben gereageerd op wat de Colombiaanse pers hun over mij heeft wijsgemaakt.


'De pers in mijn land is zeer onverantwoordelijk, creëert graag polemiek. Neem de hele rel rond de miljoenen schadevergoeding die ik van de Colombiaanse staat wilde hebben. Ik was niet de enige. Het was mijn recht. Maar volgens de media viel ik het Colombiaanse leger, mijn redders, aan. Nu hitsen ze de Colombianen op om mijn boek te boycotten. Daarom heb ik pas Clara Rojas mijn boek gestuurd en gevraagd de tijd te nemen om datgene wat ik over haar heb geschreven te verwerken.


Heeft u eigenlijk de boeken van Rojas en de Amerikanen gelezen?


'Nee. Ik wilde mijn boek niet schrijven vanuit een negatieve reactie, Maar je moet het allemaal ook niet overdrijven. Met de meesten van mijn voormalige medegegijzelden heb ik nog vrijwel dagelijks contact.'



Colombia wil hulp

Europarlementslid Hans van Baalen (VVD) is gevraagd te helpen bij het losweken van de Nederlandse guerrillastrijdster Tanja Nijmeijer uit de Colombiaanse rebellenbeweging FARC. Hij kreeg dit verzoek van de Colombiaanse vicepresident Angelino Garzón.


De FARC wil de 32-jarige Nijmeijer gebruiken om de guerrillabeweging internationaal op de kaart te zetten, zo bleek vorige week uit een e-mail op een laptop van de FARC. Van Baalen heeft Garzón laten weten dat Nederland geen middelen heeft om Nijmeijer uit de FARC te laten deserteren. Hij heeft wel beloofd de kwestie bij het nieuwe kabinet aan te kaarten. Garzón heeft toegezegd dat Nijmeijer 'een welwillende behandeling krijgt' als zij deserteert.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden