‘Veel hulp is slecht voor democratie in arm land’

Simeon Djankov..

AMSTERDAM ‘Ontwikkelingshulp is een vloek voor arme landen’, zegt Simeon Djankov, een prominent ontwikkelingseconoom bij de Wereldbank, die voor een lezing in het Amsterdamse debatcentrum De Balie in Nederland is. ‘We wisten al dat de miljarden hulp die rijke landen de afgelopen decennia hebben verstrekt, niet of nauwelijks hebben bijgedragen aan de verhoging van de economische groei in die landen.

‘Maar wat ik in mijn onderzoek aantoon, is dat grote hulpstromen naar arme landen ook nog eens tot gevolg hebben dat die landen minder democratisch worden. Sterker nog, als ze twintig jaar achtereen forse hulp ontvangen, blijft er van de democratie uiteindelijk niets meer over. Zimbabwe, de lieveling van donoren in de jaren zeventig, is daar een goed voorbeeld van.’ De oorzaak: ontwikkelingshulp leidt tot corruptie in overheidskringen. ‘De machthebbers en hun ambtenaren proberen meteen een deel van dat geld binnen te halen, soms door letterlijk bedragen weg te sluizen naar bankrekeningen van henzelf en de hunnen, maar ook door het te besteden aan zaken die bij groepen kiezers goed liggen. Zo kunnen ze immers langer aan de macht blijven.’

Een van de vele voorbeelden: bij onderwijsprojecten in Oeganda kwam slechts 13 procent van al het geld dat de regering ontving van donoren uiteindelijk bij de scholen aan. 40 procent van het geld verdween al in de hoofdstad, op het moment dat het ministerie van Financiën, de eerste ontvanger, het geld doorschoof naar het ministerie van Onderwijs.

Bovendien is de hulpstroom voor ontwikkelingslanden zo substantieel (de hulp aan Burkina Fasso bedroeg decennialang bijvoorbeeld 40 procent van de totale overheidsbegroting) dat hun regeringen geen prikkel hebben om zich fatsoenlijk ten opzichte van hun bevolking op te stellen, de economie aan de praat te krijgen, en veel belasting op te halen.

Van Glen Eagles, waar de acht grote industrielanden (G8) in 2005 besloten de hulp aan Afrika te verdubbelen, moet Djankov dan ook weinig hebben. ‘Ik ben sceptisch over al die retoriek van de G8, de Verenigde Naties en zijn voormalige secretaris-generaal Kofi-Annan over de noodzaak van veel meer geld. Daarmee hebben we vrees ik tien jaar verspild.’

Die kritiek zal u bij de Wereldbank niet in dank worden afgenomen. De bank verstrekt jaarlijks immers ook zo’n 23 miljard dollar aan leningen aan arme landen.

‘Dat valt wel mee, ik denk dat mijn onderzoek in West-Europa controversiëler is dan bij de Wereldbank. Door Paul Wolfowitz (de vorige president van de Wereldbank, die vanwege vriendjespolitiek moest opstappen, red.) heeft zich een omslag voltrokken. Toen Wolfowitz vroeg waarom landen, ondanks al het hulpgeld van de bank, arm zijn gebleven, had niemand daar een goed antwoord op. Hij vond dat je niet moet doorgaan met geld uitdelen aan corrupte regeringen. Dan help je die regeringen alleen maar om zich verder in te graven.

‘Ook de huidige president, Robert Zoellick, ziet landen niet meer als klanten aan wie zo veel mogelijk leningen moeten worden verstrekt, maar als partners, die bij de bank kunnen aankloppen voor informatie of advies. Bijvoorbeeld over het bevorderen van het zakenklimaat in hun land. Dat advies is nu losgekoppeld van de leningen. Als regeringen het niet willen opvolgen, dan is dat hun probleem.’

Nederland geeft, net als veel rijke landen, vooral hulp in de vorm van zogeheten budgetsteun. Het geld gaat dan niet naar projecten maar rechtstreeks naar de regering van een ontwikkelingsland, die het vervolgens naar eigen goeddunken kan inzetten voor armoedebestrijding. Is dat verstandig?

‘Het voordeel van budgetsteun is dat je de ontwikkelingslanden niet langer als kind maar als volwassene behandelt. Maar dat werkt alleen als westerse regeringen een zeer strenge selectie maken van de landen die zij ondersteunen, op basis van de kwaliteit van hun bestuur en hun wil om hervormingen in te voeren. Dat gebeurt nu nog nauwelijks – tenminste niet op basis van externe, onafhankelijke criteria. Het gevolg is dat veel geld verloren gaat.

Waarom gaan rijke landen dan door met budgetsteun?

‘De enige reden die ik kan bedenken is dat budgetsteun een makkelijke manier is om snel veel ontwikkelingsgeld weg te zetten. Als een westerse regering vanwege internationale afspraken haar budget voor ontwikkelingshulp heeft opgehoogd, is de makkelijkste oplossing gewoon een cheque uit te schrijven en die aan ontwikkelingslanden te overhandigen. ’

Een speerpunt van de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, zijn landen die net een groot conflict achter de rug hebben. Daar is het bestuur vaak niet al te best.

‘Voor die landen moet je een uitzondering maken, en ondanks slecht bestuur wel geld geven. Je kunt ze niet aan hun lot overlaten, dan dreigen humanitaire crises. Hetzelfde geldt na een tsunami of, nu, een voedselcrisis.’

Valt iets aan de verspilling te doen?

‘Meer controle. Hoe groter de kans dat de externe accountants naar de dorpen gestuurd worden om te verifiëren of het hulpgeld wel goed is besteed, hoe minder geld op lokaal niveau verloren gaat door corruptie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden