Veel eisen is juist goed

Wat is een goede basisschool? Eén antwoord is er niet. Maar over de effectiviteit van het onderwijs valt wel wat te zeggen....

Het is stil op de gangen van de St. Catharinaschool in Amsterdam. Een jongetje beschildert met ernstige streken zijn doek op een ezel; twee meisjes lezen een boekje. Een groep kleuters komt met rode wangen terug van het buitenspelen. Niemand huilt, stompt of duwt. Niemand schreeuwt, ook de juf niet. In de binnentuin spelen de peuters. Er wordt niet met schepjes gemept.

In de lokalen heerst dezelfde wonderlijke rust. ‘Hier zit groep 4’, wijst directeur Theo Durenkamp door een ruitje. Kinderen, blond, bruin en zwart, zitten aan hun tafeltje te schrijven, tong uit de mond. Het lijkt wel een stichtende reclameposter, zo sereen is het tafereel.

Durenkamp, sinds dertien jaar directeur, vindt het niet uitzonderlijk, die rust. Het past in de traditie van de school, zegt hij. ‘Het werkklimaat is belangrijk: orde in de klas, structuur, continuïteit. Het is prettig voor kinderen om te weten waar ze aan toe zijn en wat er van hen wordt verwacht. Ouders zeggen mij vaak dat ze dit een goede school vinden omdat wij streng zijn. Streng? Dat vind ik niet. Degelijk, dat wel.’

Een gewone, degelijke school. Maar zo gewoon is de St. Catharinaschool niet. Van de ruim zevenduizend basisscholen die Nederland telt, is deze – een school op rooms-katholieke grondslag – er een uit de topgroep. Driekwart van de leerlingen is van niet-Nederlandse herkomst, veelal Turks of Marokkaans. De Catharinaschool boekt al jarenlang uitstekende resultaten: de gemiddelde Cito-score in groep 8 ligt rond de 540 (havo-vwo-niveau), 5 punten boven het landelijk gemiddelde, veel hoger dan op scholen met een vergelijkbare populatie. De oud-leerlingen doen het goed in het vervolgonderwijs.

Waaraan herken je een goede basisschool? Het is voor ouders die een school zoeken voor hun kleuter de hamvraag . Eén antwoord is er niet. ‘Goed’ heeft alles te maken met eigen overtuigingen en ambities. Sommige ouders vinden dat kinderen het op school vooral leuk moeten hebben en kiezen voor de knusse, gezellige sfeer. Anderen hechten meer aan sociaal gedrag, aan culturele vorming of aan sportieve activiteiten. Weer anderen kiezen voor een school waar hun kind optimaal leert.

Over die ‘effectiviteit’ valt wel iets te zeggen. Paul Jungbluth, onderwijsonderzoeker aan de Universiteit Maastricht, doet er al jarenlang onderzoek naar. Nederlandse scholen verschillen enorm in wat zij kinderen bijbrengen. Die verschillen zijn niet altijd terug te voeren op de sociaal-economische achtergrond of het opleidingsniveau van de ouders. Vergelijk je kinderen met dezelfde achtergrond landelijk met elkaar, dan wordt duidelijk welk verschil de school maakt, of de individuele leerkracht. ‘Een kind dat op een weinig effectieve school zit, loopt kansen op een goede scholing mis.’

In zijn studie uit 2003, De ongelijke basisschool, concludeert Jungbluth dat die ongelijkheid gedeeltelijk wordt veroorzaakt doordat leerkrachten hun eisen aanpassen aan het veronderstelde niveau van het kind. Als je weinig verwacht, als je ervan uitgaat dat bepaalde stof te moeilijk zal zijn en het ‘zielig’ vindt om veel van een kind te eisen, is de kans groot dat die verwachtingen uitkomen. Het kind wordt onderschat, gaat onderpresteren en wordt verwezen naar een te laag type vervolgonderwijs. Leerkrachten, ontdekte Jungbluth, hebben vaker lage verwachtingen van kinderen uit lagere sociaal-economische milieus. Toch propageert de Onderwijsinspectie al decennialang de weinig effectieve methode van ‘onderwijs op maat’.

‘Pas als je zelf kinderen hebt,’ zegt Hassan Fathallah, ‘ga je weer nadenken over wat een goede school is. Ik dacht meteen aan de Catharinaschool.’ Fathallah (37, werkt bij verzekeraar, studeert deeltijd Management, Economie en Recht) kent de school al uit zijn jeugd; zijn jongere zusjes zaten erop en hij ging als oudste broer mee naar schoolavondjes en rapportbesprekingen. ‘We merkten toen al snel dat deze school op een hoger niveau werkte en meer eiste dan de school waar ze eerst op zaten.’ Nu gaan zijn eigen zoontjes naar deze school: Ilias (7) in groep 4 en Anouar (bijna 4) op de voorschool. ‘We hebben ook naar andere scholen gekeken en ik heb beoordelingen opgezocht op de site van de Onderwijsinspectie. Die bevestigden onze keuze. Ik ben heel tevreden. Al vanaf de voorschool wordt er veel aandacht besteed aan taal – belangrijk voor tweetalige kinderen. Het traditionele karakter van de school is juist een positief punt. Ik weet niet of Ilias, nogal een dromertje, geschikt is voor een school met een vrijere filosofie. Deze school heeft bewezen dat haar methode werkt.’ De katholieke achtergrond van de school speelde zijdelings mee: ‘Er wordt kinderen geleerd om mensen met andere godsdiensten te respecteren, dat vind ik belangrijk.’

De St. Catharinaschool is zo’n ‘zie-je-nu-wel-school’. Kijk, het kan echt. In acht jaar – tien met de voorschool erbij – kun je kinderen enorm veel bijbrengen. Ook kinderen die bij binnenkomst slecht Nederlands spreken. De wijken waarin de school staat – groep 1 tot en met 4 zitten op een locatie in De Pijp en groep 5 tot en met 8 in de Rivierenbuurt – hebben een ‘gemengde’ bevolking. De school scoort in absolute zin al minstens zo goed als de wittere scholen in de buurt, rekening houdend met de populatie doet de school het beduidend beter. Toch kiezen hoogopgeleide ouders uit de buurt vaak voor die minder presterende witte scholen. Misschien omdat zij – ten onrechte – denken dat allochtone kinderen de leerprestaties omlaag halen en omdat zij kiezen voor gelijkgestemden.

‘Kennisoverdracht is bij ons belangrijk’, zegt Durenkamp. ‘We besteden veel aandacht aan rekenen en taal – er is een taalcoördinator en er zijn vier interne begeleiders – en we doen mee aan een taalpilot in het voorschoolprogramma. We geven zo veel mogelijk klassikaal onderwijs. Waar nodig, voor kinderen die er naar boven of beneden toe uitspringen, geven we individuele aandacht.

‘Het belangrijkste is: hoge, positieve verwachtingen hebben. Je moet geen vooroordelen koesteren. Leren is niet zielig. Je mag best wat eisen, als je maar gelooft in een kind. Ik denk altijd aan het beeld van de voorgehouden Peijnenburg-koek in het bekende reclamespotje: je trekt het kind mee, het blijkt telkens wat harder te kunnen. Maar het mag geen onhaalbare eis zijn; hij moet wel kunnen toehappen.’

Die positieve verwachtingen gelden op alle niveaus, vult Bert Meijer, interim directeur op de St Catharinaschool, aan: ‘Je mag ook veel eisen van de leerkrachten, en van de directeur. De directeursfunctie omvat meer dan die van het oude Hoofd der School. Een schooldirecteur durft leiding te geven, zegt wat er moet gebeuren en spreekt leerkrachten erop aan als ze iets niet goed doen. Hij moet goed communiceren met ouders en de school naar buiten vertegenwoordigen, in de wijk, in de gemeente. De directeur moet ook ondernemer zijn; de school is geen gesloten bolwerk meer.’

Paul Jungbluth wijst erop dat het onderschatten van leerlingen met de liefste bedoelingen gebeurt: het kind moet vooral niet op zijn tenen lopen. Maar, zegt hij, ‘de school speelt een doorslaggevende rol in iemands kansen op maatschappelijk succes. De bovenlaag van de ouders weet dat ze meedoen aan een never ending ratrace: hard werken en goed presteren, anders val je af. Die ervaring doen leerkrachten zelf niet op. De vaststelling dat ‘meer dan vmbo-basis er niet inzit’ is een oordeel met verstrekkende gevolgen: mensen aan de onderkant van de samenleving moeten vaak twee banen nemen om rond te komen. Veel leerkrachten beseffen dat niet.’

Zelf zou hij kiezen voor een gemêleerde school: ‘Het lijkt mij het leukst als kinderen kennismaken met mensen die niet hetzelfde leven leiden als zij. Ik zou nagaan of de school checkt of het onderwijs wel het beoogde effect heeft. Scholen met exotische uitgangspunten omtrent de geestelijke ontwikkeling van kinderen zou ik mijden; een leerkracht is geen psycholoog.’

Een ‘gemengde’ school, dat was wat Marjan (35, psychiater) en Daan Zuijderland (35, ontwerper) voor ogen stond toen ze zes jaar geleden rondkeken naar een school voor Odin, de oudste van hun vier kinderen. ‘Niet zo’n hagelwitte school in Amsterdam-Zuid waar BN’ers hun kinderen op doen. Ook niet een overwegend zwarte school.’ Het moest een school zijn met een prettige sfeer, waar kinderen wel wat leren. ‘Desnoods fietsten we de halve stad door om hem te brengen’, zegt Marjan Zuijderland, ‘als het maar een goede school was.’

Uiteindelijk konden ze alleen terecht op een school vlak om de hoek. ‘Dat bleek precies de school te zijn die we zochten, een gezonde mix van autochtoon en allochtoon, hoog en laag opgeleid. In de directrice hadden we vertrouwen. Odin (8) en zijn broertje Reimer (6) gaan er met plezier naar toe.’

Toch gaan ze binnenkort naar een andere school, want het gezin verhuist naar IJburg. ‘Nu vinden we het wél een voorwaarde dat de school dichtbij is en letten we wat meer op leerprestaties. Helaas was er op IJburg geen echt gemengde school te vinden. Van de vijf basisscholen in de piepjonge wijk waren er vier vrijwel wit en eentje zwart. De zwarte school viel af: ‘Je wilt niet dat jouw kind het enige witte kindje is, en zich ongelukkig voelt.’ De keuze viel op een overwegend witte algemeen-bijzondere basisschool.

Maar je verantwoordelijkheid als ouder houdt niet op met de keuze van de school. Hassan Fathallah ging in de medezeggenschapsraad van de Catharinaschool. ‘Je hebt echt invloed: je kunt voorstellen doen bij de directie en het bestuur en daar gebeurt wat mee. Ik heb ook in de sollicitatiecommissie gezeten voor een nieuwe leerkracht. Niet alleen de kwaliteit van de directeur en de leerkrachten telt, ook de betrokkenheid van de ouders.’

‘Je moet als ouder altijd blijven opletten’, weet Marjan Zuijderland. ‘Zelfs op een goede school.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden