Veel aangiften van zedenmisdrijven blijken vals

UTRECHT - Veel aangiften van minderjarige meisjes van aanranding of verkrachting blijken na politieonderzoek niet te kloppen. Een op de vijf aangiften is vermoedelijk vals. Het percentage meisjes dat met een dubieus verhaal over een zedenmisdrijf naar de politie gaat, is nog groter.

Ongeveer de helft van hen besluit geen aangifte te doen na het eerste gesprek met de politie, waarin wordt verteld dat het doen van een valse aangifte strafbaar is. Dit blijkt uit het verkennende onderzoek Lastige Verhalen van het Arnhemse Bureau Beke, naar valse aangiften van zedenmisdrijven door meisjes van 12 tot 18 jaar, op basis van onder meer politiecijfers.

Nadelig
Het forse percentage vermoedelijk valse zedenaangiften is niet alleen nadelig voor echte slachtoffers van zedenmisdrijven die mogelijk minder snel worden geloofd, en voor de politie die er veel onderzoeksuren aan verspilt. 'De onterecht aangewezen verdachten staan geregistreerd als verdachte van een zedenmisdrijf. Hierdoor kan het later voor hen onmogelijk zijn een Verklaring Omtrent het Gedrag te verkrijgen, die bij veel beroepen gevraagd wordt', aldus criminoloog Anton van Wijk van Bureau Beke.

Vals
In het onderzoek zijn alleen aangiften als vals aangemerkt, als de aan­geefster later heeft toegegeven dat ze heeft gelogen. Daarnaast blijkt er een aanzienlijk percentage twijfelachtige aangiften te zijn, waarvan de politie vermoedt dat een groot deel ervan vals is. 'Als meiden eenmaal hebben verklaard dat ze zijn verkracht of aangerand, zijn ze moeilijk van hun verhaal af te brengen, ook als uit het onderzoek duidelijk blijkt dat hun verhaal niet klopt', aldus Van Wijk.

In het onderzoek ondervraagde rechercheurs vertellen dat bij een echte aangifte vaak vrij snel na het misdrijf aangifte wordt gedaan. Het verhaal is consistent, het slachtoffer geeft een signalement van de dader en stelt zich coöperatief op tegenover de politie.

De rechercheurs gaan twijfelen als een meisje lang wacht met het doen van aangifte. Ze kan niet vertellen welke en in welke volgorde seksuele handelingen zijn gepleegd en ze voegt telkens nieuwe, meestal extremere, informatie aan het verhaal toe. Op sommige vragen van de politie zegt ze dat ze het zich niet meer kan herinneren, bijvoorbeeld omdat ze gedrogeerd of dronken was. De getoonde verwondingen komen soms niet overeen met het verhaal.

Ook weigeren sommige meisjes mee te werken aan een medisch onderzoek of kunnen ze de plaats van het misdrijf niet aanwijzen.

Aandacht
Sommige meisjes doen een valse aangifte om aandacht te krijgen. Andere genoemde redenen zijn bijvoorbeeld wraak of de angst dat haar vriend hoort dat ze vrijwillig seks heeft gehad met een ander. Het komt veel voor dat meisjes een verhaal over een aanranding gebruiken als smoes waarom ze niet op tijd op school of thuis waren. Veel meisjes die valse aangiften doen hebben problemen thuis of psychische problemen.

Criminoloog Van Wijk vindt dat de politie zou 'moeten durven doorpakken' en deze zaken moet uitrecher­cheren tot een conclusie vals of niet-vals. 'Maar het is lastig om tegen een meisje te zeggen: je liegt, als er, ondanks de gerezen twijfel, een kleine kans is dat ze echt slachtoffer is. Dat is balanceren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.