POSTUUM

Vechtjas, idealist en profeet, besmeurd door oorlogsverleden

Hij was een christelijk-progressieve idealist. Een vechtjas. En hij had iets van een moreel hoogstaande profeet. Juist daarom moest hij in 1978 abrupt de politiek verlaten, vanwege een verzwegen oorlogsverleden. Willem Aantjes , fractievoorzitter van de ARP en het CDA in de jaren zeventig, en de laatste echte leider van de christendemocratische linkervleugel, overleed vanmorgen op 92-jarige leeftijd.

Willem Aantjes arriveert op Huis ten Bosch voor overleg met Koningin Juliana, 24 maart 197 Beeld ANP
Willem Aantjes arriveert op Huis ten Bosch voor overleg met Koningin Juliana, 24 maart 197Beeld ANP

Tegenover de behoudzucht, de gemakzucht en de clownerie van zijn katholieke tegenspeler Dries van Agt stonden de morele ernst, de evangelische hartstocht en het sociale gevoel van Aantjes. Zijn Bergrede op het eerste CDA-congres (1975) was een hoogtepunt in een overigens spoedig verloren strijd om de ziel van de christendemocratie. In 1980 verenigden gereformeerden, katholieken en protestanten zich definitief in het Christen-Democratisch Appèl.

Aantjes heeft de ontwikkeling van het CDA naar rechts lang - en vinnig - opgehouden, maar niet tegengehouden. Tegelijk gaf hij velen, ook ver buiten zijn eigen kring, het verheugende gevoel dat politiek over veel meer kan gaan dan over cijfers, baantjes en electorale handigheden. Zulke doorvoelde en welluidende bevlogenheid komt op politiek topniveau zelden voor.

Willem Aantjes werd op 16 januari 1923 geboren in het straf gereformeerde Bleskensgraaf (de Alblasserwaard). De familie Aantjes was van de Gereformeerde Bond, nog niet eens de zwaarste club in de streek. Hij zou altijd van dit soort mensen blijven houden, ook al kreeg hij het later juist van hen zwaar te verduren. 'Er ligt een hoop stof, maar als je het wegveegt, ligt er zuiver goud.' En: 'Een zwaarmoedig en ook angstig geloof. Ja, ik ben vaak bang geweest als jongen. Dat fatalisme. Als je dan vastloopt, raak je steeds dieper in de put: ben ik wel uitverkoren?'

Het heeft hem getekend, net als zijn bange omzwervingen als wereldvreemde en gezagsgetrouwe jongeman in de oorlog. Later zou hij diepe depressies kennen, maar door de bank genomen was Willem Aantjes een blijmoedig, hartelijk mens. Een optimist, en op den duur een zeer bekwame en zelfverzekerde politicus.

Aantjes begon, zelfs voor de Anti-Revolutionaire Partij van kort na de oorlog, erg religieus en politiek behoudend. In 1959 werd hij Kamerlid, maar de jonge jurist zou dat voorlopig als een bijbaan zien. Zijn hoofdtaak was het secretariaat van de christelijke aannemersbond. In de ARP-fractie bleef Aantjes op de rechtervleugel. In het midden van de jaren zestig werd hij vicefractieleider naast Bauke Roolvink.

Willem Aantjes en oud-premier van Agt in 2004. Beeld ANP
Willem Aantjes en oud-premier van Agt in 2004.Beeld ANP

Gereformeerd sentiment

In 1967 - zijn door hem bewonderde ARP-collega Barend Biesheuvel was als te kieskeurige kabinetsformateur mislukt - weigerde Aantjes een ministerschap in het kabinet van Piet de Jong. Het zou de eerste van vele weigeringen (tot en met 1977) voor een belangrijke bestuursfunctie worden. Pas later is het verband met zijn oorlogsverleden gelegd, en met de dreigende telefoontjes en brieven die hij vaak van 'ingewijden' kreeg.

Aantjes' ommezwaai voltrok zich in 1972. Hij was een jaar ARP-fractieleider en kwam steeds kritischer tegenover premier Biesheuvel te staan, die inmiddels onverkort voor rechts en de VVD koos. De ARP-fractieleider, ook wel 'het juridische geweten' genoemd, kreeg juist steeds meer een hekel aan de materialistische VVD en aan de consumptiemaatschappij. Het gereformeerde sentiment van zijn jeugd sloot wat dat betreft goed aan bij de progressieve maatschappijkritiek na de jaren zestig. Hij heeft altijd een 'sobere levensstijl' gewild, en wel op morele gronden, of die nu links of rechts ingebed waren. 'Het is belangrijker om te dienen dan om te verdienen.' Aantjes' idealisme richtte zich goeddeels op de Derde Wereld. Hij hekelde het persoonlijke en groepsegoïsme van de gegoede burgerij, ook bij zijn eigen achterban.

Aantjes' - nog vrij langdurige - rebellie tegen Biesheuvel was hachelijk. Hij verhinderde het lijmen van het kabinet-Biesheuvel en maakte begin 1973 het kabinet van Joop den Uyl mogelijk, terwijl Biesheuvel alle kaarten op een voortgezette samenwerking met de VVD van Hans Wiegel had gezet. In de ARP-fractie stond het vaak acht-zes tegen Biesheuvel, die aan het eind van deze slopende formatie verbitterd, en openlijk zijn opvolger beschimpend, de politiek verliet.

Als ARP-leider gunde Aantjes het kabinet-Den Uyl meer steun dan zijn collega van de Katholieke Volkspartij, Frans Andriessen. Het conflict tussen hen over de grondslag en vormgeving van het CDA liep hoog op, zelfs zodanig dat Dries van Agt er het eerste CDA-lijsttrekkerschap aan overhield.

Aantjes wilde de ARP-geest en progressieve, sociale uitgangspunten zo veel mogelijk behouden in dat grote, logge CDA, dat anders - zo vreesde hij - een bleke, zielloze, slechts op bestuur gerichte club zou worden. Het was een misverstand dat hij het CDA niet wilde. De ARP-leider stelde er wel - hoe kon iemand als hij anders? - hogere eisen aan.

Zijn streven was begrijpelijk maar uitzichtloos. De door hem gekozen oplossingen - die neerkwamen op een soort religieuze toetsing van CDA-leden - waren nogal onpraktisch en impopulair. Op den duur lieten ook zijn progressief-politieke geestverwanten en oude vrienden in de ARP hem in de steek.

Aantjes in 1968 in de Tweede Kamer Beeld anp
Aantjes in 1968 in de Tweede KamerBeeld anp

Bergrede

Vlak voor zijn nederlaag deed Aantjes nog een hartstochtelijk beroep op het CDA, met de legendarische Bergrede. Het was een originele en radicale poging om Mattheüs 25 ('hongerigen voeden, dorstigen laven, naakten kleden') naar de wereld van 1975 te vertalen.

'De hongerigen worden niet gevoed. Zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorg over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren, wel goed wordt besteed.'

Hij wilde van het CDA 'een politiek, niet om de grootste te zijn, maar om de minste te zijn. Niet om elkaar de oren te wassen, maar om elkaar de voeten te wassen. Niet om te heersen, maar om te dienen. Niet om nieuwe macht te verwerven of om oude macht te restaureren: het CDA is geen instelling van politieke monumentenzorg'.

Aantjes' profetische gaven en dito presentatie maakten zijn tegenstanders in eigen kring bang. De ARP-leider was in diverse opzichten hun meerdere geworden. Voor de politieke fijnproevers was het vaak aardig te zien hoe de hoogmorele Aantjes uitermate raak en pijnlijk onder tafel de schenen van zijn tegenstanders wist te raken.

Zijn strijd voor een betere samenleving (Derde Wereld, rechtvaardigheid in eigen land en na 1973 ook steeds nadrukkelijker het milieu) en tegen CDA-behoudzucht maakte hem een natuurlijke tegenstander van Dries van Agt. Zeker nadat deze in oktober 1977 op een kabinet met Hans Wiegel ging mikken. Aantjes stribbelde tegen waar hij kon.

Van Agt was min of meer vleugellam gemaakt door Aantjes' reserves en bezwaren. De fractieleider begreep dat hij niet te ver kon gaan. Als Van Agt een dramatisch beroep zou doen op de grote CDA-achterban, zou Aantjes het lelijk verliezen. De 'zedelijke draagkracht' was, zoals hij steeds gevreesd had, niet al te ruim bemeten in het CDA.

Deze nogal ongelijke strijd werd dramatisch onderbroken. Op 6 november 1978 maakte oorlogshistoricus Lou de Jong op een persconferentie bekend dat Willem Aantjes in 1943 vrijwillig naar nazi-Duitsland was gegaan om daar als postbode te werken. En dat hij zich een jaar later vrijwillig had aangemeld bij de (Nederlandse) Germaansche SS. Dat laatste was nieuw en essentieel. In Aantjes eerdere verhalen over zijn oorlogsomzwervingen was dit verzwegen.

Er waren nogal wat onduidelijkheden en verzachtende omstandigheden: Aantjes' jeugd, zijn gezagsgetrouwheid en wereldvreemdheid. Hij zou in plaats van getrouwde mannen zijn gegaan. Ook zou een commissie-Enschede driekwart jaar later flink wat afdoen aan Lou de Jongs al te hetzerige presentatie en interpretatie van de feiten.

Aantjes' politieke loopbaan was meteen reddeloos. Ook menig bewonderaar vond dat zijn type leiderschap nu niet meer kón. Niet zozeer wegens het oorlogsgedrag, maar wegens het verzwijgen van de essentie daarvan gedurende een lange, glansrijke politieke loopbaan. Aantjes trad af, benadrukkend dat hij wel fouten had gemaakt, maar niet fout was geweest.

undefined

Aantjes in de Tweede Kamer in 1978 Beeld anp
Aantjes in de Tweede Kamer in 1978Beeld anp

Verbitterd

Zijn aanmelding bij de Germaansche SS was, zo zei hij, een noodsprong om een levensgevaarlijk conflict, wegens zijn getuigen tegen een Duitse nazi-burgemeester, te kunnen ontvluchten. Later zou Aantjes op zijns inziens ernstiger voorbeelden als Kees Staf en Jan de Quay wijzen. Die konden wel minister en zelfs premier worden.

Een verongelijkte, verbitterde en steeds naar eerherstel hunkerende Aantjes bleef achter. Van Agt maakte het nog erger door een toezegging dat Aantjes voorzitter van de Raad voor de Volkshuisvesting zou worden, domweg te vergeten. Over de baan die hij wel kreeg, voorzitter van de Kampeerraad, werd veel gegniffeld. Hoeveel hijzelf ('Ik was geen kampeerder') op het grote belang daarvan voor kleine mensen wees.

Aantjes raakte wel los van de affaire. Er gebeurden 'veel belangrijkere dingen in mijn leven'. Hij scheidde van zijn eerste vrouw, hertrouwde met een veel jongere. 'Ik kan heel goed relativeren', zei hij 27 jaar na zijn terugtreden. Maar de affaire liet Aantjes niet los. In 2005, toen het CDA 25 jaar bestond, brak CNV-voorzitter Doekle Terpstra een lans voor Aantjes' eerherstel. Dat stuitte op weerstand bij de politieke top. 'Willem Aantjes functioneert volop als lid en neemt deel aan allerlei partijactiviteiten', vond Partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt . 'Er was geen gebrek aan eer', meende minister-president Jan Peter Balkenende. Die stelling wilde Aantjes niet onweersproken laten: 'Zegt de premier dat? Dan heb ik iets over het hoofd gezien. Ik doe inderdaad volop mee in de partij, maar wel altijd op eigen initiatief.'

Een tragisch afgebroken carrière, op het hoogtepunt van zijn kunnen. De vraag is overigens of voortzetting daarvan in de politieke setting rond 1980 hem veel vreugde zou hebben gebracht. Aantjes had de tijdgeest bepaald niet meer aan zijn zijde.

Hij was ook geen figuur om met de tijdgeest of de mode te flirten. Deze gedreven man koos eerder het smalle pad en het ongelijke gevecht. Hij was geen tacticus, machtsfanaat of showfiguur, hoewel - zoals bij alle politici - ijdelheid hem allerminst vreemd was. Willem Aantjes miste de koelte van de echte politieke speler, want de morele en humane inzet van de politiek ging hem te veel door zijn ziel. Velen lieten zich daardoor ontroeren en inspireren, omdat zij de authentieke kracht ervan onderkenden en meevoelden.

Aantjes (rechts) huilt tijdens de persconferentie waarop hij, naast Ruud Lubbers, zijn aftreden bekendmaakt Beeld anp
Aantjes (rechts) huilt tijdens de persconferentie waarop hij, naast Ruud Lubbers, zijn aftreden bekendmaaktBeeld anp

'Ontmasker Wilders'

In de herfst van zijn leven schreef hij nog zijn memoires: Maar de meeste van deze is de A. (2004). Daarin schittert de bevlogen christendemocraat in een decor waarin zijn partij rechtse coalities aangaat. In die periode is het niet vreemd dat hij zich vanuit zijn linksere oriëntatie herkent in het idealisme van de ChristenUnie. 'Over het Irak-beleid, het sociale beleid en de manier waarop er over de islam wordt gepraat, spreekt de ChristenUnie mij meer aan dan het CDA. Dat doet mij pijn.'

Tot op hoge leeftijd schreef hij ingezonden brieven en voor dagblad Trouw scherpe columns. De koppen spraken boekdelen: 'Juist CDA moet mikken op dialoog met moslims', 'Rita Verdonk moet nu echt maar opstappen'. 'Kamer, ontmasker Wilders.'

In januari 2008 werd in Bleskensgraaf (Zuid-Holland) een beeld onthuld van Aantjes, ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag. Het beeld staat tegenover het gemeentehuis, in een tuin waar vroeger het geboortehuis van Aantjes stond. Dries van Agt was uitgenodigd voor de ceremonie. Hij was niet aanwezig.

Op zijn beurt werkte Aantjes een paar jaar geleden niet mee aan de gedramatiseerde tv-serie over zijn politieke loopbaan, De val van Aantjes. 'Ik weet hoe dat werkt met dramaseries', zei hij. 'Het is nooit exact wat er gebeurd is. Ik voelde geen behoefte me ergens mee te gaan bemoeien.'

Ook de première, op het Nederlands Filmfestival, liet hij schieten. 'Ik ben wel nieuwsgierig', zei hij. 'Ze mogen me zeker een dvd'tje sturen. Maar op zo'n bijeenkomst moet ik weer een mening hebben en gaat iedereen mij weer vragen wat ik ervan vind en of het klopt. Die verantwoordelijkheid draag ik niet en wil ik ook niet dragen.'

Ook op Twitter liet Aantjes zich niet onbetuigd. Op 2 oktober 2014 ging het een keer niet over politiek, maar reageerde hij, heel ad rem, nadat een overlijdensadvertentie van een naam- en leeftijdgenoot was verschenen: 'Menigeen geschrokken. Voorzichtige vragen. Vreemde gewaarwording.'

In 2000 in het televisieprogramma Het Zwarte Schaap Beeld anp
In 2000 in het televisieprogramma Het Zwarte SchaapBeeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden