Vechtende bevers zijn fantastisch om te zien

Bevers spotten is lastig. Maar dat deert vrijwilligers van de Beverwerkgroep Nederland niet. Zij stappen graag in hun kano’s om te zien hoe het de populatie in de Biesbosch vergaat....

Het oude griendwerkerskeetje op polder De Dood is veranderd in een logistiek commandocentrum. Stefan Vreugdenhil en Teun Baarspul staan gebogen over een gedetailleerde kaart van de Brabantse Biesbosch. De organisatoren van het bever-telweekeinde rekenen uit wanneer iedereen moet wegvaren om precies om half negen ’s avonds bij het startpunt te zijn van de routes.

De Beverwerkgroep Nederland vaart jaarlijks tijdens drie juni-weekeinden door de Dordtse, Hollandse en Brabantse Biesbosch om bevers te tellen. Vrijwilligers stappen ’s avonds, wanneer de dieren actief worden, in kano’s om het water af te kunnen speuren. Zo volgt de werkgroep de verspreiding en groei van de Nederlandse beverpopulatie.

Met de verrekijkers om de nek en de routekaart en het meldformulier bij de hand, varen de deelnemers de eerste meters van het traject. Een bever spotten is best lastig. Dankzij hun gestroomlijnde kop, waarin neus, ogen en oren op dezelfde lijn zitten, komt maar een klein gedeelte van het dier, dat wel ruim een meter lang kan worden, boven het wateroppervlakte uit. ‘Is dat een kop of een tak?’, vraagt Marcel Winkels aan zijn collega Dick Petterson, die ingespannen door de verrekijker tuurt.

Even later ziet Marcel langs de waterkant toch echt een bever zwemmen. Zachtjes, maar duidelijk opgewonden, fluistert hij zijn ontdekking. De afstand tot het dier is ongeveer twintig meter en vliegensvlug worden de verrekijkers erbij gepakt. De bever zwemt rustig langs de met wilgen begroeide oever tot hij onder water verdwijnt. ‘Volgens mij is het een vrouwtje, ze heeft zo’n kleine kop,’ zegt Marcel, terwijl hij de waarneming op het meldformulier noteert.

Deze avond wordt in de Dordtse en Hollandse Biesbosch op twee van de vier routes een bever gezien. De volgende dag hopen de vrijwilligers op een hogere score. Ze verhuizen alle spullen naar de kleine keet in het Brabantse deel van de Biesbosch. Op het eiland De Dood zullen ze op historische wijze de nacht doorbrengen; zij aan zij in één groot bed dat wordt verdeeld door kleine tussenschotten.

Na een stevig bord macaroni wordt het stiller in het huisje. De tien vrijwilligers zitten gespannen te wachten tot ze weg mogen. Bevers zien, dat is wat ze willen. Dat ze daarvoor soms wel vier uur moeten kanoën, en in het donker door smalle kreken en rietgorzen hun weg terug moeten zoeken, deert ze niet.

De zes routes die in het Brabantse deel van de Biesbosch worden afgelegd, geven de natuurliefhebbers waarvoor ze zijn gekomen. Teun zag maar liefst vijf bevers op zijn vaarroute. Twee daarvan waren op de oever aan het vechten. ‘Net twee kangoeroes die aan het boksen zijn. Dat is fantastisch om te zien.’

‘We zijn erg tevreden over de score,’ zegt Stefan, ‘we hebben 22 bevers gezien, misschien wel eenvijfde of eenzesde van de hele populatie in de Biesbosch. Vorig jaar zagen we er hooguit zeventien in één weekeinde.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden