Vechten met de politie is soort hobby geworden

De rellen begin deze week in Den Bosch nadat de politie een man had doodgeschoten, passen volgens experts in een patroon....

Hoe uitzonderlijk waren de rellen die zich begin deze week voltrokken in Den Bosch? Criminoloog H. Ferwerda is vooral verbaasd over de duur van het straatgeweld, drie avonden achtereen. Maar voor de rest passen de rellen in een bedenkelijke reeks, waaronder ook de rellen in de Groningse Oosterparkbuurt en die rond het Amsterdamse Mercatorplein. In elke achterstandsbuurt, tegenwoordig 'impulswijk', broeit onder probleemjongeren een gevaarlijk mengsel van onvrede, verveling, onverschilligheid en wantrouwen tegen autoriteiten. Het wachten is op het vonkje dat het kruitvat tot ontploffing brengt.

' Het kan straks net zo goed gebeuren in Vlissingen of Zwolle', aldus Ferwerda, mededirecteur van het Arnhemse onderzoeksbureau Beke dat is gespecialiseerd in jeugd- en groepscriminaliteit. Het vonkje is vaak een politieoptreden, zoals de arrestatie of zelfs het doodschieten van een verdachte.

Het vertrouwen in de politie en het gezag is in zulke wijken toch al klein. Conflicten worden bij voorkeur onderling opgelost. Als de politie tussenbeide komt, volgt een heftige reactie, waarbij de ruziënde partijen zich niet meer op elkaar richten, maar op de politie.

Het Crisis Onderzoek Team van de Universiteit Leiden, dat de Bossche rellen onderzoekt, onderzocht eerder onder meer de rellen vorig jaar in Rotterdam na het kampioenschap van Feyenoord. Daarna concludeerde het COT: 'Het geweldsgebruik van voetbalhooligans is steeds vaker terug te voeren op het creëren dan wel benutten van mogelijkheden om confrontaties met de politie en met elkaar aan te gaan.'

Geweld als uitdaging heet het boek waaraan cultuursocioloog G. van den Brink werkt in opdracht van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. 'Het uitgaansleven is veel heftiger dan vroeger', zegt hij. 'Alles draait om de kick, om de adrenaline. Voor sommige jongeren, maar ook voor volwassenen, kan die kick bestaan uit het vechten met agenten. Zoiets kan buitengewoon opwindend en lustvol zijn. Daar kun je zelfs verslaafd aan raken.'

De Britse journalist Bill Buford mengde zich drie jaar lang undercover onder hooligans. In Onder het tuig beschrijft hij bloemrijk zijn ervaringen en gevoelens in de kolkende massa van relschoppers. De adrenaline schiet omhoog, de kick van het rellen trappen is voor sommigen onweerstaanbaar.

In de jaren negentig lijkt het schoppen van rellen zich te hebben ontwikkeld tot vrijetijdsbesteding. Waren rellende provo's in de jaren zestig nog politiek gemotiveerd, bij de krakersrellen in de jaren tachtig verwaterde dat ideaal. Sommigen voerden actie tegen huizenspeculatie, anderen deden mee om rotzooi te trappen.

Ook de sociale klasse van de relschopper is in de loop der jaren veranderd. Vroeger gingen vooral studenten en rijkeluiskinderen de straat op, tegenwoordig zijn het meest jongeren uit de lagere sociale klassen. Volgens het COT snijdt het klassieke beeld van de 'werkloze rioolhooligan' noch het modernistische beeld van de 'betaalde huisvaderhooligan' hout. 'Veel hooligans, met inbegrip van de gelegenheidshooligans, behoren tot de laagbetaalden en laagopgeleiden, volgen de laagste vormen van onderwijs of verrichten eenvoudige handarbeid of geestdodende hoofdarbeid.'

Waarom is rellen trappen voor hen een soort hobby geworden? Volgens criminoloog Ferwerda heeft dat alles te maken met de afbrokkeling van de sociale infrastructuur in achterstandsbuurten. De overheid heeft jarenlang bezuinigd op het jeugdwelzijns- en buurtwerk. De autoriteiten weten nauwelijks meer wat er in die buurten leeft. Ook de politie is slecht geïnformeerd over sociale en criminele netwerken.

Ferwerda verbaast zich over het optreden van de Bossche politie. 'Ze wisten zaterdagmorgen al dat een lid van de harde kern van FC Den Bosch was doodgeschoten. De politie had moeten beseffen hoe zo'n incident ogenblikkelijk doorwerkt in het netwerk van het slachtoffer. Het is de lont in het kruitvat. Ik begrijp niet waarom burgemeester Rombouts niet meteen de noodverordening heeft afgekondigd.'

Ook Van den Brink constateert dat de politie zich steeds laat verrassen. 'De politie weet kennelijk niet meer wat de problemen en frustraties zijn die onder jongeren leven. Agenten zitten te veel achter hun computer en komen te weinig in de wijk.'

De rellen van de afgelopen jaren zijn niet meer als incidenten te beschouwen. 'We zullen er de komende tijd nog veel meer zien. Er zit fundamenteel iets fout in achterstandsbuurten ', aldus Ferwerda. Van den Brink is evenminoptimistisch: 'In de hele samenleving proberen we de politie dichter bij de burger te krijgen. Maar in veel buurten is een tegenstroom aan de gang. Daar proberenbewoners juist een zo groot mogelijke afstand tot het gezag te scheppen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden