Vastgelopen op de tennisbaan

Volgend jaar is Tjerk Bogtstra alleen nog als Davis Cup-captain verbonden aan de KNLTB. Zijn vertrek naar het bedrijfsleven is een noodsignaal....

'Nederland heeft wel toptrainers, maar ze werken niet bij de tennisbond.'

Tjerk Bogtstra in de showroom van Volkswagen, de 39-jarige tenniscoach moet zelf ook wennen aan het idee dat hij per 1 januari 2005 slechts tien weken per jaar in een trainingspak zal lopen. 'Voor de spelers van het Davis Cup-team verandert in feite niets. Maar ik heb ze wel gevraagd of ze een captain wilden die driekwart jaar bij een autofabrikant werkt. Dat maakte ze niet uit. De jongens hebben me gefeliciteerd, ze begrepen heel goed waarom ik een uitdaging zoek buiten het tennis.'

Bogtstra voelt zich bij de tennisbond (KNLTB) immers geremd in zijn ontwikkeling. 'Ik zie te weinig perspectief bij de bond. Ik heb een brug geslagen tussen de privholen en de KNLTB, die samenwerking verloopt nu goed. Die functie is ooit speciaal voor mij gecred, maar mijn andere ambities kan ik niet verwezenlijken.

'Ik heb in een gesprek met technisch-directeur Hans Felius aangegeven dat ik graag met topcoaches als Alex Reijnders en Rohan Goetzke wil werken. Dat is niet mogelijk, omdat de bond al diverse jeugdtrainers in dienst heeft. Maar ik zie er eerlijk gezegd niet naar uit om met die mensen te werken. Ik vind ze niet capabel om onze beste jeugdspelers te begeleiden.

'Ze werden aangestuurd door Michiel Schapers, maar sinds zijn vertrek bij de bond is die functie niet ingevuld. De trainers gaan nu hun eigen gang, maar ze hebben geen idee hoe je talenten moet ontwikkelen. Annemiek de Jong is bondscoach Jong Oranje. Maar volgens mij leer je tennis op de baan en niet achter een laptop. Ik wil alleen werken met topcoaches. Die zijn er wel in Nederland, maar niet bij de tennisbond. De beste opleider is Henk van Hulst, maar hij werkt in de privector.'

Met incapabele trainers kan de KNLTB de huidige stagnatie niet doorbreken, stelt Bogtstra. 'De bond heeft de afgelopen jaren geen enkel talent afgeleverd. We moeten ons niet blindstaren op de acht junioren, die aan de US Open deelnamen. Slechts van hen voldeed en zelfs een leek kan constateren dat Michaa Krajicek een topspeelster wordt. Bij de andere junioren heb ik vraagtekens.

'Igor Sijsling en Robin Haase kunnen een eind komen, maar aan die jongens moet nog flink worden gesleuteld. Zij moeten dagelijks worden begeleid door de top en dat gebeurt niet bij de bond. Elise Tama neemt genoegen met wat de bond haar aanbiedt, terwijl ze al anderhalf jaar geen progressie maakt. Ze moet met een topcoach aan de slag. Het is de kracht van Krajicek dat ze haar eigen keuzes durft te maken. Wil ze met Schapers en haar vader reizen? Prima, zij gaat tenminste niet mee in de grijze massa.'

De afmelding van de nummer van de wereld, de Zwitser Roger Federer, voor het Davis Cupduel met Nederland kan Bogtstra nauwelijks bekoren. 'Wellicht speelt Zwitserland 2 volgend jaar tegen Nederland 3', klinkt het sarcastisch. Op dit moment zou de captain immers geen representatieve ploeg kunnen samenstellen. Het zegt genoeg dat Bogtstra tegen de Zwitsers een beroep moet doen op de chronisch geblesseerde Wessels en de reeds 29-jarige Van Scheppingen.

'Ik maak me grote zorgen over de toekomst', zegt Bogtstra. 'In de categorie van 20 tot 26 jaar hebben we niks. Opvolgers voor de huidige generatie staan niet klaar. Op termijn dreigen we onze plaats in de wereldgroep te verspelen. Niet het talent, maar de mentale weerbaarheid bepaalt of je een topper wordt. Daar ontbreekt het aan.

'Freddie Hemmes wordt in januari 24, maar hij is mentaal zo kwetsbaar. Nu verliest hij weer met 6-0, 6-1 van een nobody. Dat is geen uitslag voor een speler met zijn kwaliteiten. Tijdens de trainingen met Jong Oranje houd ik jongens als Steven Korteling, Jesse Huta-Galong en Nick van der Meer voor dat ze geen hoogvliegers zijn. Zoals jullie staan er nog 4000 klaar in de wereld, zei ik. Maar de totale overgave aan je sport, de absolute wil om te slagen kan het verschil maken.'

Bij de vrouwen is de situatie nog uitzichtlozer. Miriam Oremans was in 2002 de laatste Nederlandse speelster in de tophonderd. Van de Fed Cup had Bogtstra dan ook schoon genoeg. 'Ik schrok van het niveau in het internationale vrouwentennis. Als je een beetje kunt tennissen, sta je zo bij de beste honderdvijftig van de wereld. Het is extra schrijnend dat geen enkel Nederlands meisje daar bijhoort. Krajicek is het enige lichtpunt.'

Bogtstra geneerde zich dat hij voor de Fed Cup een beroep moest doen op tennistoeristen als Anousja van Exel en Tessy van de Ven. 'Die meisjes mochten in een trainingspak lopen met Nederland op hun rug. Waar hebben we het over? Maar ik had geen alternatief. Ik wil deze speelsters niet afvallen, ik wil weerlijk zijn.'

Het alternatief is zeker niet de rentree van een bijna 34-jarige oud-speelster, die volgend jaar competitie gaat spelen voor 't Melkhuisje, meent Bogtstra. Hij ergerde zich aan het aanbod van Brenda Schultz-McCarthy om weer voor het Fed Cupteam te gaan spelen. 'Ik vond het al vreemd dat Brenda niet eerst met mij contact opnam, maar zichzelf lanceerde met een wildwest-verhaal in de media.

'Die meid heeft vijf jaar niet getennist! Dan neem je jezelf toch niet serieus? Ik hoop niet dat de bond dat wdoet, want het is zo amateuristisch. Ik vind Brenda een geweldige meid, die een prachtige carri heeft gehad. Maar als ze hiermee bij me was gekomen, had ik gevraagd wie van ons als eerste mag lachen.'

Bogtstra ziet liever dat oud-prof Manon Bollegraf als nieuwe captain wordt aangesteld. 'Ik vind Manon een echte teamspeelster. Ze heeft op het hoogste niveau gedubbeld en kan jonge speelsters nog veel leren. Maar dan moet Bollegraf zich ook inzetten voor het Nederlandse tennis. De nieuwe captain moet een vijfjarenplan

voor de Fed Cup. Je moet niet een weekje bij die meisjes op een stoel gaan zitten en denken dat je weer klaar bent.'

Talentontwikkeling staat en valt bij een optimale begeleiding, meent Bogtstra. Ouders moeten zich volgens hem al helemaal niet bemoeien met hun tennissende kinderen. 'Ik heb Stephanie Herz al enkele jaren niet meer zien spelen, maar ze wordt nu begeleid door een kapper. Ik kan er niet tegen dat haar vader met die achtergrond de pretentie heeft om een tennistalent te coachen. Cas Spijkers vraagt mij toch ook niet hoe je een biefstuk moet bakken?

'Een herenkapper op de stoel van de coach, ik vind het een belediging voor ons vak. Vader Herz kan nog geen tennisracket vasthouden, na de breuk met de Amerikaanse school van Nick Bollettieri had hij zijn dochter meteen bij een Nederlandse toptrainer moeten afleveren. Hoe kan die man zichzelf nog serieus nemen?'

Zijn vertrek bij de KNLTB mag als een noodsignaal worden uitgelegd, erkent Bogtstra, met enige aarzeling. 'Je gaat niet bij je vrouw weg als je een gelukkig huwelijk hebt. Ik mis een echte topsportcultuur bij de KNLTB. De op na grootste sportbond van Nederland had allang een nationaal trainingscentrum moeten hebben. We trainen nu in Almere, maar die locatie heeft geen uitstraling.

'Ik wil topsport ruiken als ik een tennishal binnenkom, zoals in Valkenswaard bij Van Hulst. In Almere voel je niet dat Nederland nieuwe talenten klaarstoomt. Ik mis een klankbord, omdat ik bij de bond geen toptrainers om me heen heb. Over twee jaar kan het anders zijn, heeft technisch-directeur Felius me voorgehouden. Maar zolang wil ik niet wachten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden