Vastgeketend maar toch bevrijd

EEN VAN de leukste programma's op de Nederlandse televisie is Single Luck van Tonko Dop. Zelden is zo fraai in beeld gebracht hoe zich in een mensenleven een moment kan voordoen waarop alle lijnen samenkomen, alle signalen op groen springen en het succes voor één keer even onverwacht als genadeloos...

In Single Luck gaan aasgieren er meestal met het plotseling binnenstromende geld vandoor, de muzikanten in verbijstering achterlatend met niet meer dan de herinnering aan hún moment onder de zon, een moment dat naarmate de tijd verstrijkt steeds meer wegkrijgt van een onwerkelijke droom. Er zal toch inmiddels in Hilversum wel iemand op het idee zijn gekomen om Dops idee te jatten en op zoek te gaan naar het fenomeen Single Luck in de sport?

Het mooiste voorbeeld daarvan is natuurlijk Bob Beamon, de Amerikaanse verspringer die tijdens de Olympische Spelen van Mexico 1968 door de goden werd opgetild en een meter vérder werd neergegooid dan hij in zijn stoutste dromen had kunnen vermoeden: absurd wereldrecord, goud. De onverklaarbaarheid én onherhaalbaarheid van die gebeurtenis dreven Beamon later naar de grens van de waanzin.

Dat zal Servais Knaven niet overkomen. Zijn overwinning in Parijs-Roubaix was wel onverwacht, maar niet verstandsverbijsterend onverwacht. Toch staat het nu al bijna vast dat Knaven de rest van zijn leven achtervolgd zal worden door één gebeurtenis: de zege in de mythische Parijs-Roubaix van 15 april 2001. God geve hem een lang en gelukkig leven, maar bij zijn overlijden zal Parijs-Roubaix het centrale thema zijn van alle in memoriams.

Al is dat natuurlijk niet voor hónderd procent zeker. Misschien wint hij na zijn wielerloopbaan ook nog de Nobelprijs voor de literatuur. Maar zelfs dan blijft Knaven voor mij de winnaar van Parijs-Roubaix 2001 (en de Nobelprijs 2023) en niet andersom. Parijs-Roubaix is veel belangrijker dan de Nobelprijs.

(Waarom lukt het me tegenwoordig nog maar zelden om de volle negentig minuten van een voetbalwedstrijd uit te zitten, en kijk ik moeiteloos vijf uur achter elkaar naar fietsende mannen? Zondag la Doyenne, Luik-Bastenaken-Luik, Boogerd, het kan niet op. Vermoedelijk heeft het te maken met schaarste. Wielrennen kent jaarlijks een stuk of zes hoogtijdagen en drie hoogtijweken, terwijl het voetbal is verzand in een geestdodende aaneenschakeling van kunstmatig opgepepte hoogtepunten; tien aaneengesloten toppen vormen samen een saaie vlakte).

Knaven, hadden we het over. Is het erg om op je dertigste voor de rest van je leven te worden vastgeketend aan één grote gebeurtenis? Wielrenners lijken dat niet bezwaarlijk te vinden. Hennie Kuiper is mijn held, maar ik merk dat zijn grootse carrière zich in mijn herinnering steeds meer samenbalt in één typerend moment van oneindige dichtheid: met een wiel in zijn hand, smekend om hulp, besmeurd langs de kant van de weg tijdens Parijs-Roubaix 1983.

Hennie Kuiper zegt nooit: Hou daar eens over op, moet je de rest van mijn erelijst zien. Hij vindt het niet erg dat hij, gesymboliseerd in één moment, zal voortleven als de man van de ultieme zege op het noodlot. Gelijk heeft hij. Er zijn mensen die om minder een plaats in de sporthistorie claimen.

Het is in de sport altíjd het drama, het wankelen op het randje van de tragische ondergang, dat prestaties ver boven de simpele definities van winst en verlies verheft en een bijzonder perspectief verleent.

(De zege van Knaven voltrok zich daarvoor eigenlijk te veel volgens de wetten van de wielerlogica. Het was nog mooier geweest wanneer hij twee kilometer voor het einde lek was gereden, uit alle macht doorstampend het noodlot van zich af had geschopt, op de wielerbaan ten val was gekomen, huilend weer was opgekrabbeld en een meter na de finish zegevierend in elkaar was gestort. Maar je kunt niet alles hebben).

Misschien kom ik Servais Knaven over een jaar of dertig ergens tegen. Gaan we het fijn hebben over die sluipende demarrage in de Hel, in het jaar Onzes Heren 2001, zíjn moment van Single Luck, toen de rest van zijn leven werd bepaald en Servais Knaven dé Servais Knaven werd.

Ik hoop dat hij de trots dan nog steeds met zich meedraagt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden