Vaste routes door het dagelijks leven

Het beeld van Leopold, de muskus os, Erasmus en de Erasmusbrug. Bij elkaar vormen beelden het gezicht van een stad, maar ze tekenen ook met onzichtbare lijnen een portret van binnenuit....

EÉN GEHEIM bewaarde Boedapest voor mij die winter. Alle beelden in de stad waren tegen vorst ingepakt en omgord met grote jassen van vaal zeildoek. Alleen aan de vorm kon je iets vermoeden, maar dan nog. Die piramide zou een beeld van een staand persoon op een sokkel kunnen zijn, dat parallellogram waarschijnlijk een ruiter te paard. Het was grijs winterweer en die vrijwel vormloze, grijze objecten benadrukten dat nog eens. Er ging een huivering van uit.

Aan de plek waar ze stonden, kon je zien dat ze in een ander seizoen er het centrum van waren, een geliefde afspraakplek, groot en markerend. Nu waren ze niet meer dan in de wind wapperende omhulsels, die aan hun sjortouwen rukten, loos en zinloos. Ze hadden hun geschiedenis en betekenis verloren en waren symbool van de winterkou geworden en van de mensen die er achteloos aan voorbij gingen, haastig op weg naar de warmte van hun huis.

Ik weet nu dat het vroeger in Rotterdam ook zo toeging en dat elke winter het beeld van Tollens in een grote, grijs geschilderde kist, gevuld met stro en voorzien van een groot slot, werd verpakt.

Het is nu niet meer nodig. De oude dichter is hele jaar door te zien, volgespoten met vorstwerende siliconen. En de dichter van nu (René Puthaar) heeft aan de nagedachtenis van Tollens zijn eigen versregels toegevoegd: Men heeft de namen vastgelegd alsof hun taal/ mij nog iets zegt. Mijn sokkel weet niet wie ik ben.

Een van de eerste vruchten van Rotterdam, de culturele hoofdstad van Europa in 2001, is het 'cultureel tijdsdocument' Beelden in vervoering, een verzameling van gedichten, foto's en herinneringen, plus een cd met muziek en voordracht rond vijftien beelden in de stad. Naar een idee van de dichteres Jana Beranová kozen vijftien dichters een beeld, waar vijftien fotografen weer hun visie op gaven. Vijftien componisten zetten die gedichten vervolgens op muziek of gaven hun eigen interpretatie aan het beeld van hun keuze.

Iedereen heeft, als hij vrij mag kiezen, zijn eigen voorkeuren. Rotterdam in beelden is voor mij De verwoeste stad van Zadkine, de constructie van Naum Gabo bij de Bijenkorf en De Be lichaamde Eenheid van Wessel Couzijn, die de verwoesting in de oorlog en de wederopbouw vertegenwoordigen. En De Hef (de brug en de film van Joris Ivens) dat geen beeld is, maar in zijn monumentaliteit veel meer dan alleen een oude spoorbrug. De Hef vormde met zijn ingenieuze stoommechaniek de oorsprong van het beeld van Rotterdam als dynamische stad.

Zo zijn er meer beelden in Rotterdam, die ik altijd wel weer wil zien, de monumenten die aan Louis Davids en Ketelbinkie zijn opgedragen bijvoorbeeld, maar dat zijn geen beelden maar handvatten voor sentiment. Ze staan weer symbool voor de stadsvernieuwing in de jaren tachtig, net als de beelden van het collectief Kunst & Vaarwerk. Dan is het postmodernisme er nog vertegenwoordigd in een grillige constructie van Coop Himmelb(l)au en heeft De Hef, als beeldbepaler, zijn opvolger gevonden in de elegante Erasmusbrug van Ben van Berkel.

Beelden in vervoering biedt een verrassend nieuwe keuze. Er zitten een paar oervaders uit de beeldhouwkunst bij: het oudste, het Erasmusbeeld van Hendrick de Keyser, dateert van 1622; de Tollens van Johan Th. Stracké is van 1860 en de dichter en classicus J.H. Leo pold van Charlotte van Pallandt werd in 1969 geplaatst. Maar de meeste andere beelden - Rotterdam is een dynamische stad - zijn uit de jaren negentig, net oud genoeg om ingeburgerd te raken.

Het tijdsdocument is geen beeldengids, maar een heel persoonlijke ervaring, driemaal in vijftienvoud verteld, van bijzondere plekken in de stad. Want het gaat de dichters, fotografen en componisten vaak niet om het beeld alleen, maar ook om de omgeving waarin ze staan. Beelden worden niet zomaar ergens neergezet, maar altijd op een bijzondere plek - aan de kade van de Maas, op een stads- of buurtplein, in een park, aan de voet van een geboortehuis. Of ze omhullen iets dat we liever niet willen zien, leiden de aandacht af, zoals de wand van bloeiend rode rozen van Lydia Schouten die de vuilverbranding omsluit, waarbij Rien Vroegindeweij weer dichtte: We trekken de metaforen op het droge/ en hangen ze in de hoge woorden van de kunst.

Vijftien Rotterdamse beelden vertellen - alleen als beeld al, want de meeste werden ontworpen voor de plek waar ze staan - hun verhalen van de stad. In de interpretatie van deze bundel komen er vele nieuwe verhalen bij. Zo groeide er een nieuw stadsverhaal, van persoonlijke belevenissen en gebeurtenissen, van herinneringen en verlangens, tussen die beelden door. Als een portret van Rotterdam van binnenuit, een doorgaans onzichtbaar web, getekend met de lijnen die ieder persoonlijk door de stad trekt in de vaste routes van het dagelijks leven.

Soms zijn die verhalen (en de keuze van een beeld) voorspelbaar en verbond de dichter Frans Vogel zich zo met het beeld van Daan van Golden en Jules Deelder met het monument voor de bokser Bep van Klaveren. De dichter Maba Kudivwila, de fotografe Helena van der Kraan en de componist Eric de Clerq lieten zich inspireren door het beeld van Tsaar Peter de Grote van Leonid Baranov. Voor Baranov zelf, Van der Kraan en De Clerq was de Maas bepalend en het beeld dat erover uitkijkt, het water dat naar zee stroomt. Bij de dichter kwam een herinnering boven aan een Italiaans meisje: 'Zij boog haar hoofd en zoende mijn dikke lippen. Het was de eerste keer dat ze een donkere, een Kongolese man zoende. Blind voor onze rassen, blind voor de donkerheid van de nacht, waren wij dronken van liefdesgevoelens.'

Zo heeft iedereen zijn verhaal en zijn er meer verrassende uitkomsten; verbond Peter Swanborn zich met zijn jeugdherinneringen aan het beeld van Leopold en koestert Anne Vegter een bronzen muskus os: 'Ik viel onmiddellijk voor het dier. Wat een prachtige rug. Maar ook zijn karakter boeide me. De muskus os is zeer sociaal. Als er gevaar dreigt, maken de sterkste dieren een muur rond de kudde als bescherming. De Crooswijkers vormden ook zo'n hechte groep, vond ik.'

De gedichten, de foto's, de herinneringen van een beeldhouwer, dichter, fotograaf of componist aan een bepaalde plek in de stad kunnen heel anecdotisch Rotterdams zijn, een vertederende jeugdervaring inhouden, maar ook een hele intense levensbepalende. Bij het beeld Lost luggage depot door de Amerikaanse beeldhouwer Jeff Wall van vergeten koffers, pakken, kisten en dozen, ontworpen ter herinnering aan de emigranten, die van hier naar de Nieuwe Wereld vertrokken en er hun jeugd achterlieten, komt bij Jana Beronová een vlucht uit de Koude Oorlog boven: We liepen./ De bergkam had/ gaten in zijn tanden en het kind/ vleugels op haar rug:/ schooltasje, foto van de klas,/ krabbel van de eerste liefde.

Soms neemt een gedicht een beeld heel letterlijk, verklaart, legt uit, zet er een aureool van woorden omheen, dan hakte de dichter met zijn woorden mee in steen. Soms verklaart een beeldhouwer zelf zijn werk of vertelt van de beleving ervan in de buurt, zoals Eddy Roos over zijn Luchtdanseres bij het metrostation Delfshaven, die door de buurt in de gaten wordt gehouden. Zozeer dat hij zelf tot de orde werd geroepen, toen hij het een keer in de was wilde zetten. Desondanks heeft 'een verliefde vandaal' de danseres toch een keer de nagels gelakt. Jules Deelder nam de opdracht recht voor zijn raap en schreef een lijflied voor de bokser Bep van Klaveren. Hij sloeg ze te pletter/ hij sloeg ze aan gort/ beng in de lever/ beng opter strot.

De muziek legt er - in solozang of ensemblespel, in composities die aan Jazz & Poetry doen denken, in koor- of carillonmuziek, in straatgeluiden en elektronische muziek zijn eigen mijmeringen overheen, behalve bij het beeld van Bep van Klaveren, de bokser uit Crooswijk, daar maakte Pierre van Duyl - een linkse van ijzer/ een rechtse van steen - een stevige smartlap van.

In tussenhoofdstukken in Beelden in vervoering wordt de geschiedenis van het beeld in Rotterdam behandeld. En het fenomeen dat je er vaak naar moet lopen zoeken, terwijl je toch zo zeker wist waar ze stonden. In Rotterdam, is de verklaring, wordt altijd gebouwd en daar moet een beeld dan weer voor wijken en ergens anders worden neergezet. Het record is wat betreft gebroken door L'homme qui marche van Auguste Rodin. Het werd liefst vijf keer verplaatst maar is later ook nog gezien in Bremen, Keulen, Düsseldorf en op het Lange Voorhout in Den Haag.

Beelden in vervoering sluit af met een apart katern gewijd aan zusterstad Porto, de cd met een fado gewijd aan het beeld van Zadkine, Ah Roterdão, rodeada de tristes ventos e névoas - O Rotterdam, vol trieste wind en wolkenlucht. De dynamische stad kent ook de bankjes van Jan van Munster bij het station Blaak, voor mij het meest verrassende beeld in deze keuze. Snelle passen, schelle stemmen/ harde hakken, glimmend leer/ losse veters, kinderlaarzen/ het gerucht van het verkeer vat de dichter Kasia Chotkowska de drukte samen en vertelt erbij dat velen de vorm van de bankjes nooit hebben opgemerkt. 'Ook ik liep er jarenlang voorbij.'

De bankjes zijn gehakt in de letters IK, maar de haastige voorbijganger ziet alleen een bankje, straatmeubilair. Pas de foto, van boven genomen, onthult de vorm van het straatmeubilair: allemaal Ikken, net als de mensen die erlangs snellen en opgaan in de drukte van de stad. Alleen wie geen haast heeft herkent er zijn eigen Ik in.

Beelden in vervoering/ Captured Images. Uitgeverij Bèta Imaginations, fl 69,90. Tentoonstelling Kunsthal Rotterdam, tot en met 1 april.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden