Vaste klant bij de kapper van Capote

Lui blader ik op een zaterdagmiddag door de Vanity Fair, wanneer mijn oog plotseling blijft steken bij een zwart-witfoto van een elegante vrouw en man op de stoep voor The Colony, een fameus New Yorks societyrestaurant. Normaal zou ik eerst de vrouw in haar zomerse doorknoopjurk hebben bekeken, maar nu ga ik volledig op in de man.


Alles aan hem is superieur: zijn pak, zijn stropdas, zijn zonnebril, zijn schoenen, zijn licht opgeheven kin, de spottende mond. Waar ik echter vooral naar kijk, is zijn haar. Het is blond, het is steil, het is dun, het is niks, maar het zit perfect.


Iets komt ineens heel dichtbij, al lijkt het nog zo ver weg. De foto is van 1968. De vrouw is Lee Radziwill, de zus van Jacqueline Kennedy. De man is Truman Capote, de schrijver die twee jaar daarvoor zijn wereldberoemde boek In Cold Blood heeft geschreven. In tijd en talent, in roem en rijkdom is de afstand tussen hem en mij oneindig. Toch is er een band, een heel intieme, zelfs lichamelijke band: Capote en ik hebben dezelfde kapper.


De schrijver is dood, maar ooit liet hij zich driemaal per week knippen, scheren of masseren door Rocco Scali in de kapperszaak van het Hotel St. George in Brooklyn Heights. Het hotel is er niet meer, het is een studentenhuis nu, maar Rocky's handen voelen bij het wassen nog net zo weldadig aan als toen Capote daar in diezelfde stoel zat.


Sommige mensen bestrijden hun nietigheid door het aantal handdrukken te tellen dat ze verwijderd zijn van beroemdheden, maar bij mij zijn het de vingertoppen van een 72-jarige Italiaan die de schakel vormen tussen mijn hoofdhuid en die van een vermaard schrijver. Elke keer als ik met mijn kin voorover op de plastic rand van de zwarte maar wit uitgeslagen spoelbak rust, Rocky met een soort tuinslang mijn hoofd besproeit en het lauwe water alle luchtwegen dreigt af te snijden, voel ik me druipend van het water en naar adem happend intens verbonden met de dode maar grote Capote.


De tijd is dan even uitgeschakeld. Zoals bij alles in The Cutting Den aan Henry Street. Rocky kwam in 1958 als 18-jarige Siciliaan in de zaak en werkt er 54 jaar later nog. Tommy LaMarca, de eigenaar, nam de zaak over van zijn vader en die weer van zijn vader. Het interieur bleef hetzelfde. Capotes geest waart er rond, en die van Arthur Miller, een andere klant.


Rocky knipte het haar van Capote een dag voordat die naar Kansas ging om onderzoek te doen naar de gruwelijke moord op een boerengezin voor wat het boek In Cold Blood zou worden. Verder zegt Rocky niet veel. 'Een kapper praat niet over zijn klanten.'


Rocky knipte ook Luca Brasi, de reus uit The Godfather die vuile klusjes voor de familie Corleone opknapte. Hij was in de zaak toen in de cocktailbar van Hotel St. George de scène werd opgenomen waarin hij gewurgd wordt. Zijn ogen puilen uit als het leven uit hem wegglijdt en hij even later bij de vissen zal slapen. Maar zijn haar zat goed. Dankzij Rocky, die de ex-worstelaar Brasi 'een soortement sufferd' noemt.


Het is de enige indiscretie in een sleetse barbershop vol verhalen. Het is Amerika's magie. Een landschap, een locatie, een kapperszaak - al lijkt het nog zo gewoon, voor je het weet ben je deel van iets groters.


Rocky glimlacht. Het leven draait niet alleen om grootheden. Als ik een keer bel voor een afspraak, grapt een Puerto Ricaanse vrouwelijke collega: 'Rocky? Die is er niet. Hij is op straat, meisjes kijken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden