'Varkens zijn echt... leuke dieren'

Het beroerde imago van de varkensboeren ging haar als kind al aan het hart. Nu is Ingrid Jansen (29) hun voorvrouw en zegt ze: de staldeuren moeten wagenwijd open.

Er zijn twaalf miljoen varkens in Nederland. Op zesduizend boerderijen. En als het erover gaat, gaat het over varkensflats, megastallen, veevervoer, mestbergen, ammoniaklucht en bio-industrie.


Entree Ingrid Jansen, de nieuwe voorvrouw van de varkensboeren. Ze is jong (29) en ambitieus, ze weet de weg in Den Haag en Brussel, ze studeerde af (bestuurskunde, Leiden) op een van haar grootste tegenstanders: de Partij voor de Dieren.


En ze houdt van varkens. Daar is ze mee opgegroeid.


'Je mag gerust weten: als ik met mijn autootje rondcross door het land en ik zie mooie stallen staan, dan word ik daar blij van. En als ik in de stal kom en zie hoe de boer met zijn dieren omgaat, dat is prachtig. Een varkensboer is 24 uur per dag met zijn dieren bezig. Dat is echte passie.'


En: 'Er is nog steeds bestaansrecht voor ons, varkenshouders. Daarvan ben ik overtuigd. Als je in het buitenland vraagt waar ze aan denken bij Nederland, dan zijn dat nu koeien en tulpen en klompen. Daar moet bij: varkens.'


Ze is nu zes weken voorzitter van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) en dat bleef niet onopgemerkt. Een jonge vrouw, zegt ze zelf, dat helpt misschien. 'Als het me een podium geeft, dan heb ik daar geen problemen mee.' Aan haar de opdracht het imago van de varkensboer een slinger te geven, tegen de stroom in: 'Ik wil zorgen dat de varkenshouderij uit het verdomhoekje komt. Dat de boeren trots zijn op wat ze doen.'


Ze is op bezoek bij boer Gert Vaarkamp (42), die filterkoffie schenkt aan de keukentafel en haar dan meeneemt zijn stallen in. Hij bewoont en bestiert het bedrijf in zijn eentje. Het is gebouwd door zijn grootouders, in 1928. Het is klein, zegt hij, het zijn niet meer dan honderd zeugen. Vlakbij is een boer met tweeduizend zeugen, drie lagen hoog, één laag onder de grond, 'een bunker van beton'. Niks voor hem.


De bank wil dat Gert groot denkt, zegt hij: voor duizend dieren krijg je geen lening, met vijfduizend wordt het pas interessant. 'Ik denk: jullie kunnen me wat. Ik wil eigen baas zijn. De banken zijn de schuld dat het allemaal zo groot is geworden.'


Ingrid Jansen houdt zich daar even op de vlakte. Elke boer is anders, zegt ze.


Gert hoopt dat ze meer saamhorigheid kan brengen onder de varkenshouders. 'Heb je wel eens twee boeren samen zien optrekken? Het is ieder voor zich, dat is best jammer.'


Zelf zegt de nieuwe voorzitter dat ze 'een visie' aan het schrijven is, om dat te bereiken. Daarop staan haar 'punten aan de horizon': meer saamhorigheid inderdaad en meer weerwerk tegen de argwanende buitenwereld. 'Maar ik koppel wel alles terug naar de boeren, zodat die goed zijn aangehaakt. Bij ons geldt: de boer staat aan het roer.'

Wat zijn dat voor dieren, varkens?

Ze glundert. 'Varkens zijn echt... leuke dieren. Slim en nieuwsgierig. Als je in zo'n hok staat, komen ze naar je toe. De biggen blijven je eerst een tijdje aankijken, maar op een gegeven moment ben je onderdeel van de groep. Dan gaan ze met je ravotten. Klinkt misschien vreemd, maar zo is het wel.'


Ze heeft een stofjas aangetrokken en wandelt door het wat verscholen en bemoste complex van smalle, bakstenen schuren in het buitengebied van Lunteren. Ze kent de weg, ze is precies zo opgegroeid als Gert.


Ze weet: een zeug bigt 2,4 keer per jaar. Een zwangerschap duurt drie maanden, drie weken en drie dagen. Na drie maanden wordt een big verkocht. De prijzen zijn niet om over naar huis te schrijven: 1,5 euro per kilo. Maar er valt van te leven.


De geur, die een dag later nog in je neus hangt - ook daaraan kun je wennen.


De zeugen en biggen hier hebben vloerverwarming en kunststof roosters in hun hokken, dat ziet ze meteen. Dat is, zegt ze ook meteen, duurzaam en diervriendelijk.


Gert vertelt in de stal dat hij één beer heeft, die hij af en toe langs de zeugen laat lopen. Zo kan hij zien of ze berig zijn.


'Waar dek je mee?', vraagt Ingrid Jansen.


'Half Piétrain.'


'En dit is groepshuisvesting hè.'


'Ja, eerst had je korte boxen met een riem om de buik. Nu is groepshuisvesting opgelegd.'


Gert Vaarkamp is aangesloten bij een van de keurmerken voor duurzaam ketenvlees die er inmiddels zijn. 'Mensen als Gert', zegt ze, 'zijn zo betrokken bij hun dieren, ze zorgen er met zo veel passie voor.' En in de kraamstal, waar de biggen krioelen rond hun moeders, die zogen in hun hokken: 'Denk je echt dat een zeug zo veel biggen zou krijgen als ze het niet naar hun zin zouden hebben? Varkens zijn heel stressgevoelig. Dat zou je meteen merken.'

Je kiest zeker een mooi bedrijf uit om te laten zien?

'Nee, nee. Natuurlijk zijn er soms ondernemers die het minder nauw nemen, maar dat zijn uitzonderingen. De meesten zorgen echt goed voor hun dieren, dat zie ik overal waar ik kom.'


Het varken, zegt ze ook, is het 'ultieme kringloopdier'. Negentig procent ervan wordt te gelde gemaakt. Vierkantsverwaarding, noemen veeboeren dat. Nederlanders eten de karbonades en de filets, de buiken gaan naar Rusland, de poten naar Spanje, de oren naar China. 'Dat is toch ook mooi om te vertellen.'


Ingrid Jansen was 15 toen ze thuis op de varkenshouderij in Galder, West-Brabant, spandoeken beschilderde. Oudste van drie zussen, middelgroot bedrijf. 'U moet heel goed weten hoe wij zorgen voor uw eten', stond op die spandoeken. 'Ja, echt waar. Omdat ik het belangrijk vond dat mensen weten waar hun eten vandaan komt. Het wordt maar als vanzelfsprekend aangenomen dat er betaalbaar voedsel is. Mensen zijn vergeten dat het bij de boer wordt geproduceerd. Dat wilde ik laten zien.'

Hoe is het om tussen de varkens op te groeien?

'Ik gun het ieder kind. Toen ik klein was, had ik een rood fietsje en sprintte ik door de gangen van de varkensstal. Ik bleef daar maar rondjes fietsen. Sinds mijn 15de heb ik die drive gehad om het imago van de sector te verbeteren. Mijn zus vroeg me wat ik wilde gaan doen later. Ik zei: ik wil het imago van de sector verbeteren.'

Meen je dat?

'Ja. Ik heb daar als kind veel over nagedacht. Mijn ouders werken hard voor de zaak, met heel veel zorg voor de dieren. Maar ik zag toen al hoe de maatschappij daar steeds verder van af kwam te staan en dacht: daar moet ik wat aan doen. En dat kan maar op één manier, via de politiek.'

Een meisje van 15 dat nadenkt over de sector, het imago en de politiek.

'Ja. Dat zit diep. Het is een rode lijn in mijn leven.'


En nu is Ingrid Jansen dus de nieuwe Wien van den Brink: de radicale boerenvakbondsleider die in de jaren negentig met trekkers optrok naar het provinciehuis van Arnhem, wegblokkades organiseerde, het mestbeleid vergeleek met 'etnische zuivering' en werd gearresteerd voor inbraak bij het Bureau Mestheffingen. Hij was het die de NVV oprichtte: man met pijp en baard en een kop van beton. Een hardhandige vertegenwoordiger van varkensboeren in nood.


Het was een andere tijd, zegt ze. Heel anders. 'Ik kan wel trekker rijden, maar ga geen wegen blokkeren. Ik ga het op mijn eigen manier doen. We zijn als vakbond vaste gesprekspartner voor de verschillende stakeholders. Het sluit ook aan bij mijn intrinsieke motivatie. Ik kan hier echt mijn hele ziel en zaligheid in leggen.'

Stakeholders, intrinsieke motivatie - zijn dat woorden die bij varkensboeren passen?

Ze lacht. 'Ik heb bestuurskunde gestudeerd, en daar spreek je alleen maar over issuemanagement en stakeholders. Maar vergis je niet: er zijn veel jonge boeren die hoogopgeleid zijn. Je hebt veel kennis nodig, alles is geautomatiseerd. Je moet aan zo veel regels voldoen. Boeren zijn erg bekend met dit soort processen.'


Het is ook de taal van de politiek, die ze leerde spreken in Den Haag en Brussel. Op haar 16de werd ze lid van de JOVD, de jongerentak van de VVD, waarvoor ze een paar jaar in het hoofdbestuur zat. Nog tijdens haar studie was ze assistent van senator Uri Rosenthal. Traineeship bij het ministerie van Financiën, politiek assistent van VVD-europarlementariër Jan Mulder, en tot voor kort senior beleidsmedewerker landbouw van de VVD-fractie in Den Haag.


De logische volgende stap was een Kamerlidmaatschap geweest. 'Daarvoor ben ik misschien nog wat te jong', zegt ze. En bovendien is ze nog steeds het meisje dat op een rood fietsje door de stallen van haar ouders reed. 'Ik heb twee passies: landbouw en politiek. Die probeer ik te verenigen in de keuzes die ik maak.'


Haar scriptie ging over de macht van de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme. Die is de laatste jaren groot geworden. 'Je ziet dat ze invloed hebben. Ze halen vaak meerderheden in de Tweede Kamer. Daar moet je echt rekening mee houden.'


Wat dat betreft is ze een goede tegenpool. Een anti-Thieme.

Wat vind je van het woord bio-industrie?

'Daar praat ik niet over. Dat bestaat niet.'

Waarom niet?

'Ik heb het liever over hoogproductieve veehouderij.'

Het is wel de marketingterm van je tegenstanders.

'Ja. Maar het is ook goed om daar een tegengeluid te laten horen.'


Haar tegenstanders: Milieudefensie, Wakker Dier, de Partij voor de Dieren, Varkens in Nood. 'Gevestigde organisaties', in haar eigen woorden, die uitgekiende campagnes voeren tegen het fokken van varkens in 'kale, donkere, stinkende hokken'.


Die laatste komt van Varkens in Nood, dat op fietspaden in het buitengebied slogans schildert: 'Varkens, je ziet ze niet, maar ze zijn er wel.'


'De waarheid', zegt Ingrid Jansen, 'wordt bepaald door die gevestigde organisaties. Er is veel onwetendheid over hoe de varkenshouderij in elkaar steekt. Het is mijn taak iets tegenover dat beeld te stellen.'

Wat zien we dan precies verkeerd?

'De varkenshouderijsector doet het heel goed. Wageningen Universiteit heeft berekend dat er elders in de wereld twee zeugen nodig zijn om dezelfde vleesopbrengst te realiseren als één Nederlandse zeug. De sector produceert zonder één cent subsidie. En ondanks alle maatregelen die we hebben in Nederland op het gebied van milieu, lucht en dierenwelzijn zijn we nog steeds concurrerend. De sector draagt 3,5 miljard euro bij aan de Nederlandse economie. Wij zijn de top als het gaat om varkens en varkensvlees.'

Dat is het economische verhaal.

'Nee, niet alleen. Ook dierenwelzijn en -gezondheid hebben een goed peil. Van alle boeren hebben de varkensboeren het sterkst geminderd met antibiotica. De dieren worden diervriendelijk gehouden. Mensen komen uit de hele wereld kijken hoe goed wij voor onze dieren zorgen - uit Korea, uit Amerika.'

Dus Varkens in Nood heeft het mis.

'Ik zeg niet dat ze het mis hebben. Wij sluiten onze ogen niet voor de problemen die er zijn. Maar de sector doet het gewoon goed. Er is een positieve flow waarneembaar. Daarom zeg ik: de staldeuren moeten wagenwijd open. Boeren moeten laten zien waar ze mee bezig zijn.'


Gert Vaarkamp knikt. Het is, zegt hij, mooi als stadsmensen in zijn stallen komen kijken. Ze hebben geen idee. 'Het is niet gemakkelijk om varkensboer te zijn. Je krijgt allemaal kritiek over je heen en je verdient bijna niks.'

Maar je ziet geen varkens rollen in de modder. Ook hier niet.

Jansen: 'Nee. Maar hier in de stal zie je ze wel gewoon hun natuurlijke gedrag vertonen.'


Vaarkamp: 'Nou, ik kan de consumenten wel begrijpen dat ze de zeugen liever in het stro zien. Mijn vader zei: ik ben begonnen op stro en daar gaan we ook weer eindigen.'

INGRID JANSEN

1984 geboren in het West-Brabantse Galder. Groeide op een varkensbedrijf op


2003-2009 opleiding bestuurskunde in Leiden en Rotterdam. Tijdens de studie twee jaar actief als politiek assistent van VVD-senator Uri Rosenthal


2006-2010 penningmeester en vicevoorzitter JOVD, de jongerenvereniging van de VVD


2009-2011 trainee bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Rekenkamer


2011-2014 beleidsmedewerker Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de VVD


2014 voorzitter Nederlandse Vakbond Varkenshouders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden