Vanzelfsprekende muzikaliteit

DANS..

AMSTERDAM Het is goed de dansers van Het Nationale Ballet weer eens van dichtbij te zien. Hoe menselijk zijn ze toch ook, met dat zweet op hun rug. En wat blijft het gruwelijk als iemand gemaakt glimlacht, iets waar dansers een handje van hebben.

Los hiervan is het nieuwe reisprogramma – niet gemaakt voor het grootse Muziektheater in Amsterdam maar voor intiemere schouwburgpodia – ook gewoon erg mooi. Concerto bestaat volledig uit choreografieën die zijn gemaakt op concerten, muziek voor orkest en solisten.

De choreograaf van het muziekballet George Balanchine vangt de muziek in al haar rijkdom, of ze nu spannend, lyrisch of speels is. Hij omarmt het programma met Concerto Barocco (op het Dubbelvioolconcert van Bach) en Stravinsky Violin Concerto. Deze twee neoklassieke werken zijn gesneden koek voor het gezelschap, maar de krachtige en statige Vera Tsyganova, de kwetsbare en lyrische Anu Viheriaranta en de zekere en soepele Cédric Ygnace zorgden toch weer voor nieuw elan.

Aan de dansers zie je hoeveel plezier Balanchine gehad moet hebben bij het bedenken van al die ingenieuze patronen, inclusief kruip-door-sluip-doorspelletjes, vervlochten lijnen van armen en benen en razendsnel spitzenwerk. Symmetrie is uiterst belangrijk; twee solisten staan voor twee groepen van vier dansers, vier paren draaien als windwijzers rond en waar eerst vier mannen en een vrouw opkomen, verschijnen vervolgens vier vrouwen en een man. Maar de muzikaliteit is zo vanzelfsprekend en de verscheidenheid in het bewegingsmateriaal zo groot, dat het nergens star wordt.

Het nieuwe Dumbarton Dances van huischoreograaf Krzystof Pastor is een mannenstuk, en in die zin een aanwinst. Het ballet is gezet op het kamerconcert Dumbarton Oaks van Stravinsky, een componist die veel voor dans heeft geschreven.

Acht jongens gaan vol energie en bravoure een onbezorgd dansspel aan, alsof ze op een mooie zomerdag in de tuin van een landgoed aan het lanterfanten zijn. Als in een battle doen ze hun solo, en hier en daar komen ook wat kleine variaties uit de groep los.

Erg jammer alleen dat Pastor zijn vloeiende stijl niet wat tegengas geeft. Feitelijk kabbelt alles even vriendelijk door. De ouderwetse mimescènes, waarin de jongelui proberen elkaar realistisch aan te stoten en toe te lachen, maken het stuk bovendien onnodig stroperig.

Bij Hans van Manen zie je gelukkig weer dat dans naast energie ook spanning en onderhuidse verhalen in zich kan hebben. Zijn Concertante op muziek van Frank Martin is één groot afhouden, met armen die ‘nee’ gebaren, handen die ‘stop’ zeggen en lijven die zich van elkaar wegstrekken. De twee duetten spannen wat dat betreft de kroon, met schouders die als gestoken reageren bij elke aanraking en een hand die naar een keel grijpt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden