ReportageBeiroet

Vanuit zijn rolstoel bouwt Marc ­Torbey Helou Beiroet weer op

Marc ­Torbey Helou komt meerdere keren per week kijken hoe het met de herbouw in de wijk Karantina gaat.Beeld Diego Ibarra Sánchez

De opbouw van Beiroet, na de verwoestende explosie begin augustus, ligt grotendeels in handen van particulieren. Marc ­Torbey Helou is onder hen de meest opvallende verschijning. Zijn doel: het herstel van de volkswijk Karantina.

De man die in Beiroet hele straten uit het puin doet herrijzen, zit in een elektrische rolstoel. Marc ­Torbey Helou (33) kan niet lopen en zijn armen nauwelijks gebruiken. Zijn telefoon, die constant overgaat, want Marc heeft het druk, bedient hij met een stokje dat hij tussen zijn tanden klemt.

Meerdere keren per week kijkt Marc hoe het staat met de herbouw van de straten die onder zijn leiding onderhanden worden genomen. Als hij komt, ontstaat een menigte. Omwonenden rennen uit hun beschadigde huizen achter Marc aan, die behoedzaam door de half geruïneerde straten rijdt. Ze willen met Marc op de foto. Ze bedanken hem.

Dit verhaal speelt zich af in de volksbuurt Karantina (‘Quarantaine’), pal achter de haven van Beiroet. De huizen in Karantina zijn zwaar beschadigd als gevolg van de verwoestende explosie die op

203 doden, duizenden gewonden

4 augustus in de haven plaatsvond – 203 doden, duizenden gewonden, honderdduizenden inwoners die niet meer thuis konden slapen. Deze inwoners vinden nu langzaam hun weg terug naar de stoffige bouwput die het centrum van Beiroet is geworden.

Inwoners van Karantina en andere beschadigde stadsdelen hoeven niet te rekenen op hulp van de Libanese overheid. De oude regering moest aftreden na de explosie. Een nieuwe regering is na ruim twee maanden nog steeds niet geformeerd. De president van Libanon, Michel Aoun, liet in ­september aan de Verenigde Naties weten dat zijn overheid de herbouw niet alleen af kan. Hij vraagt om internationale hulp.

Europese overheden, in het verleden genegen om Libanon zonder meer de helpende hand te reiken, zijn nu echter terughoudend. De Franse president Macron waarschuwde onlangs voor ‘corruptie’ die in alle lagen van het Libanese staatsbestel is doorgedrongen. Nederland wil in Europees verband ‘voorwaarden’ verbinden aan hulp, omdat die anders mogelijk in verkeerde handen valt.

Illustratief is de gang van zaken rond een lading thee die de Libanese president Michel Aoun daags na de explosie kreeg van de regering van Sri Lanka. De thee was bedoeld als noodrantsoen voor Libanezen die door de explosie dakloos waren getroffen. Maar in de getroffen wijken kregen ze de thee nooit te drinken, want president Aoun gaf de thee volgens een officiële verklaring cadeau aan ‘de families van soldaten in zijn lijfwacht’.

Loterij

Dat Beiroet toch tekenen van herstel vertoont, is te danken aan particulier initiatief. Naast officiële hulporganisaties zijn er tal van spontane acties, rijp en groen door elkaar. Jonge hoogopgeleide Libanezen zamelen geld in voor herbouw via Instagram en andere sociale media. Geldschieters, vaak rijke Libanezen in de diaspora, kiezen aan de hand van foto’s welk huis ze willen laten aanpakken.

‘Alsof je de loterij hebt gewonnen’, zegt Razmieq Masserijan, een inwoner van Karantina die kort na de explosie bezoek kreeg van twee jonge ­Libanezen om te vertellen dat zijn huis met geld van een Amerikaanse donor zou worden hersteld. De achtermuur, die was gescheurd en op instorten stond, is gerepareerd en fris gestuct. De weggeblazen voordeur is vervangen door een zwart exemplaar met koperen beslag.

‘Eigenlijk zou het niet zo moeten gaan’, zegt een van de mannen die zich inzetten voor het herstel van deze woning, de 34-jarige architect Peter Zazi. Naar eigen zeggen haalde hij met vrienden ruim een halve ton in dollars op voor herstel van woningen in Karantina. ‘Als zo’n explosie in Nederland zou gebeuren, zou het gebied afgezet worden en dan zouden alleen maar officiële reddingswerkers aan het werk mogen. Hier heeft de overheid niet eens een databank van de schade.’

Duizenden vrijwilligers

In deze chaos opereert ook de 33-jarige Marc, bankier en voorzitter van de Libanese hulporganisatie Offrejoie. ‘Als mensen mij zien, dan vinden ze dat ze niet meer het recht hebben om te klagen’, zegt hij over zijn eigen verschijning in het puin van Beiroet. Marc zit nog niet zolang in een rolstoel. Vier jaar pas. Bij een duikongeval brak hij zijn nek.

Maar laten we nu alsjeblieft niet gelijk over Marc zelf beginnen. Liever vertelt hij over de inventarisatie van de schade, voltooid binnen een week na de ramp. Over het boodschappenlijstje dat hij stuurde naar bouwbedrijven, die massaal glas, kozijnen en bouwmateriaal beschikbaar stelden. Gratis, ondanks de economische crisis die in Libanon al voor de explosie huis hield. Nog iets: binnen 48 uur na de ramp tekenden zich maar liefst zesduizend vrijwilligers in bij Offrejoie.

‘Ik had nog nooit zoiets gedaan’, zegt een van hen, de 26-jarige Sirenah Tannourine, die haar dagen vult met puinruimen, zandzakken sjouwen en stenen doorgeven. ‘In mijn eigen vak, ik ben toeristengids, is toch geen werk nu. Ik vind dat je moet helpen, je kunt niet thuis gaan zitten.’

Marc is van de heldere beloften. ‘Voor de winter zijn jullie gevels hersteld’, zei hij in augustus tegen de inwoners van 44 panden in zes arme straten in Karantina en het eveneens arme gedeelte van een aangrenzende buurt, met uitzicht op de haven van Beiroet. De bewoners zien het elke week meer werkelijkheid worden. Het is ‘een boodschap van hoop tegenover politiek geklets’.

De mokhtar van de wijk

In Karantina laat de overheid zich ­alleen zien in de aanwezigheid van ­militairen en de ‘mokhtar’, een kruising tussen een gemeentesecretaris en een wijkoudste. Hagop Aznavourian is al dertien jaar mokhtar in Karantina en draait er niet omheen: hij woont hier niet en heeft nauwelijks binding met zijn eigen wijk. Hij weet niet wie van zijn onderdanen bij de explosie zijn omgekomen. ‘De afgelopen dertien jaar, tot de explosie, ben ik hier weinig geweest.’

Maar sinds de explosie is hij ineens dagelijks in Karantina. Je kunt zijn inwoners niet vertrouwen met al die vrijgevige hulpverleners, stelt hij. ‘Geef ze één broodje en ze willen er tien.’ Naar eigen zeggen ziet hij erop toe dat hulpgoederen in de wijk ‘eerlijk’ worden verdeeld.

‘Wij zijn hier omdat de overheid hier niet is,’ zegt Marc. Hij verscheen op de Libanese televisie, werd gelauwerd door de Verenigde Naties en neemt geen blad voor de mond als het gaat om de problemen in zijn land. ‘De overheid bestaat hier niet. Ze was niet ter plaatse om steun te verlenen na de explosie. De overheid faalde om een plan te maken en ze faalt om hulporganisaties te ondersteunen in hun werk.’

Marc zegt dat hij geen medewerking krijgt van de Libanese autoriteiten. Integendeel. Onlangs legde de politie het werk stil bij een flat die ­Offrejoie renoveert. Op de twaalfde, bovenste verdieping bleek een bewoner aan het klussen zonder vergunning. ‘Maar dan moet je met die bewoner praten, niet met ons. Ze zeiden dat we moesten vertrekken. Ik was woedend. Ik zei: we staken onmiddellijk al het werk in de buurt en de staat mag het afhandelen met de bewoners.’

Woedende burgers namen het niet. De sfeer werd dreigend. ‘De politie had geen andere keuze dan te vertrekken.’

Marcs geheime wapen

Terwijl Marc de gevels inspecteert in Karantina, buigt een vrijwilliger zijn rechterarm voorzichtig heen en weer. Hij was pas 29 toen hij in het najaar van 2016 tijdens een duik in zee voor de Libanese kust op een rots terechtkwam. Bewusteloos naar het ziekenhuis. Hoge dwarslaesie. Fysiek kan hij weinig meer zelf.

Toen het ongeluk gebeurde, was Marc de jongste filiaalmanager van een bank ooit in Libanon. Zijn werkgever, Banque Libano-Française, maakte duidelijk dat hij zijn baan zou houden: niet vanzelfsprekend in een land waar mensen met een handicap nog vaak worden weggestopt. Terwijl Marc revalideerde in de Verenigde Staten, werd het bankgebouw rolstoelvriendelijk gemaakt. Marc noemt zijn werk ‘een redding’.

Bij Offrejoie, de hulporganisatie die zijn wortels vindt in de Libanese burgeroorlog en waar Marc sinds zijn tienerjaren vrijwilligerswerk doet, werd hij pas na het ongeluk gekozen tot voorzitter.

Uit bed komen is voor Marc al een grote inspanning. Laat staan om in een rolstoel door de ongelijke straten van Karantina te hobbelen, onderhandelend met een overheid die niet bepaald de rode loper uitrolt voor organisaties die de wijk weer leefbaar willen maken.

Hoe houdt hij het vol? Maak kennis met Marcs geheime wapen. Daar komt ze aan, op witte gympen. Donker krullend haar. Amandelvormige ogen. Zijn verloofde, de 30-jarige Elyse Bou Ghazalé. Ze leerden elkaar pas na het ongeluk kennen. Elyse was een van Marcs verpleegkundigen op de intensive care. ‘Ik had het ziekenhuis kunnen aanklagen, want zoiets kan natuurlijk niet, van een verpleegkundige die haar patiënten verzorgt’, grinnikt Marc.

De kleur geel uit 1930

Elyse herinnert zich lange gesprekken toen Marc uit zijn coma was ontwaakt. Op een avond bracht ze haar ouders naar Marcs ziekenhuisbed. In Libanon doet de mening van ouders ertoe als het om partnerkeuze gaat. ‘Dat eerste bezoek was voor hen cruciaal om hem te accepteren.’ Ze hielden dagelijks contact toen hij revalideerde in Chicago.

‘We moeten afspreken,’ zei Marc toen hij terugkeerde naar Libanon. Het werd de eerste keer dat ze hem in een rolstoel zag. ‘Heel ongemakkelijk. Ik heb wel een kwartier in de auto gezeten om me erop voor te bereiden.’ Bij die afspraak zoenden ze. ‘Dat was ingewikkeld,’ zegt Marc. ‘Maar ze leek een vrouw die een beslissing had genomen.’

Als Marc even niet achtervolgd wordt door bewoners, draait hij zijn rolstoel naar een hersteld appartementencomplex. De gevel is geschilderd in de oorspronkelijke kleur geel uit 1930. Geen aluminium prullen, maar fraaie houten kozijnen. De traditionele luiken blauw gelakt. Nog even de steigers verwijderen en dan, glundert Marc, ‘ziet deze straat er beter uit dan voor de explosie’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden