Vanuit een laagopgeleid milieu naar de universiteit

Als je ouders laagopgeleid zijn, is studeren een bestaan vol hindernissen. Over culturele codes en de kloof met thuis.

Tico Onderwater (21). Derdejaars geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent

Ik word een elitair jochie, denkt Tico Onderwater weleens. De 21-jarige student - nette witte blouse, bretels, keurig achterovergekamd haar, gulle lach - gaat als enige van zijn familie naar de universiteit. 'Dan kom ik thuis en voel ik me toch een beetje stom. Zo van: mijn ouders werken keihard en ik zit maar een beetje boekjes te lezen.'

Tico's moeder is douaneambtenaar op Schiphol, zijn vader werkt als conciërge. 'Niemand in mijn omgeving studeerde', zegt de derdejaars geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. 'Pas halverwege het vwo realiseerde ik me dat ik ook iets anders kon doen dan een beroepsopleiding.'

Kinderen van laagopgeleide ouders stoten moeilijker door naar het hoger onderwijs. Na de invoering van het leenstelsel daalde hun aantal met 15 procent. En ook de Onderwijsinspectie moest een pijnlijke conclusie trekken: bij twee even slimme kinderen heeft een kind van hoogopgeleide ouders een veel grotere kans om naar het hbo of de universiteit te gaan.

Hoe lukt het talenten uit lage milieus dan toch op de universiteit te komen? We vroegen aan mensen die het hebben gered hoe ze dat hebben geflikt.

Na het inspectierapport laaide vooral de discussie weer op over de vraag wat doorslaggevend moet zijn: het advies van de leraar, zoals sinds kort het geval is, of de Citotoets? Minister Jet Bussemaker van Onderwijs liet weten dat die laatste toch weer belangrijker wordt.

Is dat beter? 'Volgens de Citotoets kon ik havo makkelijk aan, maar omdat mijn ouders geen Nederlands spreken stuurde de leraar me naar het vmbo', vertelt de een. De ander scoorde op de Citotoets juist 'amper mavo-niveau'. 'Nu heb ik twee masters afgerond.' Sociale emancipatie blijkt lang niet altijd in een simpele beleidsmaatregel te stoppen. Was het maar zo makkelijk. Maar de factoren die meespelen zijn te complex.

Ga jij maar huiswerk maken

'Het ging om de kleinste gebaren: 'ik was wel af, ga jij maar huiswerk maken', zei mijn moeder dan', zegt Canan Ziylan (28), promovenda aan de Wageningen Universiteit. 'Die steun voelde ik altijd, in alles wat ze deden en zeiden.' Het maakt nogal uit, zegt ook Tico, of je ouders je steunen in wat je doet. 'Mijn vader en moeder hebben gelukkig altijd gezegd: ga studeren, doe je best.' In Den Helder, waar hij opgroeide, was dat allerminst gebruikelijk. 'Veel ouders zeggen daar: ga maar bij de marine, dan verdien je tenminste geld.'

Tara Bogaert (26), student culturele antropologie, groeide op in dezelfde Noord-Hollandse havenplaats. 'In groep 8 was ik erg zenuwachtig. Ik hoopte maar dat ik naar de mavo zou mogen, net als mijn broer. Dat ik vwo-advies kreeg, kwam als een complete verrassing. Mijn vader werkt bij de marine, mijn moeder is huisvrouw. Natuurlijk waren mijn ouders trots, maar ze vonden het ook lastig. Wanneer ik het even moeilijk had, zeiden ze soms: misschien kun je toch beter naar de havo gaan. Logisch, ze wilden niet onnodig veel druk op me leggen.'

Canan Ziylan (28). Promovenda aan de Wageningen Universiteit Beeld Ivo van der Bent

Wat de doorslag gaf om toch op het vwo te blijven? 'Het lukte, ik haalde goede cijfers. Nu ben ik zo ver gekomen, dacht ik, dan wil ik het ook afmaken.'

Op het vwo in Den Helder waren nog veel leerlingen met lageropgeleide ouders. Nu komen haar studiegenoten vaak uit rijkere gezinnen, ze hebben meer van de wereld gezien en hebben uitgesprokener standpunten in discussies. Soms merkt ze het verschil aan kleine dingen, zegt Tara. 'Een vriendin vertelde dat haar telefoon stuk was, omdat-ie van de trap was gevallen. Keihard op het marmer geketst, zei ze. Ik dacht: mármer?'

Cultureel kapitaal

Het kost tijd en moeite, zegt Tara, om je de andere wereld eigen te maken. 'Er bleken eindeloos veel boeken die ik niet gelezen had, films die ik niet kende. Klassiekers die regelmatig onderwerp van gesprek zijn maar waarvan ik nooit had gehoord.'

Een tekort aan sociaal en cultureel kapitaal, noemt de Utrechtse socioloog Mick Matthys dat. Hij sprak tussen 2006 en 2010 meer dan dertig hoogopgeleiden die in de jaren zestig en zeventig opgroeiden in arbeidersgezinnen. 'Ze beschikken niet over de sociale netwerken die hun hoogopgeleide klasgenoten wel hebben en ze kennen de culturele codes niet. Hoe moet je je kleden, welke woorden gebruik je, wat weet je van muziek en literatuur?'

Matthys noemt het verhaal van een chirurg die kwam solliciteren in een academisch ziekenhuis. Van welke soorten witte wijn hij hield. 'Daar had hij zich natuurlijk niet op voorbereid. Om te integreren in de maatschappij van chirurgen gelden totaal andere criteria dan puur de professionele kwaliteiten. Ga maar na hoeveel kinderen van dokters ook weer dokter worden. Het cultureel kapitaal in zo'n familie werkt generaties door.'

Stefanie Bronswijk (19). Tweedejaars taalkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Beeld Ivo van der Bent

De 19-jarige Stefanie Bronswijk, tweedejaars taalkunde aan de Universiteit Leiden, herkent dat. Haar vader volgde de lagere technische school, haar moeder komt uit de Filipijnen en deed daar 'een soort vmbo'. 'Sommige mensen riepen al voor de introductietijd: ik ga bij Minerva, net als mijn vader. Ik wist niet eens wat een studentenvereniging was of wat ik me daarbij moest voorstellen. Dat was een van de redenen dat ik in mijn eerste jaar geen lid ben geworden. Eigenlijk jammer.'

Toenemende kloof met thuis

Uiteindelijk lukt het om die sociale en culturele barrières te overstijgen. Cito-toetsen en lastige leraren kunnen daarbij hobbels zijn, de echte confrontatie is die met thuis. De botsing met je eigen achtergrond en familie, die enerzijds zo vertrouwd is en anderzijds een handicap om verder te komen. Hoe stimulerend de ouders zich ook opstellen, om verder te komen moet je tot op bepaalde hoogte 'breken' met je afkomst - bewust, maar soms ook onbewust.

De Maastrichtse promovenda Marith Dieker (25) dacht bijvoorbeeld dat ze 'nog best met haar voeten in de klei stond, zogezegd'. Haar vader werkt bij een groothandel, haar moeder deed de huishoudschool. 'Mijn jongere broer en zus hielden minder van leren, die zijn naar het vmbo gegaan. Ik heb altijd benadrukt dat ik niet slimmer of beter ben, maar gewoon andere dingen leuk vind. Ik wil thuis niet belerend zijn.'

Bij het Oekraïne-referendum merkte ze dat er toch verschillen waren gegroeid. 'Mijn familie bleek tegen te stemmen. Daar werd ik redelijk door overdonderd, zeker toen bleek dat een ruime meerderheid van Nederland hun mening deelde. Blijkbaar ben ik toch meer dan ik dacht deel geworden van een hoogopgeleide minderheid.'

De toenemende kloof met thuis is een gevoelig onderwerp, hij veroorzaakt geregeld spanningen en wrijving. Enkele jongeren die wilden meewerken aan dit artikel trokken zich later terug omdat ze bang waren hun ouders te kwetsen.

'Ik wil niet dat mijn ouders het idee krijgen dat ik hun iets verwijt', zegt Tara Bogaert aarzelend. 'Als ik zeg dat er voor mij barrières waren om te studeren, kan dat als pijnlijk worden ervaren. Dat je geen wo-opleiding op zak hebt, wil niet zeggen dat je niet intelligent bent. Mijn vader is misschien niet naar het hbo of de universiteit geweest, maar hij heeft zich op eigen kracht ook opgewerkt.'

Toch worden verhalen over haar studie thuis niet altijd juichend ontvangen. 'Ik merk dat ik onbewust anders ben gaan praten sinds ik op de universiteit zit. Daar word ik mee geconfronteerd als ik weer in Den Helder ben. Het wordt nooit echt uitgesproken, maar ik heb soms het gevoel dat ze denken dat ik uit de hoogte doe. Dat is natuurlijk niet mijn bedoeling: ze hebben me altijd enorm gesteund en daarvoor ontzettend hun best gedaan.'

Studenten uit een laagopgeleid milieu voelen zich vaak onbegrepen, zegt socioloog Matthys. 'Vriendjes uit de buurt met wie ze vroeger speelden, noemen hen ineens de professor. En aan de keukentafel kunnen ze hun ei niet kwijt. Ze leven als het ware tussen twee werelden.'

Hoge frustratie-tolerantie

Om de stap naar die andere wereld te kunnen maken, is het handig als je geld hebt. 'Mijn ouders zijn dan wel niet hoogopgeleid', zegt de Amsterdammer Tico Onderwater, 'ze willen en kunnen me wel financieel steunen. Ik denk dat dat doorslaggevender is dan of ze zelf naar de universiteit zijn geweest.'

Marith Dieker lukte het op eigen kracht. 'Mijn ouders konden me niet steunen, ik kreeg een aanvullende beurs en leende maximaal. En ja, dat kon ik niet allemaal uitgeven aan avondjes in de kroeg of aan de bioscoop. Maar als je iets echt wilt, laat je er dan alsjeblieft niet van weerhouden het te doen. Dat is eeuwig zonde.'

Nu armlastige studenten met het leenstelsel alles moeten lenen, hebben ze een extra hobbel. Dan gaat het niet eens om het geld zelf. 'Het is al zo lastig om uit te leggen wat je precies met een wo-studie kunt, omdat je geen concreet beroep leert', zegt Tara Bogaert. 'Leg je omgeving dan maar eens uit waarom je kiest voor een schuld van 30 duizend euro.'

Waarom zet de een wel door en de ander niet? Socioloog Matthys ziet een cruciale factor. 'Ik noem dat identiteitskapitaal. Natuurlijk moet je ook intelligent zijn, maar daarmee alleen kom je er niet. Allemaal hebben deze mensen een hoge frustratie-tolerantie, ze beschikken over veel doorzettingsvermogen. Hun vriendjes gingen naar een andere school, ze hoorden er niet meer bij, er was thuis geen rustige studieomgeving. Dan moet je doorbijten om het te halen.'

En daarbij kan familie juist ook een rol spelen. 'Mijn grootouders hebben het echt moeilijk gehad toen ze naar Nederland kwamen', zegt Canan Ziylan. 'Ik heb ze weleens geïnterviewd over die tijd van emigratie, bijvoorbeeld voor Nederlands of maatschappijleer. Die verhalen hebben toen zo'n indruk op me gemaakt, dat het voor mij nog steeds voelt alsof ik het ze verschuldigd ben om het beste uit mezelf te halen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.