Vanuit de vlekken naar de orde

Hoe komt een kunstwerk tot stand? Wat dóet een schilder, een geluids- of performancekunstenaar? Voor het boek 'Zo werken zij' volgde Volkskrant-criticaSacha Bronwasser tien kunstenaars, onder wie Iris van Dongen. Fotograaf Joost van den Broek maakte de portretten.

De voorkamer, tevens atelier, staat vol met wat Fransen bibelots noemen: curieuze spullen, waardevol en waardeloos door elkaar heen. Een art-decovaasje, een schaal van zilveren bloembladeren, kleine boekjes met goud op snee. Potten met penselen, lampenstandaards, een porseleinen harlekijn. Een antieke klok op de schoorsteenmantel, een verweerde spiegel erboven. Sculptuurtjes van haar vriend. Arabisch aardewerk, een caleidoscoop, stenen, tegels.


Haar ideaal, zegt kunstenaar Iris van Dongen, is een atelier zoals je dat op vroege foto's ziet. In een groot, oud huis, met schouwen en wenteltrappen en volgestouwd met mooie voorwerpen. Vazen, kleden, schelpen, schedels... mooie dingen. Dat wil ze. Een droomwereld waar je in kunt stappen.


Het is even wennen aan de motoriek en de manier van praten van Van Dongen, die haar Tilburgse tongval niet verbergt. Eerst denk ik dat het aan het slaaptekort ligt, maar later zal blijken dat ze vaak zo reageert: eerst uiterst vaag, van de hak op de tak springend, alsof het allemaal helemaal niet belangrijk is.


Maar ineens kan de stemming omslaan. Dan wordt ze heel precies, cynisch, fanatiek, boos op de mensen die haar niet begrijpen, die haar slordig citeren of steeds maar weer in dezelfde hoek plaatsen. 'Dan lees ik weer dat Odilon Redon mijn meest geliefde voorbeeld is. O ja? Of dat ik gothic ben. Ik ben nooit gothic geweest. Ik ga niet eens naar gothic feesten.'


In de voorkamer pakt ze de krijtjes op die ze nog maar een paar uur daarvoor heeft weggelegd en veegt en poetst de tekening wat bij terwijl ze praat. En terwijl ze wrijft aan de ronding van een opgeheven arm, beginnen we aan de buitenkant, de huid van de vrouwen en de huid van het papier.


'Onder de huid van die vrouwen, maar ook onder zo'n donker bos, zitten hele felle kleurvlekken. Dat moet eerst, dan krijgt het diepte.' Ze laat het zien. Er ligt een versie van een vrouw die een slang als een kroon op haar hoofd draagt.


Onherkenbaar, opgezet in heel fel contrasterende kleuren, als grote confetti, oranje, staalblauw, groen. 'Vooral bij de huid moet je er een beetje ín kunnen kijken. Vanuit de vlekken werk ik dan naar de orde toe.' Ze heeft een techniek ontwikkeld die ze tot in de puntjes beheerst: de woeste vlekkenmassa wordt bedekt met andere lagen pastel en een waas van houtskool die er eerst als regen overheen wordt getrokken. Uitgeveegd, maar niet dichtgesmeerd. Met de hand erin gewreven en geklopt, keer op keer - Van Dongen hield er rsi aan over, die bestreden moest worden met oefeningen, een warmtelamp en massages. 'Toen ik in New York woonde en voor het eerst naar een show toe werkte, had ik geen vingerafdruk meer over. Weggesleten.' Inmiddels weet ze hoe ze ermee om moet gaan.


En het loont. De huid op de tekening krijgt diepte, wordt doorschijnend. Opmerkelijk is dat de kleuren eronder goed te zien zijn, maar dat het toch huid blijft. En ook het zwart van de houtskool wordt geen zwarte plak, maar een fluwelen gat waar je je hand in zou willen steken.


'Er zijn stukken die heel vervelend zijn hoor, zoals dit bos', zegt ze en veegt door het gebladerte dat een model, duidelijk zijzelf, omgeeft. Op fuchsia pumps komt de vrouw uit een struik gestapt, een dunne slang afhangend in de hand. De bladeren lijken zwaar en vochtig.


'Die bladeren, dat vond ik echt een ramp. Dat is dan iets wat je gewoon moet doen, eindeloos, tot je op een punt komt dat het weer leuk wordt.'


Zou je een assistent zoiets kunnen laten doen?

'Ja. Nee. Ik werk wel eens met assistenten, maar die kunnen maar een klein stuk doen. Of een eerste opzet en die doe ik net zo snel zelf.'


Hoe kom je aan die techniek?

'Die heb ik zelf ontwikkeld. Na de kunstacademie in Den Bosch. Ik had daar geprobeerd om op doek een combinatie van schilderen en tekenen te maken, maar de leraren trokken dat niet. Dat kón niet. Toen heb ik me eerst weer teruggetrokken in kleine dingen. Kleine gebaren, gepriegel, want dat ging me gemakkelijk af. Ik maakte kleine etsen omdat ik dat donkere, fluweelachtige van die inkt zo mooi vond. Het waren vooral landschappen, maar ook middelgrote tekeningen, à la Oskar Kokoschka.'


Ze neemt me even mee naar een verdieping hoger, waar op de gang een van die vroege etsen aan de muur hangt: een vrouw met kruizen op haar rug, die haar lange haren ophouden. Ze haalt er nog één tevoorschijn, van een man die onder de grond ligt.


'Toen ik van de academie kwam, heb ik me een jaar lang opgesloten met boeken over schilders die ik goed vond en geprobeerd om me hun technieken eigen te maken. Ik vroeg me af hoe ik verf levend kon maken en hoe andere schilders dat hadden gedaan. Voor die vlekkentechniek bijvoorbeeld, keek ik veel naar de impressionisten. Ik riep de geesten van dode schilders op, ik vroeg ze om raad.'


Hoe doe je dat, een dode schilder om raad vragen?

Van Dongen lacht verontschuldigend. 'Dat was in mijn eerste atelier in Rotterdam, best een rottijd eigenlijk. Ik sloot mezelf op, ik was heel ge-concentreerd bezig. Zo geconcentreerd dat ik al kon genieten van het gezelschap van een fruitvlieg. En in mijn hoofd probeerde ik met andere schilders te praten. Met Klimt had ik gesprekken over de huid.'


En kreeg je antwoord?

'Zo moet je het niet zien. Het is meer zo dat ik me heel erg concentreerde op schilders die ik goed vond. Alsof ik ze opslorpte en hun energie ging gebruiken. Hele stille dagen en avonden lang zat ik met die boeken voor mijn neus.


'Die schilders waren trouwens in die tijd helemaal niet in de mode. Ik ben opgeleid in de tijd dat alles conceptueel en avant-gardistisch moest zijn, echt zo'n praatcultuur. Schoonheid voelde als een taboe. Terwijl ik goed kon tekenen en mooie dingen wilde maken. Bij die schilders zag ik een soort schoonheid waar ik van hield, een droomwereld die bij me paste.


'Ik keek naar de schilders uit het verleden zoals Holbein, Dürer, Goya, Klimt. Maar daar was ineens, eind jaren negentig, de tekenares Juul Kraaijer. Toen zag ik: hé, het kan wel. Die doet het gewoon. Ze liet haar techniek zien en ze was niet bang om iets moois te maken. Het kon dus wel.'


Kunstenaar Erik van Lieshout zei haar in die tijd iets essentieels: dat ze wát ze deed, meer moest overdrijven. Haar thematiek moest vergroten.


Ze vond zelf dat het dan ook groter van afmeting moest zijn - van het ene uiterste naar het andere. Maar om datzelfde zwartige zwart op groot formaat te bereiken, moest ze van het schilderen en etsen afstappen en houtskool gaan gebruiken. Ze deed het en ontdekte eindelijk iets wat helemaal 'van haar' was.


Kun je je dat moment nog herinneren?

'Ja. Dat werk heb ik nog. Ik werkte voor het eerst op groot formaat, tweeënhalf bij anderhalve meter. Voor het eerst durfde ik iets in grote gebaren op te zetten: een vrouw die uit een landschap komt. Het was nog alleen in houtskool. Haar gezicht had ik getekend op de manier zoals dat in oude etsen gebeurt. Ik keek naar werken uit het Kupferstichkabinett in Berlijn. Naar etsen van Goya, vooral. En ik dacht: ik doe het zo.


'Het was een bevrijding. Ik wist dat ik iets had gevonden. Toen mijn toen-malige vriend in Berlijn kon gaan werken, ben ik meegegaan en heb ik een ruimte gehuurd op de Maibachufer in Kreuzberg. Ik moest het warm stoken met briketten, godsamme wat was het daar koud. Maar ik wist: IK HEB HET. Ik heb mijn materiaal gevonden en ik weet wat ik wil afbeelden. Hier kan ik mee verder.'


Sacha Bronwasser: 'Zo werken wij' NAi uitgevers. Verkrijgbaar vanaf 30 maart; ISBN 978-90-5662-801-7


€ 22,50


Tentoonstelling van de portretten van Joost van den Broek, 30 maart t/m 25 april, Kunsthal Rotterdam.


Van Dongens duistere vrouwen

Tien jaar na haar afstuderen brak Iris van Dongen (Tilburg, 1975) in 2004 door met haar grote vrouwenportretten. Vrouwen uit een ander tijdperk, met een duister randje, die al snel 'prerafaelitisch' of 'gothic' werden genoemd. Maar typeringen kloppen zelden - er kon zomaar een rookbom of een abstract schilderijtje in de voorstelling sluipen.


Van Dongen is inmiddels opgenomen in grote collecties als die van de Rabobank, Deutsche bank en de Caldic-collectie. Er bestaat een wachtlijst voor haar manshoge pasteltekeningen, die tot 25 duizend euro kosten. Ook maakt Van Dongen deel uit van het rebelse damestrio Kimberly Clark, waarvan gisteravond de nieuwe film Temporary Devotion in première ging in Berlijn. Iris van Dongen woont en werkt in Berlijn en wordt onder anderen vertegenwoordigd door galerie Diana Stigter in Amsterdam.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden