Vanity Fair: grenzenloze hielenlikkerij

De Britse journalist Toby Young vertrok naar het Amerikaanse blad Vanity Fair. In plaats van de gedroomde hogeschooljournalistiek werd het een struikelpartij....

Vraag een Nederlandse journalist wat zijn hoogste ambitie is, en alle kans dat hij zegt: 'Ooit een artikel voor Vanity Fair schrijven.' De Engelsman Toby Young heeft dat gedaan, maar het heeft hem niet gelukkig gemaakt. In zijn voorlopige memoires How to Lose Friends and Alienate People, geschreven op zijn 39ste, geeft hij een even hilarisch als leerzaam verslag van zijn twee jaar durende struikelpartij in de New-Yorkse hogeschooljournalistiek.

Het glossy maandblad waarvoor Toby Young in 1995 dacht te gaan werken, was vooral een romantische droom uit het verleden. Zijn helden heetten Ben Hecht, Robert Benchley en Dorothy Parker, de journalisten van de fameuze Algonquin Round Table, die hun energieke drinken, gokken en hoereren combineerden met een gezonde rebellie tegen de bourgeois-maatschappij.

Die Vanity Fair was in 1936 ten onder gegaan, maar in 1983 werd de titel weer van stal gehaald door Condé Nast, uitgever van onder meer Vogue. Na zes moeizame maanden kwam er een nieuwe hoofdredacteur, de 30-jarige Britse wonderdoenster Tina Brown, en onder haar koortsachtige leiding werd Vanity Fair omgetoverd van een pretentieus literatuurderig tijdschrift tot het swingende lijfblad van de Amerikaanse celebrity's. In 1995, toen Toby Youngs droom werkelijkheid werd, was Tina Brown alweer drie jaar vertrokken naar The New Yorker, maar haar opvolger Graydon Carter zette het blad grotendeels in haar geest voort.

Toby Young had op zijn 32ste een bliksemcarrière in de Britse journalistiek achter zich, culminerend in het hoofdredacteurschap van The Modern Review, het magazine dat hij samen met columniste Julie Burchill in 1991 had opgericht.

Onder het motto 'Low Culture for Highbrows' legde het blad zich toe op het epateren van de intellectuele bourgeoisie. Na vier jaar en talrijke procesdreigingen van uiteenlopende personages als mediatycoon Robert Maxwell en glamour-ster Elizabeth Hurley, kreeg Young ruzie met Julie Burchill. Daarop besloot hij het blad onverhoeds, zonder overleg met Burchill, op te heffen. 'That's all Folks!', stond op de cover van het laatste nummer. Twee weken later kreeg Young een telefoontje uit New York: 'Toby? Dit is Graydon. Heb je zin om hier een maand te komen rondhangen?'

De eerste maand bij Vanity Fair verdiende hij als veredelde stagiair tienduizend dollar. Daarna halveerde Graydon Carter dat bedrag, maar Young kreeg wel een contract voor zes maanden en de titel contributing editor. (Carter ging zelf met 775 duizend dollar per jaar naar huis; zijn collega bij Vogue, Anna Wintour, verdiende meer dan een miljoen.)

Het eerste dat Toby Young in de Amerikaanse journalistiek opviel, was de meedogenloze hiërarchie. In Engeland was hij gewend dat hoofdredacteuren werden bejegend met een mengeling van spot en respect. Hij schrok van de grenzenloze hielenlikkerij, steevast gecombineerd met schoppen naar beneden, die de cultuur bij Vanity Fair bepaalde. Maar als onverschrokken Brits satiricus was hij niet van plan zich daaraan te conformeren.

Young bestookte zijn hoofdredacteur met een reeks ideeën in memo-vorm, het een nog ongeiniger dan het andere, en hij liet zich ook niet weerhouden van smakeloze practical jokes. Om de verjaardag van een collega luister bij te zetten, haalde hij een stripper naar de redactie. Kon hij weten dat het net die dag 'Take Our Daughters to Work Day' was, zodat de burelen vergeven waren van de kleine kinderen?

In plaats van de excentrieke dronkelappen op wier gezelschap hij zich had verheugd, ontmoette Toby Young op de redactie van Vanity Fair louter saaie dienstkloppers die net zo braaf leefden als ze schreven. Na een jaar besefte hij dat de Londense collega's die hij vaarwel had gezegd, veel meer weg hadden van de Algonquin-kring uit de jaren twintig dan enige journalist op Manhattan. Hoeveel ruzie hij ook met Julie Burchill had gemaakt, hij kwam tijdens zijn vijf jaar in Amerika niemand tegen die hem zo sterk aan Dorothy Parker deed denken.

Hoofdredacteur Graydon Carter had een overzichtelijk beeld van zijn lezers. 'Twee soorten mensen lezen Vanity Fair', zei hij tegen Toby Young. 'Trailer park white trash, en iedereen die ertoe doet.' De eerste groep, het domme vulgus, mocht het geld binnenbrengen, maar kon verder met de nek worden aangekeken. De tweede groep, de celebrity's, moest daarentegen worden gelikt en gevleid - want stel je voor dat ze niet zouden meewerken aan interviews en fotosessies.

Ook dat had Young niet meteen door. Zijn eerste vraag aan musicalster Nathan Lane (The Birdcage, The Producers) luidde: 'Heb ik het goed dat u joods bent?' Aan zijn tweede vraag - 'Bent u homo?' - kwam hij nauwelijks meer toe. Lane keek hem met ongelovige verbazing aan, stond op en liep weg. Twee minuten later kwam zijn publiciteitsmedewerkster op Young af. 'Het interview is voorbij. You're going to have to leave. RIGHT NOW.'

Terug op de redactie was Graydon Carter zo verbijsterd dat hij niet eens kwaad werd. 'What were you thinking? Je vraagt Hollywood-sterren niet of ze joods of homoseksueel zijn. Ga er maar van uit dat ze zowel joods als homo zijn, oké?'

En dan was Vanity Fair nog relatief integer vergeleken bij collegabladen. Beroemdheden kregen geen copy approval (finale zeggenschap over de kopij die aan hen werd gewijd). Ook kon de publiciteitsmanager van Tom Cruise niet, zoals bij Rolling Stone, veertien voorgestelde interviewers afwijzen voor het vraaggesprek eindelijk werd toegestaan. Maar Toby Young maakte wel mee dat de persagente van Meryl Streep persoonlijk toezicht hield op het wegretoucheren van alle halsrimpels en kraaienpootjes van haar foto voor Vanity Fair.

Achteraf was Young vooral verbaasd dat Graydon Carter het nog twee jaar met hem had uitgehouden. De eerste anderhalf jaar had hij 85 duizend dollar verdiend en in ruil daarvoor drieduizend woorden kopij geleverd - waarmee hij de auteur met de hoogste woordprijs uit de historie van Vanity Fair was.

Nadat Graydon Carter hem de zak gaf, bleef Young het nog een paar jaar in New York proberen. Maar hij raakte alleen maar erger aan de drank en in januari 2000 keerde hij terug naar het beschaafde Engeland. 'Ik ging naar New York op zoek naar de usual goodies - seks, roem en geld - en ik dacht dat ik bereid zou zijn alles te doen wat daarvoor nodig was', schrijft hij aan het slot van zijn boek. 'Maar voor mij was Amerika niet het land van de onbegrensde mogelijkheden, het was het land waar niemand je ooit terugbelt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden