Vandaag begint de droom van een Nederlandse Giro-winnaar

Vanmorgen om twintig voor elf begint in het Lombardijnse dorpje Rovetta (3.000 inwoners) de zestiende etappe van de Giro d'Italia. Wanneer die om ongeveer kwart over vijf is geëindigd in het dorp Bormio (4.000), hemelsbreed 130 kilometer noordelijker, weten we of Tom Dumoulin de Ronde van Italië zal gaan winnen. Dat zou heel mooi zijn, want dat is een Nederlander in 99 eerdere Giro's niet gelukt. Bovendien zou het betekenen dat ons de komende jaren nog veel meer moois staat te wachten, want als Dumoulin (26) nu al de Giro kan winnen, dan is het winnen van de Tour de France een kwestie van tijd.

Bartali, Coppi, Koblet, Nencini, Merckx, Pantani en Nibali, allemaal volgden ze de koninklijke weg en wonnen ze eerst de Giro en pas daarna de Tour. Er zijn weliswaar ook voorbeelden van het omgekeerde (Anquetil, Gimondi, Hinault, Indurain, Contador) en voor veruit de meeste Girowinnaars bleef het bij de glorie in Italië, maar dat zijn vaststellingen waar we nu even niks aan hebben. Dumoulin in één adem met Coppi en Merckx, daar gaat het om. Een beetje voorbarig, zegt u, en dat is ook zo, maar de droom van een Nederlandse alleenheerser in het peloton moet een keer beginnen en het is niet uitgesloten dat dat vandaag, dinsdag 23 mei 2017, het geval zal zijn.

Wat voor Dumoulin pleit is dat hij zo gewoontjes is. De allergrootsten, op welk gebied dan ook, hebben geen tijd voor malle fratsen, gewichtigdoenerij of imagebuilding. Ze hebben het ook niet nodig gebrek aan niveau te compenseren met flauwekul. Een ander kenmerk is dat ze de dingen tamelijk onaangedaan ondergaan, zelfs op bloedstollende momenten waarop gewone stervelingen trillend ondersteboven zouden vallen. Dumoulin heeft altijd heerlijk geslapen en hij zal wel zien wat er gebeurt. Hij kijkt altijd alsof hij net een verkwikkende meditatie van anderhalf uur achter de rug heeft.

De renners moeten vandaag eerst over de verschrikkelijke Mortirolo, daarna fietsen ze door naar de verschrikkelijke Stelvio en tot slot moeten ze ook nog de verschrikkelijke Giogo di Santa Maria op. Mocht u niet in de gelegenheid zijn de hele rit te volgen, zet dan om een uur of half vijf de televisie aan. Komt Tom Dumoulin met de besten boven op de laatste klim en vliegt hij vervolgens niet uit de bocht in de afdaling naar Bormio, dan wint hij de Giro en volgend jaar zijn eerste Tour.

Er staat achter Tom Dumoulin nog één vraagteken: hoe goed is hij op tweeduizend meter? Boven de 1.500 meter wordt wielrennen het domein van coureurs die worden aangeduid als 'adelaar' of 'berggeit', of die in elk geval op onverklaarbare wijze omhoog stampen alsof het geen moeite kost. De Stelvio is ruim 2.700 meter. Wanneer Dumoulin laat zien dat hij meekan op die duizelingwekkende hoogte, dan treedt een oude wielerwet in werking: de tegenstanders leggen zich neer bij zijn suprematie en gaan voor de tweede plek. Die wet krijgt in de voorbeschouwingen meestal weinig aandacht, maar dat is omdat hij de spanning wegneemt en daar zit geen wielerjournalist op te wachten.

Bij elke getalenteerde sporter, en eigenlijk bij elke mens die over uitzonderlijke kwaliteiten beschikt, is op zeker ogenblik sprake van een kantelmoment waarop de belofte die al een tijdje in de lucht hing wordt ingelost óf wordt gelogenstraft en een illusie blijkt te zijn geweest. Als ik me niet vergis, bevindt Tom Dumoulin zich vandaag op dat kruispunt.

Tom tijdens het losfietsen op de rustdag van gisteren. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden