Vanaf vandaag wordt vanuit Den Haag gezocht naar slachtoffers van oorlogen en rampen

Bij alle onzekerheid een laatste houvast

De Internationale Commissie voor Vermiste Personen verhuist van Sarajevo naar Den Haag. Aan de hand van dna wordt gezocht naar slachtoffers van oorlogen en rampen.

Met de nieuwste technieken wordt bij ICMP in Den Haag dna van vermiste personen in verband gebracht met dat van nabestaanden. Foto Foto: Freek van den Bergh

Wat hebben de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië, de aanslagen van 9/11, de tsunami van 2004 en de oorlog in Syrië met elkaar gemeen? Niet alleen maken conflicten en natuurrampen ontelbare slachtoffers, ook wordt een onbekend aantal van hen vermist. Families en vrienden blijven in grote onzekerheid achter.

Daarom is Ingrid Gudmundsson 'nog elke dag zo intens dankbaar' voor het werk van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP). Het is deze organisatie die heeft geholpen bij het identificeren van haar ex-man, dochter en kleindochter na de tsunami in de Indische Oceaan. 'Dat betekent álles voor mij, tot op de dag van vandaag', zegt de 71-jarige gepensioneerde wiskundedocente uit het Zweedse Åkersberga.

Dinsdag was Gudmundsson een van de eregasten bij de opening van het hoofdkantoor van ICMP in Den Haag. Tot voor kort was de instelling gevestigd in Sarajevo. De kantoren en laboratoria aan de Koninginnegracht zijn nog provisorisch ingericht. Veel materiaal en personeel verhuizen eind dit jaar naar Nederland.

Hart en hoofd

Op een van de werkkamers vertelt Gudmundsson haar verhaal. Haar voormalige echtgenoot, haar dochter Linda en kleindochter Mira waren met een vriendengroep op vakantie in Thailand, toen op Tweede Kerstdag 2004 de tsunami meer dan 230 duizend slachtoffers maakte. 'Mijn hoofd wist dat ze dood waren, maar mijn hart kon het niet geloven. Eerst dacht ik: als ze niet allemaal gevonden kunnen worden, laat ze dan alsjeblieft bij elkaar blijven in Thailand. Toen de eerste slachtoffers werden thuisgebracht, werd het opeens belangrijk dat ze allemaal terugkwamen.'

Haar ex-man werd in februari 2005 geïdentificeerd dankzij dna-onderzoek, haar dochter in maart. Het duurde echter nog zeven lange maanden voordat in juli ook haar 1-jarige kleindochter werd geïdentificeerd. 'Al die tijd was het blijven malen in mijn hoofd. Misschien is Mira wel gered, dacht ik tegen beter weten in, misschien is ze door een andere familie opgenomen, maar weten ze niet wie ze is.'

Het was het dna afkomstig van een speeltje van Mira dat uiteindelijk tot een match leidde. 'De onderzoekers van ICMP konden zo een overeenkomst vaststellen', vertelt Ingrid Gudmundsson. 'Nu liggen ze samen op een begraafplaats bij de kerk.'

ICMP werd in 1996 opgericht op initiatief van de Amerikaanse president Bill Clinton, met als doel te zoeken naar de duizenden vermisten als gevolg van de burgeroorlog in het uiteengevallen Joegoslavië. Massagraven werden geïdentificeerd, skeletten onderzocht, dna-profielen vergeleken met nabestaanden.

Trots

'In Bosnië en Herzegovina zijn sindsdien de lichamen gevonden en geïdentificeerd van 70 procent van de ruim 30 duizend vermisten', zegt Kathryne Bomberger, directeur-generaal van ICMP. 'In Srebrenica hebben we zelfs 90 procent van de achtduizend slachtoffers kunnen matchen met nabestaanden. Nederland was vanaf het begin nauw bij ons werk betrokken vanwege de dood van de moslimmannen in die enclave. Wij waren dan ook trots dat we later konden helpen met identificatie van de slachtoffers van vlucht MH17.'

Sinds 2002 omspant het werkterrein van ICMP niet alleen voormalig Joegoslavië, maar de hele wereld. Het gaat om vermissingen door oorlogen, vluchtelingenstromen, schendingen van mensenrechten, natuurrampen en georganiseerde misdaad.

'Er zijn geen schattingen over hoeveel mensen wereldwijd worden vermist, maar het is een grote en diverse groep', zegt Bomberger. 'Denk alleen al aan de Rohingya die uit Myanmar vluchten of de tienduizend vermiste vluchtelingenkinderen in Europa.' ICMP wil iedereen helpen traceren - dader of slachtoffer. 'Ook voor de moeder van een IS-strijder is het belangrijk dat ze weet wat er met haar zoon is gebeurd.'

Hart van de organisatie is het laboratorium voor dna-identificatie. Dna-materiaal wordt hier onderzocht en zo mogelijk gekoppeld aan het dna van nabestaanden. Daarvoor beschikt ICMP over een database met honderdduizenden dna-profielen. De allernieuwste technieken, massive parallel sequencing, worden in het lab toegepast. 'Het is gemakkelijker om bewijsmateriaal naar hier te halen, dan om een laboratorium naar een oorlogs- of rampgebied te brengen', zegt Bomberger. 'Bovendien kunnen we hier de privacy van de data beter garanderen.'

Net zoals de Zweedse Ingrid Gudmundsson heeft Muhanad Abulhusn zijn hoop gevestigd op de Internationale Commissie voor Vermiste Personen. Drie jaar geleden vluchtte hij uit Syrië, nadat hij tot twee keer toe gevangen was genomen door het regime. 'In Syrië zeggen we dat je één keer geluk kunt hebben als je wordt opgepakt, maar geen twee keer.'

In Syrië worden sinds het uitbreken van de burgeroorlog naar schatting 60 duizend mensen vermist - buiten de 17 duizend burgers die al eerder door repressie van de regering zijn 'verdwenen'. Ook van vier medegevangenen van Abulhusn is nooit meer iets vernomen. 'Ik ontmoette de vrouw en kinderen van een van hen. Het is afschuwelijk om een familie te bezoeken, als jij de laatste bent die hun geliefde heeft gezien. Ze hebben zo veel vragen, ze willen van jou weten wat er mogelijk is voorgevallen. Dat is verschrikkelijk.'

Daarom is het zo belangrijk om oog te hebben voor de families. 'Aan het eind van elk conflict moet de vergiffenis komen. Maar zo lang nabestaanden het lot van hun geliefden niet kennen, kunnen ze ook niet vergeven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.