Vanaf vandaag rijdt mama

Vrouwen begeven zich, aangestuurd door de TomTom, zelfbewust door het drukke autoverkeer. Ook Franse binnenweggetjes worden voortaan probleemloos genomen.

Kijk, daar rijdt Maria.Zie haar eens over de Parijse Boulevard Périphérique manoeuvreren met haar blauwe Peugeot! Kijk hoe rustig ze van baan wisselt. Wat een kalmte straalt ze uit, die vrouw. Terwijl het naast, achter en voor haar toch wemelt van de voortjakkerende Fransozen die doen wie het hardst en engst kan rijden.

Naast Maria zit een kleine jongen, hij rommelt wat in het dashboardkastje en vist er een cd van Mika uit. Wat doet Maria? Slaat ze in blinde paniek de radio uit? Roept ze hysterisch dat de kleine jongen beter kan kijken of hij ergens een bordje ziet met ‘Lille’ erop, in plaats van haar af te leiden met die ellendige teringherrie? Nee hoor. Maria aait de kleine jongen door zijn haren, zet Mika nog wat harder en zingt gezellig mee. ‘Leuk hè, dwars door Parijs rijden’, zegt ze vrolijk. ‘Strakjes gaat mama gewoon ónder de Eifeltoren door, dat is het allerkortst!’ In de achteruitkijkspiegel ziet ze het hoofd van haar echtgenoot. Het staat wantrouwig.

Een jaar geleden zat Maria er heel anders bij. Om te beginnen zat ze niet achter het stuur, maar hing ze in de stoel ernaast, boven een kotszakje. De kaart waar Maria de hele tijd op had zitten turen (en waar ze zo misselijk van was geworden) lag nu verfrommeld op het stuur. Haar echtgenoot probeerde hem met één oog te ontcijferen en met het andere op de weg te kijken. Hij zocht de ringweg die zo ver mogelijk om Parijs heen voerde, de Francilienne. ‘Ja hoor. Dacht ik al’, gromde hij, terwijl hij een kwaaie vinger op de kaart plantte. ‘We hadden er net dus wél af gemoeten. Het stáát er toch? Waarom zíe je dat nou niet?’

Maria had hem voor de duizendste keer uitgelegd dat dat kwam, doordat ze nooit op een wild dier had gejaagd. Zo stond het immers in het beroemde boek Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen: ‘Om de kaart te kunnen lezen en te begrijpen waar je bent, moet je ruimtelijk inzicht hebben. Hersenscans laten zien dat dit vermogen zich bij mannen en jongens in de voorste rechterhersenhelft bevindt. Het is een van de krachtigste vermogens van een man. Het ontwikkelde zich in vroeger tijden om mannen – de jagers – in staat te stellen de snelheid, beweging en afstand tot hun prooi te berekenen en te bepalen hoe snel ze moesten rennen om een dier te vangen en te weten hoeveel kracht ze nodig hadden om hun slachtoffer met een speer of steen uit te schakelen. Het vermogen tot ruimtelijk inzicht bevindt zich bij vrouwen in beide hersenhelften, maar heeft geen specifiek meetbare locatie zoals bij mannen. Maar ongeveer 10 procent van de vrouwen bezit een goed of uitstekend ruimtelijk inzicht.’

Maria hoorde heel duidelijk bij de andere 90 procent. Haar vermogen om te verdwalen was krachtig ontwikkeld. Ze kon het overal en altijd, te voet en op de fiets, maar met de auto ging het toch het best. Ze had eens twee uur lang vloekend met haar kinderen door het centrum van Leiden gereden, op zoek naar het huis van een vriendin waar ze al heel vaak was geweest, maar dat er ineens niet meer stond. Ten einde raad gooide ze het stratenboek naar de achterbank. ‘Oude Singel’, snauwde ze. ‘Jullie zijn mannen, niet dan?’ Maar haar zoontjes, toen 4 en 6 jaar, kwamen er ook niet uit.

Berusten, zei ze vaak tegen zichzelf als ze weer eens stilstond in een akelige buitenwijk. Je moet erin berusten. Je kunt er niks aan doen. Het geeft niet. Stil maar. Maar drie minuten later zat ze toch weer hysterisch tegen zichzelf te schreeuwen en op het stuur te slaan, vervuld van diepe zelfhaat. Welke verwarde geest had mensen zoals zij geschapen? Waarom was ze niet gewoon dood?

Vaak had ze tijdens haar hopeloze dwaaltochten gesmeekt of er uit de hemel niet een stem in haar auto kon neerdalen om haar te vertellen of ze bij de volgende rotonde rechtdoor moest of rechtsaf.

En toen kwam de TomTom.

Kijk, daar rijdt Maria, door de Spaanse bergen en over Franse binnenwegen. Voor en achter haar rijden nog veel meer Maria’s, vaak met een ontheemde hardnekkig op de kaart kijkende echtgenoot naast zich. Ze moeten nog steeds een beetje wennen aan hun nieuwe plek in het heelal, die echtgenoten. Jaren waren ze onaantastbaar in hun rol van De Man Die De Weg Weet, maar nu vertelt Lucy in haar vriendelijke Vlaams wanneer je de snelweg af moet. Maria heeft Lucy’s stem ingeprogrammeerd, omdat ze het grappig vindt dat Lucy zelf geen rijbewijs bezit, zoals een Vlaamse krant ooit meldde. Dat merk je af en toe ook wel – Lucy kan midden op een verlaten landweggetje ineens gedecideerd meedelen dat de bestemming is bereikt, of midden op de snelweg ‘keer om alstublieft’ zeggen. Maar dat zijn uitzonderingen.

Maria is ervan overtuigd dat de TomTom voor de vrouwenemancipatie minstens zo belangrijk is geweest als in de vorige eeuw de stofzuiger en de wasmachine. Onderzoeken die haar gelijk geven zijn er nog niet, maar er zal binnenkort vast iemand op promoveren. Wel toonde TNO in februari 2007 aan dat navigatiesystemen in zijn algemeenheid een positief effect hebben op de verkeersveiligheid. Bij het rijden in onbekend gebied naar onbekende bestemming verkorten ze de reistijd met 18 procent.

Eens in de zoveel tijd brengt Lucy Maria wel ergens heen, maar niet meer terug; dan valt het apparaat zomaar uit en moet Maria weer ouderwets zelf de weg zien te vinden. En op de een of andere manier lukt dat nu altijd.

Irma van den Berg, verkeersjournalist en eigenaar van Autorijschool Irma van den Berg in Maarssen:

‘In mijn kennissenkring vinden veel vrouwen het navigatiesysteem een zegen. Vrouwen die daarvoor zeiden dat ze nergens meer kwamen, omdat ze niet graag in de auto stapten. Omdat het verkeer zo druk is geworden, je de weg steeds kwijtraakt, en de mensen achter je al beginnen te toeteren als je maar even aarzelt. Voor hen heeft zo’n apparaat een geruststellend effect. ‘Er rijden nu twee vrouwen bij me die al enige tijd niet meer achter het stuur hadden gezeten. Ik heb ze attent gemaakt op het navigatiesysteem, en ze geleerd hoe ze dat ding moeten gebruiken. Nu gaat er een wereld voor ze open. Bij vrouwen die niet goed durven autorijden, omdat ze denken dat ze de weg kwijtraken, is niet zozeer sprake van rijangst, als wel van verdwaalangst. Díe angst is niet meer nodig. Maar je moet je altijd blijven realiseren dat het slechts een hulpmiddel is, niet een surrogaat voor zekerheid en zelfvertrouwen. ‘Sinds 1 januari van dit jaar mag je officieel met een navigatiesysteem afrijden; ik ben het vanaf oktober vorig jaar in de lessen gaan gebruiken. De jongens in de auto vonden het meteen geweldig: een nieuw apparaat, een gadget, tof! Meisjes reageerden huiveriger, terughoudend. Maar dat verschil ebt snel weg.’

Geen mens te zien

Irina Klowatski (56):

‘Op zich heb ik een heel goed ruimtelijk inzicht, wat bijzonder is voor een vrouw. Ik oriënteer me zelfs op de zon als ik wil weten waar ik ben; nog bijzonderder. Toch kon ik prima verdwalen met de auto en dat kwam, denk ik, omdat je op alles tegelijk moet letten als je rijdt. Dan schiet de weg er nog wel eens bij in. Ik moet voor mijn werk als bedrijfsarts heel veel reizen, altijd met een krappe agenda, steeds naar plekken die ik niet ken. En dan sta je weer op zo’n industrieterrein, totaal verdwaald, geen mens te zien.

‘Sinds ik een navigatiesysteem heb, weet ik wanneer ik moet voorsorteren en hoe laat ik er ben. Dat is fijn, want we hebben allemaal weinig tijd tegenwoordig, iedereen is gejaagd. Het enige nadeel is dat ik afhankelijk ben van die stem. Ik wil niet naar dat apparaat hoeven kijken, dus ik rijd helemaal op het geluid. Laatst viel dat uit en moest ik op allemaal knopjes gaan drukken, tijdens het rijden, dat was erg vervelend. Maar verder is het een zegen. Ik weet nu: als ik verdwaal, brengt hij me weer terug.’

Strijd tegen angst

Jan van den Berg, psycholoog bij het angstbehandelcentrum IPZO in Nijmegen en auteur van Omgaan met rijangst:

‘Angstklachten komen bij vrouwen meer voor dan bij mannen, dus je kunt waarschijnlijk ook wel stellen dat meer vrouwen dan mannen baat hebben bij een navigatiesysteem. Mannen móeten vaak wel de auto in, vanwege werk en verwachtingen; vrouwen kozen eerder voor vermijding. Maar voor zowel mannen als vrouwen geldt dat het apparaat in de auto stressverlagend werkt.

‘Voor de groep mensen die niet meer naar grote steden gaat of bepaalde plekken mijdt uit angst om te verdwalen, kan een navigatiesysteem nu al enorm helpen, omdat het structuur, ondersteuning en duidelijkheid geeft. Mensen gebruiken de navigatieapparatuur vaak defensief in hun strijd tegen angst. Een claustrofoob gebruikt het als een hulp om een tunnelvrije weg te zoeken. Mensen die bang zijn voor de snelweg kunnen de optie ‘mijd snelwegen’ kiezen. Maar het apparaat kan ook therapeutisch spanning te lijf gaan.

‘In het angstbehandelcentrum zijn we samen met studenten van de Technische Universiteit Eindhoven aan het onderzoeken hoe we navigatiesystemen ondersteunende dingen kunnen laten doen voor mensen die bang zijn voor autorijden. Het apparaat zou, op het moment dat het signaleert dat je zenuwachtig wordt – de greep op het stuur verstevigt, je begint te zweten – passende instructies kunnen geven, of een ontspannend muziekje kunnen aanbieden. Je kan in de toekomst ook denken aan een helpdesk, die live ondersteuning biedt op het moment dat je daarom vraagt. Die dingen zijn er nog niet, maar ze gaan er geheid komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden