Van Zoetermeer tot Houten

Lege trottoirs, halflege winkelcentra en naargeestige parkeerterreinen. Meer steen dan mensen. Dat is het resultaat van de hoogmoed van de ontwerpers van 'groeikernen' en 'overloopgebieden'.

Arnold Reijndorp, Like Bijlsma en Ivan Nio: Atlas nieuwe steden

Met foto's van Theo Baart.

Trancity*valiz; 259 pagina's; € 29,50.

In 1962 komen twee gedeputeerden langs in Zoetermeer, dan een dorpje van zevenduizend zielen. Of het gemeentebestuur een structuurplan wil opstellen voor een stad van honderdduizend inwoners. Zo ging dat in de tijd van de maakbaarheid. Via de provincies dicteerde de rijksoverheid de komst van 'overloopgebieden' voor de snelgroeiende middenklasse, die in de oude steden geen geschikte woning kon vinden.

De Atlas Nieuwe Steden, tjokvol tekst, foto's en kaarten, beschrijft nauwkeurig hoe Nederland negen 'groeikernen' bedacht, bouwde en in gebruik nam. Lelystad, Almere, Purmerend, Haarlemmermeer, Zoetermeer, Spijkenisse, Capelle aan den IJssel, Nieuwegein en Houten gingen onder de loep.

De auteurs, zelfstandig onderzoekers, hebben hun bevindingen neutraal, soms wat omslachtig opgeschreven. Maar van de inhoud is het smullen: de groeikernen ontstonden uit duizelingwekkende series beleidswijzigingen en absurd gedetailleerde plannenmakerij. De hoogmoed van planologen kende geen grenzen. Zo bevat de lijst 'gewenste voorzieningen' uit het Globaal Bestemmingsplan Houten (1974) bij 10 duizend inwoners een lingeriehandel, bij 15 duizend een Chinees restaurant, maar pas bij 25 duizend ook winkels voor rookartikelen en snoepgoed.

Het aanvankelijk grote denken - hoogbouw in het groen, voor forensen - maakt rond 1972 plaats voor de knusse laagbouwbuurtjes-utopie, om vanaf 1985, als het Rijk zelfvoldaan zijn groeikernenbeleid beëindigt en er bijna overal nog Vinexwijken aanklonteren, plaats te maken voor de lokale ambities om 'een complete stad' te worden.

Wat is dan een stad? Niemand zal Almere (195 duizend inwoners), Zoetermeer (123 duizend) of Nieuwegein (60 duizend) de status ontzeggen, zeker niet sinds ze hun centra hebben opgewaardeerd met spectaculaire grotestadsarchitectuur.

Maar het foto-essay van Theo Baart dat de Atlas dooradert, toont onbarmhartig het huidige resultaat van wat in planologentaal 'suburbane deconcentratie' heette: lege trottoirs, halflege winkelcentra en naargeestige parkeerterreinen. Meer steen dan mensen.

Het groeikernenbeleid ging uit van een nieuw mensbeeld: de netwerkstedeling. Een zelfredzame, mobiele, hogere-middenklasser die groen wilde wonen en elders zou werken en recreëren. Mede daarom werden de nieuwe steden opgezadeld met een uniforme dertig woningen per hectare. De centrale sturing leidde ook tot standaard gevelbreedtes en een voorspelbaar setje winkels en scholen per wijk. Terwijl 'het juist de diversiteit is die een stad tot stad maakt', aldus de auteurs. Ze concluderen dat de voormalige groeikernen een onvoltooid project zijn. 'De idealen zijn niet gerealiseerd, de verwachtingen niet uitgekomen.'

Het eenzijdige beleid zal nog decennia doorwerken. Nederlands nieuwe steden kennen een lager opleidingsniveau dan de oude en worden door de culturele elite verguisd. In 2008 verscheen Lelystad, van de journalist Joris van Casteren, die de stad van zijn jeugd 'waar geen symboliek bestond' en 'waar de psychische nood hoger was dan waar dan ook' allang was ontvlucht.

Een tekort aan symboliek is echter het lot van alle nieuwe steden. Zanger en ervaringsdeskundige Spinvis bezingt de eendimensionaliteit in het melancholieke Herfst en Nieuwegein: 'vanaf hier is alles wat het lijkt'. Daarmee voegt hij, hoe paradoxaal, juist een betekenislaag toe.

De nieuwe steden zullen, al verouderend, hun symboliek en diversiteit verwerven. De auteurs van de Atlas beschrijven hoe ze nu al fungeren als emancipatiemachine voor allochtonen, hoe het verenigingsleven er bloeit en hoe de inwoners veel positiever oordelen dan de buitenstaanders. En de onderlinge verschillen nemen toe: van doorgroei naar grootstedelijk (Almere, Zoetermeer) tot behoud van een dorpse sfeer (Houten).

Voor meer verwarring over het begrip stad zorgt de essaybundel Nederland Stedenland, een bijproduct van een door NWO gesubsidieerd onderzoeksprogramma. Bijeengeschreven door 28 Nederlandse en Vlaamse wetenschappers en bedoeld als 'blik in de keuken' voor leken.

De vierkoppige redactie gebruikt in zijn inleiding vage termen voor de stad als 'een eigentijdse, dynamische omgeving' en kan zo twee bijdragen plaatsen over Schiphol, stad zonder inwoners. Een ervan verbreedt zich naar de 'diffuse verstedelijking' van de Haarlemmermeer, een 'door ondernemersdrift uitgemergelde polder'. Het landschap rond Hoofddorp is 'fysiek, sociaal en economisch versplinterd', door een 'veldslag om de ruimte'. Daarmee onderscheidt Hoofddorp zich van andere voormalige groeikernen, die dankzij rigide rijksbeleid ouderwets stevig zijn afgebakend in het omringende polderland.

Nederland Stedenland is onevenwichtig samengesteld. Drie stukken over Rotterdam-Zuid; drie bijdragen over de Middeleeuwen en verder vooral 19de en 20ste eeuw. Tussen nogal wat open-deuren-onderzoek staan een handvol spannende essays. Twee architectuurhistorici schetsen trefzeker de ontwikkeling van de oudste, compacte handelsstadjes naar de huidige 'lappendeken van woonwijken, bedrijventerreinen en kantoorparken'. Een boeiende analyse van twee historici van 'het sociale weefsel van de middeleeuwse stad' is wonderbaarlijk actueel.

Doordat de bundel de rol van internet in de openbare ruimte negeert, blijft onduidelijk in hoeverre de stedelijke leefwijze waarnaar veel onderzoekers verwijzen, is losgezongen van de fysieke stad.

Ook vreemd: noch in Nederland Stedenland, noch in de Atlas heeft iemand zich gewaagd aan een verklaring voor het contrast in politieke dominantie tussen oude (links) en nieuwe (rechts) steden.

Ed Taverne, Len de Klerk, Bart Ramakers en Sebastian Dembski (red.): Nederland Stedenland

nai010 uitgevers; 320 pagina's; € 24,50.

MEEDOGENLOZE ONTMASKERING

'Lelystad van Joris van Casteren is een aaneenschakeling van paradoxale beelden en anekdotes, even onderkoeld als meesterlijk opgeschreven. Lelystad is geen autobiografie. Het is geen journalistieke reportage. Het is geen pamflet. Het is geen Bildungsroman. Het is geen stedebouwkundige studie. Het is dit allemaal ineen en bovendien is het een briljant staaltje Nederlandse geschiedschrijving. Briljant, omdat het een intelligente analyse behelst van een zere plek uit een recent verleden, en een meedogenloze ontmaskering van een halve eeuw politiek van de maakbaarheid.'

Maarten Doorman over de roman Lelystad in de Volkskrant van 24 oktober 2008.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden