Van zakelijk geschil tot emotionele halszaak

Zestigduizend Nederlanders uit Indië klopten na de oorlog bij de overheid aan voor achterstallig salaris. Zij werden afgescheept. De kwestie staat symbool voor de onheuse bejegening....

Van onze verslaggever Rik Nijland

Het niet uitbetalen van achterstallig salaris aan ambtenaren en militairen die terugkeerden uit de jappenkampen, symboliseert voor de Indische gemeenschap nog altijd de onheuse bejegening na de oorlog. Dat schrijft Hans Meijer in het boek Indische Rekening, dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

dinsdag in militair tehuis Bronbeek in Arnhem presenteerde .

Op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besteedde het NIOD aandacht aan deze backpay-kwestie . Het is het eerste onderzoek dat verschijnt in een serie studies over oorlog en dekolonisatie in het voormalige Nederlands-Indië.

In Indische Rekening beschrijft Meijer hoe een zakelijk/juridisch conflict over achterstallig salaris en pensioen uitgroeit tot een halszaak met een sterk emotionele lading, aangescherpt door kamptrauma's en de kille bejegening in Nederland na de oorlog. 'Het is een schrijnende zaak, met mensen die erg veel pech hebben gehad.'

De pakweg zestigduizend Nederlanders – Koninklijk Nederlands Indisch Leger en ambtenaren – die na de oorlog berooid bij de overheid in Batavia aanklopten voor 41 maanden achterstallig salaris en pensioen, werden afgescheept met een grijpstuiver. De kolonie had nauwelijks geld, maar de gouverneur-generaal deed er, volgens Meijer, ook alles aan om onder de claims uit te komen.

De loyaliteit jegens de overheid was echter zo groot dat er geen rechtszaak volgt, terwijl die volgens de onderzoeker zeker kansrijk was geweest. Als Indonesië in 1949 onafhankelijk wordt, blijken de kansen van de ex-geïnterneerden verkeken.

Zij vallen tussen de wal en het schip omdat zij in dienst waren bij Nederlands-Indië, dat formeel haar eigen zaakjes regelde los van het moederland. In de jaren vijftig menen rechters dan ook dat de gedupeerden moeten aankloppen bij de opvolger van het koloniale regime: de Indonesische overheid. Die heeft echter geen boodschap aan deze erfenis uit het verleden.

Het onderscheid met andere getroffenen was groot. Manschappen van de Koninklijke Marine die terugkeerden uit de jappenkampen deden met succes een beroep op de Nederlandse overheid, omdat zij wel in Haagse dienst waren.

Tot op de dag van vandaag zijn de betrokkenen, er zijn naar schatting nog enkele tientallen in leven, met grieven blijven zitten over deze onbillijke bejegening. Hoe kon een overheid die men trouw diende en waarvoor men gevaar had gelopen, zelf zo trouweloos zijn?

Pas in de jaren zeventig werd die noodkreet gehoord. Een uitkering van 7500 gulden die was bedoeld om het probleem op te lossen, wierp slechts olie op het vuur. Het zette bijvoorbeeld kwaad bloed dat alle kampslachtoffers deze uitkering kregen, niet alleen de ambtenaren en militairen.

Hoewel de Indische gemeenschap in 2000 nog 350 miljoen kreeg toebedeeld vanwege de kille ontvangst direct na de oorlog, is de kwestie nooit opgelost. Meijer: 'Het is tijd voor een gebaar naar deze groep. Of dat financieel moet zijn of met excuses, weet ik niet. Hoe maak je deze kwestie minder schrijnend ?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden