Column

Van weinig dingen ben ik zo gelukkig geworden als van Lego

IJs&Weder

Van weinig dingen ben ik zo gelukkig geworden als van Lego. Dingen hè, geen mensen. Die mensen moest je er aanvankelijk zelf bij verzinnen. Later kwamen die prachtige poppetjes erbij. Die kun je van alles in de mond leggen en van plan laten zijn. Hun verlangens zijn de jouwe. Ze zetten geen stap buiten jouw wil. Dat is in het echte leven wel eens anders.

Lego-mensen leven in tijden waarin ik ook wel had willen leven. Ze wonen in huizen waarvan ik droom en hebben beroepen waarvoor ik te stom, te laf of te saai ben. Ze zijn geen financial controller of communicatieadviseur, maar roverhoofdman, dierentuinoppasser, leeuwentemster, vorkheftruckchauffeur of piraat. Ze spreken een taal die iedereen verstaat.

Lego toont de wereld zoals de Schepper haar voor ogen moet hebben gehad, voordat er iets lelijk misging. Een wereld zonder angst en pijn, frustratie of teleurstelling. Alles scharniert, buigt en klikt zoals het moet. Iedereen doet waar hij goed in is en gelukkig van wordt. Niemand treitert, vernedert of beledigt een ander. Niemand heeft kanker of liefdesverdriet. Zelfs geen acne of eczeem. De dood is afgeschaft.

Goed, er komen wel eens wezentjes van een andere planeet langs, in een raar ruimtevoertuig (dat type Lego heb ik altijd buiten de deur weten te houden), maar tot echte oorlog komt het nooit. Het ergste aan een Lego-gezichtje is een stoppelbaard of ooglap, boosaardiger wordt het niet.

Nu weet ik ook wel dat Lego gewoon een bedrijf is, met een miljardenomzet, ook al deed de baas deze week een dansje bij het bekendmaken van de jaarcijfers en zong hij er met een gek stemmetje het liedje uit de Lego-film bij. Mede dankzij die film bleef Lego een krankzinnig succesvol bedrijf. Lego heeft nu ook alle meisjes aan het bouwen gekregen (al is het met roze steentjes). Als je nu toch ergens rijk mee moet worden, dan maar met Lego.

Ik hoop wel dat die megawinst de geweldige ontwerpers ten goede komt. Het basisidee van Lego is geniaal en eindeloos uitbreidbaar. Lego gaat minstens drie generaties mee. Toen ik klein was, bestonden er alleen steentjes: rood, wit en blauw. Tot mijn vreugde kwamen er dakpannen, ramen en deuren bij, waardoor ik échte huizen kon bouwen, scholen en ziekenhuizen. Daarbinnen liet ik allerhande drama afspelen, bij gebrek aan Lego-poppetjes met poppenhuispoppen, die tot mijn chagrijn meestal één arm hadden en de verkeerde schaalgrootte.

In de jaren negentig bezaten mijn kinderen een beschamende hoeveelheid Lego, en mijn oude steentjes kieperde ik erbij. Zondagenlang lagen we gevieren te bouwen op het vloerkleed. Daar verrezen moderne steden, indianendorpen, ranches en middeleeuwse forten. Het vermengen van die thema's was streng verboden. Mijn zoontje verbleekte als iemand een ridderdolk in een cowboyhandje klikte. 'Dat is een héél andere tijd!' Bij hedendaagse thematiek kregen de kinderen vaak ruzie. Zoon had een voorkeur voor gemotoriseerd vervoer en dochter zette graag overal haar pizzeriaatjes en cocktailbars neer (de seksesegregatie sloop erin bij Lego; Lego-vrouwen hielden zich helaas alleen bezig met voedsel en drankjes nippen), maar bij de cowboys en indianen vonden ze elkaar, want die hadden óók families. Nu staat al dat Lego hunkerend te wachten op een kleinkind.

Peuters moeten spelen. Zij hebben, zoals Harriet Duurvoort onlangs terecht schreef, 'geen leerplicht, maar speelrecht'. Pedagogen zijn het erover eens dat voor peuters spelen leren ís; álles, taal, motoriek, techniek, mensenkennis, leren ze door spel, niet door reken- en taalwerkjes.

Ik snap niets van dat plan van Diederik Samsom om alle driejarigen verplicht naar de voorschool te sturen, terwijl ongewis is of je daarmee achterstanden verkleint. Dat ouders zo eerder aan het werk kunnen, is ook onzin, want de voorschool duurt maar tot twaalf uur, wat laagopgeleide moeders juist weerhoudt om te werken. Zo blijft de sociale tweedeling in stand. Ik zou zeggen: stop al dat geld en die inspanning in betere en goedkopere kinderopvang, met goed speelgoed. Daar kunnen kinderen spelen, terwijl de ouders werken. Ook als ze thuis geen Lego hebben.

Die magische tijd dat een kind, met één oog dichtgeknepen, totaal opgaat in een zelf verzonnen schaduwwereld duurt maar zo godvergeten kort. Daarna helpt de werkelijkheid hen ruw uit de droom. Laten we dat moment zo lang mogelijk uitstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.