Van vrolijke chaos naar een betere krant

Een lichting Volkskrant-journalisten is bezig te verdwijnen. Het generatieconflict dreunde door in hun kolommen. Ze maakten de tijd van de vrolijke chaos mee en vervolgens de verzakelijking....

Buiten blijven of naar binnen gaan? Het was de avond van 10 juni 1969, en Volkskrant-verslaggever Han van Gessel stond voor een dilemma. Even daarvoor - 'Ik zat net te eten' - had een studievriend hem thuis gebeld: 'We gaan het Maagdenhuis bezetten.' Om tien uur stond Van Gessel op het Spui in Amsterdam, voor het gebouw dat hét symbool zou worden van de studentenrevolte van eind jaren zestig in Nederland.

De bezetters wilden hem nog net binnenlaten. Maar de politie had het Maagdenhuis al geheel van de buitenwereld afgesloten; ook de telefoons deden het niet meer. Op het Spui stond één telefooncel, en Van Gessel had tot half twaalf de tijd om een stukje door te bellen.

Wat te doen? Hij dacht aan een motto van Joop Lücker, de hoofdredacteur van de Volkskrant die enkele jaren eerder door de tijdgeest was geveld: 'Beter zeventien regels in de krant van vandaag dan het mooiste verhaal een dag later.' Van Gessel bleef buiten, en schreef iets meer dan zeventien regels. 'Ik heb de agenten moeten bidden en smeken om die telefooncel te mogen gebruiken.'

Vrijdag heeft de krant waarvoor Van Gessel 37 jaar heeft gewerkt, feestelijk afscheid genomen van hem en drie andere oudgedienden: Erna van den Berg, Victor Lebesque en Kees Los. Eerder dit jaar al zijn de veteranen Peter van Bueren, Jan van Capel, Ineke Jungschleger, Jan Joost Lindner, Jan Luijten en Roelf Ridderikhoff door hun collega's uitgezwaaid. Met hen is een generatie van journalisten goeddeels bij de Volkskrant verdwenen.

En dat is maar goed ook, zo wil een cliché: journalisten zouden vanaf hun veertigste opgebrand raken. Voelen zij dat zelf ook zo? Was vroeger alles beter? En: hoe hebben zij het vak zien veranderen?

Erna van den Berg moest meteen na de middelbare school aan de slag. 'Mijn ouders hadden geen geld om mij te laten studeren.' Haar broer werkte bij het geheide PvdA-orgaan Het Vrije Volk, destijds het grootste dagblad van Nederland, met 350 duizend lezers. Zo kwam ook Erna daar in 1959 terecht.

De studie van Victor Lebesque werd wél door papa betaald, maar die draaide na jaren van gemiste tentamens in 1958 de geldkraan dicht. Via baantjes bij een brouwerij, een wetenschappelijke uitgeverij en Wagons-Lits kwam Lebesque in 1962 terecht bij een regionale Limburgse krant. Van den Berg werd door Het Vrije Volk uitgezonden naar Enschede en Groningen.

Zij waren journalist, fotograaf en opmaker tegelijk. Filmrecensies, politienieuws, verslagen van gemeenteraadsvergaderingen, zelf de plaatjes bij die verhalen schieten én 'clicheren' - het hoorde er allemaal bij. Dat gaf 'een zelfverzekerdheid die ik later nooit meer heb gekend', herinnert Van den Berg zich.

De overstap naar de Volkskrant bracht nauwelijks verandering in die manier van werken, maar des te meer in het klimaat, zowel op de redactie als daarbuiten. De krant ontworstelde zich als een van de eerste aan zijn verzuilde verleden, en werd daardoor dé spreekbuis van de jaren zestig. Journalisten met een andere achtergrond kwamen de redactie versterken, zoals de intellectuelen Jan Bank en Ferd. Rondagh. Hoofdredacteur Jan van der Pluijm, die Lücker was opgevolgd, gaf hun alle ruimte.

Lebesque zoog zich als stadsverslaggever in Amsterdam vol aan de teach-ins, bezettingen en tumultueuze politieke bijeenkomsten uit die tijd. 'Je schreef soms tien, twaalf stukjes per dag.' Het generatieconflict dreunde door in de kolommen. Schreef een oudere collega dat de politie weer eens 'genoodzaakt was de wapenstok te hanteren', bij Lebesque 'hakte de hermandad er lustig op los'. De autoriteiten gaf hij ervan langs in een wekelijkse column. 'Op de man spelen: daar ging ik ver in. Ik ben ook wel eens bij de burgemeester op het matje geroepen.' Vooral de toenmalige PvdA-wethouder Han Lammers werd door Lebesque 'hard aangepakt' vanwege zijn metroplannen. 'Maar die dronk wel 's avonds bier met ons.'

Spoedig haakten de eerste oudere redacteuren ontgoocheld af. Toch behield de redactie de familiecultuur die zij had overgehouden aan de eerste jaren na de oorlog, als sobere katholieke arbeiders-enclave in de mondaine hoofdstad. Alleen speelde die zich nu af in het café. Lebesque: 'Wij werkten dag en nacht, ook in de kroeg.' Van den Berg: 'Vakanties waren een hinderlijke onderbreking.'

Zelf schreef zij de eerste jaren over mode en winkelen. Over confectie, wel te verstaan, want de Parijse haute couture was voor de Volkskrant-lezeressen toch onbetaalbaar. Behalve voor het 'primaat van de politiek' had de Volkskrant ook al vroeg een neus voor de meer primaire interesses van de consument.

Pas midden jaren zeventig, tijdens het 'rode' kabinet-Den Uyl, werd het onverholen parti pris - vóór alles wat links was en bewoog - voorwerp van discussie op de redactie. Tegelijkertijd verdween het journalistieke manusje van alles. Er kwamen opmakers, fotoredacteuren en gespecialiseerde deelredacties. En er kwamen steeds meer journalisten die niet waren gesjeesd, maar hun universitaire studie hadden afgemaakt.

Want na 1980 begon de krant te groeien - in lezers, in advertenties en in pagina's. Harry Lockefeer volgde Van der Pluijm op en begon enige orde te scheppen in diens vrolijke chaos. Door chefs te benoemen, een vloek in de anti-autoritaire kerk. En door themakaternen toe te voegen: Kunst, Sport, Wetenschap. Lockefeer bestuurde een uitdijend eilandenrijk, en zond zijn meer ervaren journalisten uit naar de nieuwe buitengewesten.

Han van Gessel vond het een natuurlijke en welkome ontwikkeling. 'Wij waren voorbestemd voor dat nieuwe middenkader.' Vijftien jaar lang was hij onderwijsredacteur geweest. Met de draconische bezuinigingen van minister Wim Deetman had hij evenveel moeite als de sector zelf. 'Faculteiten die met opheffing werden bedreigd, smeekten om een positief stukje in de krant. Ik voelde me gebruikt.' Hij zette het boekenkatern op, dat eerst Folio en later Cicero ging heten.

Kees Los kwam vlak voor de verzakelijking bij de Volkskrant werken. Ook hij beoordeelt die positief. 'Wij zijn een betere krant gaan maken. Dankzij een betere organisatie, dankzij beter opgeleide journalisten.' Professionalisering: dat is de grote sprong voorwaarts die de journalistiek de afgelopen twintig jaar heeft gemaakt. Daarover zijn alle vier de vertrekkers het eens.

Maar ze missen wel iets. De verbondenheid met de jongerenmarkt. 'Studenten abonneren zich niet meer', zegt Van Gessel. 'De Volkskrant is een luxe-artikel geworden.' De vrijgevochten sfeer op de redactie, toen er nog douches waren. 'Ik heb het daar wel eens gedaan', zegt Van den Berg schalks tegen Lebesque. 'Jij niet?'

En, al noemen ze het niet: het dilemma op het Spui. Om tien uur 's avonds, als je nog anderhalf uur voor een stukje hebt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden