Reportage Syrische buschauffeurs

Van vluchtelingen tot buschauffeur – voor Syriërs is taal de grootste drempel

Andrih Shahin achter het stuur. Beeld Marcel van den Bergh

Het rijden is niet het grootste probleem. Dat hebben de Syrische vluchtelingen zo onder de knie. Maar Nederlands praten met de passagiers in de bus, dat kost heel wat meer moeite, en vooral ook: tijd. Connexxion heeft die tijd genomen, en is nu laaiend enthousiast over de eerste lichting Syrische buschauffeurs in Arnhem. Andere lichtingen zullen snel volgen. 

Over zeven minuten moet zijn bus vertrekken van het groezelige busstation bij Arnhem Centraal. Net tijd genoeg voor een sigaret, zegt chauffeur Andrih – maar die is hij vergeten in de remise. Een langsrijdende bus toetert, Andrih sprint er achteraan. Dan komt hij terug met een sigaret. ‘Van een van de andere Syriërs’, zegt hij grijnzend. Een paar trekjes later is het tijd om te gaan.

Het is een dag als ieder ander voor de passagiers die lijnbus 56 richting Heteren instappen, maar buschauffeur Andrih Shahin zit te glimmen achter het stuur. Sinds een paar maanden rijdt hij fulltime in Arnhem en omgeving voor Breng, onderdeel van de landelijke vervoersmaatschappij Connexxion. Net als acht andere statushouders verdient Andrih na jaren ellende weer zijn eigen geld.

Een eerste proef met het opleiden van vluchtelingen tot buschauffeurs, opgezet door rayonmanager Theo Duivesteijn van Connexxion samen met detacheringsbureau Consolid, is een doorslaand succes. Duivesteijn is enthousiast over het doorzettingsvermogen van de eerste lichting, allemaal jonge Syrische mannen. Daarom wordt de proef nu uitgebreid naar Eindhoven, Nijmegen en opnieuw Arnhem. De bedoeling is dat ook vrouwen en vluchtelingen met een andere herkomst meedoen, en dat zij uiteindelijk in het hele land zullen rijden.

Beeld Marcel van den Bergh

‘Ik ben blij zo’, zegt Andrih van achter het stuur. ‘Het belangrijkst is dat ik nu zelfstandig ben.’ De eerste jaren in Nederland, waar hij in 2015 aankwam, waren heel moeilijk, zegt Andrih. Hij zat met honderden anderen in De Koepel, een voormalige gevangenis, in afwachting van een verblijfsvergunning. Pas toen hij zijn ‘status’ kreeg konden zijn vrouw en kinderen achter hem aan komen, en kreeg hij een woning. Andrih is de gemeente Arnhem dankbaar: jarenlang leunde hij op geld van de overheid. Maar het voelde niet goed. ‘Een uitkering is voor mensen die ziek zijn, of oud. Ik ben dertig. Ik kan werken, dus ik moet.’

In Damascus had Andrih een eigen winkel, een slijterij. Hij legt uit dat hij naar Nederland móést vluchten. Zijn winkel was ‘helemaal kapot’ en hij vreesde voor de veiligheid van zijn kinderen. Hij had zijn zinnen op Nederland gezet omdat hij had gehoord dat ze hier minder discrimineren dan in andere Europese landen. Een goede keuze, daar is hij inmiddels van overtuigd. ‘Mijn moederland blijft Syrië, waar ik geboren ben. Maar Nederland is mijn tweede thuis geworden. Ik ben er trots op.’ 

Het grootste probleem bij het opleiden van statushouders tot buschauffeur blijkt niet het rijden te zijn. Dat hadden ze juist snel onder de knie, vertelt Duivesteijn. Ook de reactietest en het psychologisch onderzoek haalden ze vrijwel allemaal. Het struikelblok is de taal. ‘Een buschauffeur is de hele tijd sociaal bezig. Je moet een mensenmens zijn.’ Een vraag van een passagier beantwoorden, een praatje maken met een collega, dat zijn dingen die horen bij het vak. Je moet ook kunnen omgaan met lastige mensen. Omdat de statushouders nog niet voldoende Nederlands spraken, kostte het bijna een jaar om de groep chauffeurs op te leiden, in plaats van de gebruikelijke drie tot vier maanden.

Beeld Marcel van den Bergh

Andrih weet hoe lastig het is om Nederlands te leren. Toen hij aan zijn opleiding begon had hij er al zes maanden Nederlandse les opzitten, maar kon hij nog geen behoorlijk gesprek voeren. Het beste leert hij ‘door te doen’, zoals met zijn buurman bij wie hij op vrije dagen graag over de vloer komt. In de pauze zit hij bij zijn Nederlandse collega’s, niet bij de Syrische. ‘Ik heb al dertig jaar ervaring met Syriërs, die ken ik al', lacht hij. Toegegeven, perfect is zijn Nederlands nog niet. Andrih's zoon Elias zit in groep vier en spreekt tot hun beider trots beter Nederlands dan zijn vader.  Als een lange jongen met een koptelefoon in Heteren vraagt of de bus aan het eind van de straat linksaf gaat, moet de buschauffeur een seconde nadenken. Maar dan volgt een luid en duidelijk: ‘Nee, ik ga daar naar rechts’. Zijn Nederlands wordt met de dag beter, zegt hij.

Nu de eerste resultaten positief zijn, wil Connexxion door. Het bedrijf spreekt van een win-winsituatie: De opleiding voor statushouders duurt weliswaar langer dan voor de gemiddelde chauffeur, maar daar staat tegenover dat ze vaak jong zijn en lang in dienst kunnen en willen blijven. Precies wat Connexxion wil, zegt Theo Duivesteijn. Ze krijgen daar de komende jaren te maken met veel chauffeurs die met pensioen gaan. Die plaatsen kunnen mooi gevuld worden door statushouders, die dan niet meer afhankelijk zijn van een uitkering. Dat is weer voordelig voor de gemeente, die dan ook meebetaalt aan de opleiding. 

Beeld Marcel van den Bergh

Op den duur kunnen statushouders overal waar het bedrijf rijdt aan het werk, zegt Connexxion-woordvoerder Daan Stevens. Ook vervoerders Arriva en Keolis hebben interesse getoond. Het opleiden van de chauffeurs kan worden versoepeld door statushouders uit de eerste lichting in te zetten als 'tussenpersonen’. Zij kunnen nieuwe lichtingen motiveren en bijvoorbeeld helpen met het uitleggen van het vakjargon. De chauffeurs kunnen dat beter uitleggen dan een reguliere tolk. Stevens: ‘Neem het woord snorfiets. Dat valt niet echt te vertalen in het Arabisch.’

‘Durf ook fouten te maken’, adviseert Andrih nieuwe buschauffeurs die worstelen met de taal. ‘Want van die fouten kun je leren. En geloof in jezelf! Het is ons gelukt, dus jullie kunnen het ook.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden