Van vloek tot zegen

ecotoerisme Vakantiegangers die bijdragen aan natuurbehoud. Op Bonaire en elders blijkt dat het kan.

'Marvelous down there.' De Amerikaanse scuba-duiker is nauwelijks op het droge of hij wil zijn onderwaterervaringen delen. Zijn duikbuddy's zijn al even enthousiast en geven met gebaren aan hoe groot de zeeschildpad was die ze hebben gezien. 'Absolutely marvelous.' De stenige kust van Bonaire mag schraal ogen, onder het wateroppervlak wemelt het van de felgekleurde baarsjes, papegaaivissen, zeeschildpadden en andere tropische rifbewoners.


Bonaire is een van 's werelds populairste duikbestemmingen. Van de 75 duizend verblijfstoeristen die het vrijwel strandloze eiland jaarlijks ontvangt, komt een aanzienlijk deel om te duiken of te snorkelen. Dagelijks vertrekken ze met speciale boten naar de duikplekken, op andere plaatsen kunnen ze het water inlopen om naar het rif te zwemmen. Zelfs op de barre zuidpunt van het eiland staan auto's geparkeerd. In de omtrek is geen mens te bekennen: de bestuurders en hun passagiers zijn onder water.


Hoe voorzichtig de meeste duikers ook zijn, hun hobby kan een zware wissel trekken op de kwetsbare ecosystemen onder water, meent Ruud Klep, expert op het gebied van duurzaam toerisme. 'In Egypte kom je op sommige plaatsen tegelijkertijd tien boten met duikers tegen. Er zijn plekken waar 50- tot 60 duizend man per jaar duiken. Het kan niet anders of dat leidt tot schade. Waar massa's toeristen de natuur intrekken, ontstaat schade, of het nu boven of onder water is. Toerisme kan een bijdrage leveren aan natuurbescherming, maar alleen onder goede randvoorwaarden.' Bekend zijn de voorbeelden uit natuurparken waar meer toeristenbusjes worden waargenomen dan wilde dieren.


Net als in veel andere ontwikkelingslanden hebben de Egyptische overheid en de lokale reisindustrie vooral oog voor de inkomsten - het snelle geld, meent Klep. 'Er is geen relatie tussen natuurbescherming en toeristische productie. Uiteindelijk draait de lokale business zichzelf de nek om doordat sommige plekken oninteressant worden voor vakantiegangers.'


Bonaire geldt als een gunstige uitzondering wat toerisme en natuurbeheer betreft. Duikers betalen een nature fee van 25 dollar voor de 'toegang' tot de onderwaterwereld. Het eiland besloot al in 1991 tot deze bijdrage voor de bescherming van de koraalriffen, nadat een driejarig natuurproject van het Wereld Natuur Fonds ten einde liep. Van de inkomsten werden rangers en een parkmanager aangesteld.


'Het was indertijd nieuw om toeristen te laten meebetalen aan natuurbescherming. Een toonaangevend Amerikaans duiktijdschrift dreigde Bonaire zelfs met een boycot vanwege deze bijdrage', zegt Elsmarie Beukenboom, directeur van de in 1980 opgerichte Stichting Nationale Parken Bonaire. De kustwateren rondom het eiland vormen inmiddels een van de twee nationale parken van het eiland. 'De duikers zelf hadden geen moeite met het bedrag. Het ging tenslotte om bescherming van hun eigen duikplekken.'


Duurzaam

Toerisme als middel voor natuurbescherming? Het leek 15 jaar geleden nog vloeken in de kerk. 'Maar waarom niet', zegt Louis Frankenhuis. 'Nu is natuurbescherming vaak financieel afhankelijk van overheden en die komen lang niet altijd met voldoende middelen over de brug.' Als voormalig eigenaar van KRAS Reizen en oud-topman van onder meer TUI en de Oad-groep heeft Frankenhuis een achtergrond in het massatoerisme.


De reisbranche werkt aan een inhaalslag wat betreft duurzaamheid, volgens hem. 'Men beseft in toenemende mate dat natuur bij het basiskapitaal behoort. Geen consument wil naar een gebied dat is vervuild, of een natuurpark dat is platgelopen. Vernietiging van de natuurlijke omgeving zou dus kapitaalvernietiging zijn.'


Reismultinational TUI zag een jaar of twintig geleden als een van de eerste grote concerns de economische waarde van natuur. De goudmijn Mallorca dreigde ernstig te vervuilen en zijn aantrekkelijkheid te verliezen. Op initiatief van TUI werden maatregelen genomen, in samenwerking met de overheid. Puur eigenbelang, heette het in die dagen.


Aan de andere kant van het spectrum onderkennen natuurbeschermers dat de groeiende golf vakantiegangers die over de wereld spoelt, niet is te stoppen, volgens Frankenhuis. Een van initiatieven waarin de belangen van zowel natuurorganisaties als de toeristische branche samenkomen is PAN-parks, waarvan Frankenhuis adviseur is. De organisatie werd in 1997 opgericht ter bescherming van Europese wildernis in combinatie met kleinschalig, duurzaam toerisme. Elf gecertificeerde PAN-parks zijn er inmiddels, in onder meer Italië, Bulgarije, Finland, Zweden en Portugal. Elk park heeft kleinschalige, duurzame toeristenvoorzieningen waarvan de inkomsten moeten bijdragen aan natuurbescherming en -onderhoud.


Deze formule sluit aan bij de veranderende vraag van vakantiegangers, zegt Frankenhuis. 'We leven wat Europa betreft in een tijd van het post-massatoerisme. De consument vraagt om 'beleving'. Na drie strandvakanties in Turkije heb je het daar wel gezien. Men wil nieuwe ervaringen, men wil wat educatie en dat het liefst kleinschalig en duurzaam. Vergeet ook niet dat het milieubewustzijn van de vakantieganger is toegenomen.' PAN-parks heeft een deal met reisorganisaties: een deel van de inkomsten gaat naar bescherming van de parken.


Inmiddels benadrukken natuur- en milieu-organisaties als IUCN en het Wereld Natuur Fonds dat toerisme kansen biedt om duurzaam natuurbeheer te stimuleren. Frans Schepers, deskundige op het gebied beschermde gebieden en bedreigde soorten bij het WNF: 'Bekijk het eens zo: toeristen willen een natuurbeleving en de reissector verdient daar goed aan. Daar staan nauwelijks inkomsten voor natuurbescherming tegenover. Dat is net zoiets als gratis tv-kijken.' In de jaren negentig begon het WNF met natuurbeschermingsprogramma's waarin duurzaam toerisme een rol speelt, een proces van vallen en opstaan. In het Mozambikaanse nationaal park Bazaruto bijvoorbeeld verdwenen voor natuurbescherming bestemde toeristendollars aanvankelijk in de algemene middelen van de overheid.


In Namibië heeft het WNF in samenwerking met de overheid en hulporganisaties zogeheten conservancies opgezet. Lokale, vaak traditionele gemeenschappen hebben bij wet het beheer over hun eigen leefgebied gekregen. Ze krijgen training in duurzaam natuurmanagement en leren bedrijfsplannen te maken.


Inkomsten uit de bouw en exploitatie van lodges en campings komen aan de gemeenschap ten goede. Het geld wordt op een duurzame manier geherinvesteerd. Het bleek een succesformule.


'De belangrijkste voorwaarde voor succes in Namibië was dat de lokale bevolking zelf de verantwoordelijkheid kreeg voor het natuurbeheer en er inkomsten uit begon te krijgen', zegt Schepers. 'Zo ging men inzien dat natuurbescherming in hun eigen belang is. Een voorbeeld: we hebben zogeheten village scouts opgeleid. Met WNF-hulp voorkomen ze dat er wordt gestroopt, ze tellen zelf het wild in hun gebied en daarnaast werken ze als safarigids. De stroperij is afgenomen, het aantal wilde dieren, zoals de zwarte neushoorn, neemt toe. Dat trekt weer toeristen die geld meebrengen.'


Inmiddels zijn er vijftig conservancies die jaarlijks 20 miljoen Namibische dollar genereren, waarvan tweederde uit toerisme. De bijdrage aan het bruto nationaal product bedraagt zo'n 33 miljoen. Schepers: 'Van cruciaal belang is dat het geld in de regio blijft.'


Dat laatste is op een klein eiland als Bonaire niet zo'n probleem. Zo'n 38 procent van de bevolking is financieel afhankelijk van toerisme, nog eens 27 procent verdient er indirect aan. Maar ook op Bonaire is de spanning tussen natuurbescherming en toeristendollars nooit ver, ondanks de 'voorsprong' van het eiland.


In de vroege ochtend wordt aan de kade in de hoofdstad Kralendijk een marktje opgebouwd. De mannen op de kade kijken naar een streepje aan de horizon dat langzaam groter wordt. Borden met 'bikes for rent' komen tevoorschijn, mini-busjes arriveren. Als het streepje in de verte eenmaal als een reusachtig zeekasteel aan de kade ligt, staat er een complete souvenirwinkel. 'Dankzij de cruisepassagiers kan ik mijn huisje laten opknappen', zegt een sieradenverkoopster.


Cruiseschepen, tussen november en juni arriveren er vrijwel dagelijks een of twee, brengen jaarlijks 220 duizend dagtoeristen aan wal. Volgens Ramón de León, manager bij de nationale parken, ziet de bevolking vooral de dollars die ze meebrengen. 'Er is nooit goed onderzoek gedaan naar de vraag hoeveel toeristen het eiland kan hebben. Met elk schip komen er zo'n tweeduizend mensen aan wal. Die willen een dagje duiken, een rondrit of een fietstocht maken, of de mangroves bezoeken. Het zijn er te veel; het legt een enorme druk op het eiland. Toeristen zijn welkom, maar wel in de juiste verhouding.'


Dode letter

De bevolking wordt op allerlei manieren gewezen op het belang van natuurbescherming, onder meer door schoolprogramma's, zegt De León, 'maar als het erop aankomt geven veel mensen toch hun reguliere baan op om snel geld te gaan verdienen in het toerisme'. De slogan nos ta biba di naturalesa, wij leven van de natuur, is volgens hem een dode letter. 'De overheid zou veel meer kunnen doen om het evenwicht te bewaren.'


Natuurbescherming mag daarom nooit afhankelijk worden van de vakantie-industrie, waarschuwt Schepers van het Wereld Natuur Fonds. 'Wij zien het onder bepaalde voorwaarden als een middel, een van de vele. Nooit als een doel. Het heeft alleen effect als er een lokaal mechanisme in werking treedt waardoor het geld op een goede manier in het gebied en de mensen wordt geherinvesteerd.'


Wat de gevolgen kunnen zijn, is inmiddels ook op Bonaire voelbaar. Elsmarie Beukenboom: 'Toen de economische crisis uitbrak daalde het aantal toeristen en daarmee onze inkomsten. Toen vier van de negen rangers opstapten, konden we ze niet vervangen. Het zou mooi zijn als het toeristengeld de kosten van de natuurbescherming kan dekken, maar als ik eerlijk ben: haalbaar is dat niet.'


Dit is de zesde aflevering in een serie over de effecten van toerisme. Het artikel kwam tot stand met medewerking van Loes Wijnen van de Wageningen Universiteit. Zij deed onderzoek voor de Volkskrant naar natuurbescherming en toerisme. Lees haar hele rapport op vk.nl/zegenofvloek. Eerdere afleveringen van deze serie kunt u hier ook vinden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden