Van Vleuten verruilt etappes op asfalt voor sprinten op Siberisch sparrenhout

Onder de lampen van het Velodroom in Berlijn rijdt de regerende wereldkampioen tijdrijden op de weg deze vrijdagavond nu over planken van Siberisch sparrenhout. Annemiek van Vleuten, 35, debuteert tijdens de EK baanwielrennen op het onderdeel individuele achtervolging en doet meteen mee om eremetaal. Ze rijdt om het brons tegen de Italiaanse Silvia Valsecchi.

Annemiek van Vleuten fietst in Berlijn om het EK-brons tegen de Italiaanse Silvia Valsecchi. Ze werd vierde. Beeld Soenar Chamid / de Volkskrant
Annemiek van Vleuten fietst in Berlijn om het EK-brons tegen de Italiaanse Silvia Valsecchi. Ze werd vierde.Beeld Soenar Chamid / de Volkskrant

In de kwalificatie 's middags was het voor een beginneling al hard gegaan, 3.33,6 over 3 kilometer in twaalf ronden, en dat terwijl de start mis liep. Die was 'prut', oordeelde bondscoach Peter Schep. De fiets in onbalans. Zitten in de eerste bocht, waar ze uit het zadel had moeten blijven. Te hard rijden om de beroerde eerste meters goed te maken. Ze was ook geschrokken van de houten blokjes aan de binnenkant van de baan die tijdens de achtervolging voorkomen dat renners wat kunnen afsnijden. Die had ze niet eerder gezien.

Dit keer is de start veel beter. Staand op de trappers zwiert ze door de eerste bocht, de fiets is onder controle.

Andermaal Van Vleuten. Het is alsof ze bezig is een muur op te trekken die toch maar eens definitief het zicht ontneemt op die huiveringwekkende smak in de afdaling van de Vista Chinesa in Rio de Janeiro waar ze voor dood als een traploper op de stoeprand lag. Vallen, vindt ze, maakt nu eenmaal deel uit van hard fietsen. Kijk maar hoe het verder is gegaan, met onder meer de zege in La Course, winst in de Boels Ladies Tour en, de bekroning van het seizoen, die triomf in het tijdrijden in Bergen, Noorwegen.

Langzaam kruipt ze in Berlijn in de tussentijd dichterbij de Italiaanse. Ze nadert op enkele tienden.

Het was na al die zeges kennelijk nog niet genoeg en alleen asfalt volstond evenmin. Ze greep drie weken geleden in Eijsden de nationale titel marathon op de mountainbike en vlak voor het vertrek naar Berlijn won ze nog een MTB-wedstrijd in Gasselte. De modder, beklemtoonde ze, was vooral voor de lol geweest.

Maar dit, hier op de baan, is bloedige ernst. Haar verklaring: ze wil nu eenmaal graag ergens aan meedoen als er kansen liggen, het liefst met zicht op winst. Dan gaat ze ervoor, met volledige overgave. Ze denkt aan het WK in eigen land, in februari in Apeldoorn. Berlijn is een eerste test.

Ineens stokt het inlopen op Valsecchi. Het lukt niet meer om vlakke tijden te rijden. De rondetijden schieten omhoog naar boven de 17 seconden.

De aanmoediging om het eens op de piste te proberen, kwam vanuit haar ploeg, Orica Scott. Haar mecanicien, Pat Ryan, had het al vaak tegen haar gezegd: 'Dit is iets voor jou.' Voor de WK in Hongkong, afgelopen april, had ze het al eens geprobeerd op de ploegenachtervolging. Dat vond ze niks. Te technisch. Te specifiek.

Niet dat het in haar eentje op de baan gemakkelijk afgaat. Ze moet leren tussen de lijnen te rijden. Ze moet de bochten in vallen. Even te lang rechtuit en het is alsof je de berg op gaat. Ze moet één houding aannemen en die de volle twaalf ronden volhouden. Ze ziet ze nauwelijks meer dan vijf centimeter bleek hout voor haar. Op de training is ze een keer zomaar de coach voorbij gereden, toen die stond te gebaren dat het wel mooi was geweest. Het is ook lastig, zei ze, meteen de goede snelheid te vinden. Het gevoel ontbreekt nog, het automatisme.

En dan de start, die razend moeilijke start. Hier is geen podium waarop je naar beneden kunt duiken, geen verzet dat je lekker enkele tanden zwaarder kunnen tikken als de snelheid omhoog gaat. Op de baan trek je jezelf met meteen een uiterste krachtsinspanning vanuit stilstand op gang. Zie dat maar eens vloeiend te doen.

Met nog vijf ronden te rijden, is het verschil met de Italiaanse opgelopen tot één seconde. Van Vleuten voelt haar benen vollopen. Het doet zeer. Elke spiervezel schreeuwt het uit. Stop!

Ze komt over de finish in 3.36.9, aanzienlijk langzamer dan in de kwalificatie. Valsecchi klokt af op 3.33,9.

Ze is afloop niet teleurgesteld in de vierde plek, ze is blijer met de 3.33, 6 uit de middag. Maar het zit haar niet lekker dat ze niet genoeg hersteld bleek van die inspanning. Ze gaat zo diep in het rood dat een volgende krachtsexplosie niet straffeloos passeert.

Heeft ze genoeg vertrouwen opgedaan om zich voluit op de WK in Apeldoorn te richten? Eerlijk antwoord: 'Op dit moment nog niet helemaal.' Ze doet over twee weken mee aan wereldbekerwedstrijden in Polen. Daarna beslist ze. Wat haar ook wel dwarszit: haar voorbereiding op het wegseizoen zou ook in het geding komen. De voorjaarsklassiekers kan ze dan wel vergeten. 'Dat is wel een offer, ja.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden