van vinex naar villa

Veel huizenkopers zijn, al dan niet heimelijk, op zoek naar het geheim van een fraaie wooncarrière. Is het een kwestie van berekening, of moet je gewoon de markt zijn werk laten doen?...

Wie voor het eerst een huis koopt, kijkt vaak jaloers naar de voorgaande generatie die voor een relatief schijntje een huis kon kopen dat nu een fortuin waard is. De huizenprijzen zijn de laatste jaren immers een stuk sneller gestegen dan de inkomens. ‘Als je nu koopt, woon je twee klassen lager dan als je in de jaren tachtig had gekocht’, zegt Piet Eichholtz, hoogleraar vastgoedfinanciering. ‘Dat komt doordat er steeds meer goedbetaalde banen zijn, maar niet steeds meer mooie huizen. De laatste golf mooie woningen is eigenlijk in de jaren dertig gebouwd.’

Ook moet er procentueel steeds meer worden uitgegeven aan een woning. Hans André de la Porte van de Vereniging Eigen Huis (VEH): ‘Je hebt tegenwoordig twee inkomens nodig om een huis te kopen. Een gemiddeld jaarinkomen is 31.000 euro. Daar kun je een hypotheek van maximaal 140.000 euro mee krijgen. En daar koop je in de Randstad echt geen huis voor.’ Daar komt nu nog een obstakel bij: de extreme onzekerheid op de financiële markt. Eichholtz: ‘Het vertrouwen loopt weg uit de economie. Een huis kopen is een enorme financiële beslissing. In deze tijd betekent dat wachten, twijfelen, en nog eens twijfelen. Aanvankelijk dacht ik dat de invloed van de crisis op de huizenmarkt wel zou meevallen, maar nu denk ik: toch niet.’

En inderdaad: vorige week bleek dat de huizenprijzen in Nederland in het derde kwartaal, voor het eerst sinds 1990, licht zijn gedaald. Het aantal verkochte woningen nam bovendien af met 13 procent ten opzichte van drie maanden eerder. Volgens de VEH dreigen banken de kredietkraan aan te draaien, waardoor het lastiger wordt een hypotheek te krijgen. Eichholtz ziet echter een –‘dubieus’– lichtpuntje: ‘Er wordt er in Nederland structureel te weinig gebouwd. Het is dus niet zo dat er nu te veel aanbod is, waardoor de kans dat de huizenprijzen in mekaar sodemieteren ook niet zo groot is. Er zijn altijd nieuwe gezinnen die wel een huis móéten kopen.’

Ook De la Porte ziet veranderingen: ‘Koper en verkoper draaien langer om elkaar heen. Terwijl je, als je eind jaren negentig een huis wilde kopen, heel snel moest handelen. Want er waren tientallen andere gegadigden. Toen was het kopen van een huis nog het slimste en lucratiefste wat je kon doen. Je kón er niet op verliezen. Zelfs als je er maar twee jaar bleef wonen, liep je weg met een forse winst. De huizenprijzen stijgen nu nog maar een paar procent, als ze überhaupt nog stijgen.’

Toch was het ook in het verleden niet vanzelfsprekend dat woningen altijd maar meer waard werden. Al eerder stagneerde die groei. Zo kostte in 1974 een gemiddeld koophuis – omgerekend – 38.000 euro, terwijl dat dit jaar 248.000 euro was. Maar in die groei zat een periode van ongeveer tien jaar waarin de prijzen nauwelijks van hun plaats kwamen: tussen 1980 en 1990 steeg de gemiddelde prijs van een woning van – weer omgerekend – 76.000 euro naar ruim 78.000 euro. Maar daarna ging het hard. Tien jaar later, in 2000, kostte de gemiddelde woning ineens een ton meer: 178.000 euro. Vorig kwartaal ging het gemiddelde huis voor 248.000 euro van de hand. Eichholtz concludeert: ‘Als je na de tweede helft van de jaren negentig instapte, was je eigenlijk te laat.’ Hoe pak je zo’n wooncarriere slim aan? Wanneer moet je kopen en wanneer verkopen om van een gewoon vinexhuis uiteindelijk in een schitterende villa te belanden? ‘Het is volstrekt geluk, en niets anders’, zegt Eichholtz. ‘Mensen waarvan je achteraf kunt zeggen: die hebben het handig gedaan met hun huizen, hebben in de jaren tachtig en negentig heel veel risico genomen. Als je toen een heel duur huis hebt gekocht en een zo hoog mogelijke hypotheek hebt genomen, ben je nu spekkoper. Omdat de huizenprijzen toen zo gigantisch stegen. Maar als er destijds een vreselijke economische crisis was uitgebroken, waren al die mensen met hun hoge hypotheken failliet geweest.’

Hiske Brunklaus (52) en Jos Rijser (55) Wonen: in een vrijstaand huis in Zuidoostbeemster Zwembad: ja Prijs: 365.000 gulden (162.000 euro), in 1992. Waarde nu, volgens Brunklaus: ‘650.000 euro, misschien iets minder’ Vorige huis: een woning in Amsterdam-Zuid. Midden jaren tachtig gekocht voor 205.000 gulden verkocht voor 505.000 gulden

‘Als je hier om je heen kijkt, is dit eigenlijk een klein rottuintje’, zegt Hiske Brunklaus. Achter hun tuin ligt een enorm weiland. Er grazen koeien. Samen met haar man Jos Rijser, net als zij advocaat, woont ze sinds 1992 in een vrijstaand huis in Zuidoostbeemster. De twee volwassen dochters zijn al een paar jaar het huis uit. In Amsterdam-Zuid hadden ze het wel gezien. Vooral Rijser was er klaar mee: ‘Op een gegeven moment kon ik mijn 4-jarige dochter net voor een auto wegtrekken, waarna we allebei in de hondenpoep belandden.’ Hiske vroeg zich af of ze wel zin had in de polder. Maar Jos wilde per se weg. Vrienden die al in de Beemster woonden, tipten het echtpaar dat er een huis te koop stond. Er moest flink worden verbouwd. ‘Al onze vrienden verklaarden ons voor gek’, zegt Brunklaus.

‘Het zag er niet uit, alles was jarenzeventig- bruin, er lagen witte plavuizen. Iedereen zei: ‘Jezus, wat hebben jullie gedáán? Dat mooie huis in de Valeriusstraat!’’ Daar denken ze zelf ook nog wel eens aan. Ze kochten het in de jaren tachtig, toen de woninmarkt op z’n gat lag. Nu is een dubbel benedenhuis in die straat al gauw een ton of negen waard. ‘Als we dat hadden geweten, hadden we het misschien wel verhuurd.’ Bovendien – het stel werkt in Amsterdam – zijn de files ook niet alles. ‘Het is hier heerlijk wonen, ruim en groen, maar Jos roept wel eens dat hij terug wil. Maar ik weet zeker dat hij in Amsterdam weer gek zou worden.’

Zeven jaar geleden is het zwembad aangelegd in de tuin. Daarvoor is de hypotheek iets verhoogd. Maar nog steeds wonen ze ‘bijna gratis’, zegt Rijser. Het dorpsleven was een cultuuromslag, vertelt Brunklaus. ‘Mijn dochters kwamen op een school terecht met alleen blonde kinderen. We moesten snel een oppas vinden, want geen van de kinderen in het dorp bleef over. De moeders aten vaak warm tussen de middag. We wonen hier nu zestien jaar, maar ze noemen ons nog steeds ‘die nieuwe mensen’.’

Erik Jan de Wilde (45), Eva Voncken (45), Iza (7) en Abel (10) Wonen: in een hoekhuis in de Utrechtse wijk Oog in Al Kamers: acht Prijs: 500.000 euro Vorige huis: in dezelfde wijk. Veertien jaar geleden gekocht voor omgerekend 111.000 euro, twee jaar geleden verkocht voor 350.000 euro

‘Deze huizen zijn erg gewild’, zegt Erik Jan de Wilde. ‘Je zit dichtbij het centrum, maar het is ook heel groen en dorps. Er wonen hier vooral oudere mensen die deze huizen voor relatief weinig geld huren. Zij betalen misschien 500 euro huur, en wanneer ze doodgaan of vertrekken, wordt hun huis voor meer dan vijf ton verkocht. De nieuwe aanwas bestaat vooral uit tweeverdieners met kinderen. Je ziet de buurt veranderen.’

Na de Amsterdamse en Utrechtse binnenstad was het even wennen, zo’n wijk waar iedereen op elkaar let. ‘De eerste dag dat we hier woonden, kwam de buurvrouw van vier huizen verderop langs om ons erop te wijzen dat het ruitje van de voordeur openstond. Ik dacht wel even: god, straks gaan ze zeuren dat ik mijn voortuintje niet goed onderhoud. Maar dat gebeurde niet, en nu vind ik die dorpse sfeer juist prettig.’

Het is het derde koophuis van De Wilde. Hij werkt als programmaleider bij het Nationaal Jeugdinstituut. Zijn vrouw werkt als onderwijsadviseur. Zijn eerste huis stond ook in Utrecht, in de wijk Lombok. In 1989 kocht hij het appartement voor 60 duizend gulden. Vier jaar later kon hij het voor 90 duizend gulden verkopen. ‘Wat een lieve bedragjes hè’, zegt De Wilde. Dat het echtpaar steeds een stapje groter kon gaan wonen, is toevallig. ‘We zagen ons huis nooit als beleggingsobject. Bovendien, we hadden het daar goed. Maar dit was een nét iets mooier huis.’ Over het vorige huis had het echtpaar lang getwijfeld. ‘Terwijl het 250.000 gulden kostte. Je kunt het je nu bijna niet meer voorstellen’, zegt hij.

Het verhuizen naar een rustige buurt was een bewuste keuze na het centrum van Amsterdam en Utrecht. ‘Dat grootstedelijke, daarmee hadden we het wel gehad. We wilden rust, geen schietpartijen en elke dag gestolen fietsen.’ Dit is het huis waarin zij oud zullen worden, daarvan is De Wilde nu overtuigd. Over de kredietcrisis, die ook de huizenmarkt lijkt te raken, maakt hij zich weinig zorgen. ‘Eigenlijk betalen we nu twee keer zoveel dan toen we in ons vorige huis woonden, voor alleen een kelder en een tuin erbij. Maar dat is het waard. Je denkt wel: wat nu? Een rentestijging zou wel even slikken zijn. Maar als de huizenmarkt instort, maakt dat voor ons woongenot niks uit. Wij gaan toch niet weg, want beter dan hier kun je niet wonen.’

Sandra Wegter (37) Woont: in een driekamerwoning in Leeuwarden Prijs: 112.500 euro Vorige huis: een kapitale boerderij in Friesland

‘Ik keek naar mezelf door de bril van anderen. Ik had een grote Friese boerderij, en na m’n scheiding zat ik in zo’n klein huisje. Ik moest een stapje terug doen.’ Architecte Sandra Wegter heeft haar kantoor in een van de twee kleine slaapkamers in haar benedenwoning in Leeuwarden. In mei vorig jaar verhuisde ze na haar scheiding. ‘Ik ben verhuisd met alleen een wasmachine en een bed. Ik heb toen meubels gekocht die iets beter bij de omvang van dit huis pasten. Je hebt maar een paar spulletjes nodig, dan is het vol. Ik vind het eigenlijk wel knus.’ De boerderij, even buiten het Friese dorpje Oldeboorn, kocht haar man van zijn ouders. Hij betaalde ongeveer drie ton.

Zijn ouders bleven in het oude gedeelte van de boerderij wonen. De verbouwing deden ze samen en in 2003 konden ze verhuizen. ‘Het leek me altijd al heel leuk om in een boerderij te wonen. Toen ik er zat, dacht ik: wat veel, wat een luxe. Ik had daarvoor altijd gehuurd en nog nooit een tuin gehad’, zegt Wegter. ‘Nu hadden we een gigantische woonkamer, een groot kantoor, een enorm stuk land, twee paarden, tien kippen en een geit. Nu is mijn hele huis 66 vierkante meter.’ De boerderij werd in 2008 voor 500.000 euro verkocht. De opbrengst was voor haar ex-man. Wegter verdient nog wel een paar duizend euro aan de verbouwingshypotheek die ze samen afsloten, maar dat geld krijgt ze nog. Ze kon met haar inkomen een hypotheek van een ton krijgen, dus werd het een huisje uit de jaren dertig.

Wegter: ‘Door zelf iets bij te leggen, kon ik dit kopen. Dat stapje terug viel mij eigenlijk heel erg mee. In de stad wonen is ook wel prettig, en Leeuwarden is een leuke stad. Het was fijn om terug te gaan. Je ontmoet hier veel makkelijker nieuwe mensen. De levendigheid had ik wel gemist.'

Judith van Vliet (29), Stijn Kooij (33) en Julia (0) Wonen: in een driekamerwoning in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer Oppervlakte: 60 m2, plus 66 m2 tuin Prijs: 195.000 euro Daarvoor: zij woonde in vierentwintig huurhuizen, hij in negen

‘Juud wilde meteen een bod doen op elk huis dat we bekeken’, zegt Stijn Kooij. Zijn vriendin Judith van Vliet, evenementenorganisator bij de gemeente, was zwanger (‘ongepland, héél gewenst’) en werd na het bekijken van het vierde huis ‘wel een beetje gestresst’. ‘We gingen naar een huis kijken, ook in Bos en Lommer, op drie hoog. Die vrouw verkocht het zelf, maar alles moest nog gedaan worden. Het was ranzig en aftands, maar ik dacht: doen! Straks hebben we niks. Ik zag van elk huis alleen de voordelen. Stijn zag wat er allemaal nog aan moest gebeuren.’

Verhuizen naar buiten de stad was geen optie. Van Vliet: ‘Ik heb met een vorige vriend in Zuid-Scharwoude gewoond. Prutjepolder noemde ik dat. Een paar maanden per jaar stonk het hele dorp naar kool en waren de wegen glibberig. En er ging maar tot negen uur ’s avonds een bus. Het was verschrikkelijk.’ Hun wensen: binnen de ringweg om Amsterdam, liefst op de begane grond en met een tuin. En onder de twee ton, want de hypotheek staat alleen op naam van Kooij. Voor dat geld krijg je in Amsterdam niet snel meer dan drie kamers. ‘Als we het met z’n tweeën hadden gekocht, hadden we misschien wel een kamer erbij gehad, maar dan betaal je het dubbele,’ zegt Van Vliet. ‘Dan werk je voor je huis en kun je verder niks meer doen.’ Bij dit huis wisten ze gelijk: we gaan bieden. Twaalf dagen na de overdracht zat de keuken erin, was alles geschilderd en konden ze verhuizen. Zij was toen acht maanden zwanger.

‘Het past net’, zegt Kooij. Er is alleen geen ruimte voor een studeerkamer. De computer is aangesloten op de televisie, die tevens als monitor dient. ‘Maar we mogen aan de achterkant nog tweeënhalve meter uitbouwen. En we willen er een nieuw tuinhuisje in zetten.’ Als ze ooit naar buiten verhuizen, is het voor Julia. ‘Ze kan hier moeilijk buiten spelen en ik weet nog niet of ik haar in deze buurt naar school wil laten gaan’, zegt Van Vliet. ‘Maar als ik geen kind had, zou ik altijd in Amsterdam blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden