Van Veen toont zijn vakmanschap

AMSTERDAM - 'Ik heb laten zien dat ik schaatsers beter kan maken', zei trainer Jan van Veen met Drentse directheid nadat debutant Maurice Vriend vorige week volstrekt onverwacht de 1.500 meter won tijdens de wereldbeker van Heerenveen. Het was geen grootspraak, zo bleek afgelopen weekeinde in Kolomna. Ditmaal wonnen twee van zijn pupillen de 1.500 meter.


De zeges van Marrit Leenstra (23) en Koen Verweij (22) waren minder verrassend dan die van Vriend (20), maar alleen hun zelfbewuste coach kon ze hebben voorzien. Leenstra won slechts eenmaal eerder een 1.500 meter in internationaal verband, in februari 2011. Voor Verweij was het de eerste maal dat hij op een individuele afstand triomfeerde.


Jan van Veen, die Verweij en Leenstra als coach van Jong Oranje onder zijn hoede kreeg, is vermoedelijk de onbekendste schaatscoach van Nederland. Hij heeft een kleiner palmares dan Gerard Kemkers en Jac Orie en kan niet bogen op een succesvol schaatsverleden, zoals Gerard van Velde, Renate Groenewold en Marianne Timmer. Maar onder schaatsers is zijn ster snel rijzende. Zij willen met de 42-jarige Drent samenwerken.


Leentra en Verweij kozen na een mislukt avontuur bij Gerard Kemkers bewust voor hun jeugdcoach. Lotte van Beek, het jonge talent dat vorige week in Heerenveen tweemaal verraste met een podiumplaats en zaterdag ten val kwam op de 3.000 meter, verruilde Marianne Timmer op eigen initiatief voor Van Veen.


Vriend, de lange 1.500-meter-specialist die in Kolomna zesde werd in zijn tweede wereldbekerwedstrijd, wist na Jong Oranje ook waar hij zijn heil moest zoeken.


Het vertrouwen in de kwaliteiten van de coach is zo groot dat de schaatsers het ontbreken van een hoofdsponsor al een half jaar voor lief nemen. Verweij is niet ingegaan op een aanbod om terug te keren naar Kemkers. Leenstra heeft haar trouw verklaard aan Van Veen.


Zijn vijf schaatsers komen rond van een toelage van NOC*NSF (Verweij, Leenstra, Van Beek), persoonlijke sponsors (Verweij en Leenstra) en het prijzengeld dat ze verdienen. Een zege in de wereldbeker levert 1.500 dollar op plus een vergoeding uit de prijzenpot van de KSNB. Die kan, als de schaatsers gedurende het hele seizoen sterk presteren, oplopen tot vele duizenden euro's.


Met drie overwinningen in twee wereldbekerweekeinden heeft Van Veen laten zien dat zijn vakmanschap door geldschieters wordt onderschat. Acht andere hoofdtrainers (negen ploegen) hebben een sponsor voor bedragen die variëren van 200.000 euro tot meer dan twee miljoen. Hij teert op de creditcard van zijn echtgenote, in de verwachting dat zijn schaatsers bij de Olympische Winterspelen in Sotsji, in 2014, zullen meedoen om de medailles.


Wat Van Veen een bijzondere coach maakt, vinden zijn schaatsers niet altijd gemakkelijk te verwoorden. Op de buitenwacht komt hij over als een dwarse Drent, die nooit een volzin zal gebruiken als een grom kan volstaan. Maar hij weet bij zijn schaatsers de juiste snaar te raken, hoe verschillend hun karakter en lichamelijke talenten ook zijn.


Leenstra en Verweij zijn uitersten. Zij is een slimme, perfectionistische Friezin met een schalkse lach. Ze is even lichtvoetig op het ijs als gevoelig erbuiten. Hij is een onberekenbare rauwdouwer uit Noord-Holland met de eigendunk van een groot kampioen en de erelijst van een zwoegend talent. Toch zien ze Van Veen allebei als de ideale mentor.


Misschien vinden de trainer en de schaatsers elkaar in hun ambitie. Als bondcoach maakte Van Veen van Jong Oranje een volwaardige kernploeg voor schaatsers van 16 tot 19 jaar. Er werd fulltime getraind. Alle schaatsers moesten in de omgeving van Heerenveen wonen en er tien tot twaalf keer per week trainen. Over de doelstelling liet Van veen geen misverstand bestaan: gezien de faciliteiten zou Nederland een abonnement op de wereldtitels voor junioren moeten hebben.


'Als het talentsysteem gaat werken, moeten we jaarlijks wereldkampioen junioren hebben, bij de mannen en de vrouwen. En eigenlijk ook andere podiumplaatsen', zei Van Veen in 2008 tegen de Volkskrant. 'Het is ambitieus, maar ik vind dat het moet, als je kijkt naar het niveau van de begeleiding en de aanvoer van talent in vergelijking met andere landen.'


Toen Van Veen in 2009 na drie jaar zijn baan als bondscoach inruilde voor het ongewisse bestaan als trainer van een commerciële ploeg had hij vijf wereldkampioenen afgeleverd bij de junioren, onder wie Leenstra, Verweij en Jan Blokhuijsen. Hij kan schaatsers dus beter maken, de feiten spreken in zijn voordeel. De onbekendste schaatscoach van Nederland kan hij nooit lang meer blijven.


Sven Kramer won zaterdag de 5 kilometer. De regerend olympisch kampioen klokte in de Russische stad een tijd van 6.10,62 en dook daarmee een seconde onder zijn oude baanrecord. De Fries bleef zijn teamgenoot Jan Blokhuijsen voor, die in de voorlaatste rit zijn persoonlijk record had aangescherpt tot 6.11,97. Het brons ging naar Jorrit Bergsma: 6.13,08. Onder toeziend oog van Guus Hiddink eindigde Bob de Jong als vierde. De olympisch kampioen van Turijn 2006 klokte 6.14,37.


Claudia Pechstein won de 3 kilometer in 4.02,31. Het was voor de 40-jarige Pechstein de eerste wereldbekerzege in 4 jaar. In november 2008 won ze in Moskou een wereldbekerrace over 5 kilometer, waarna ze wegens abnormale bloedwaarden uit competitie werd genomen. Marije Joling stond in Kolomna voor de eerste keer op het podium in de wereldbeker. De schaatsster reed de 3 kilometer in 4.03,90, een persoonlijk record. De Tsjechische Martina Sablikova werd tweede (4.02,46).


Baanrecord voor Kramer in Kolomna


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden