VAN TWEE KANTEN

Tim (28) was bevriend met Jaap, de man van Sara (26). Vier maanden na Jaaps dood - hij overleed aan een hersentumor - ontdekte Sara dat ze Tim niet langer zag als een huisvriend....

TEKST CORINE KOOLE . FOTOGRAFIE KRISTA VAN DER NIET

'Normaal kusten we, maar nu werd ik verlegen en liep door'

Zij

'Hij is de vriend van mijn man. Ik kende hem door en door toen ik vier maanden na het overlijden van Jaap verliefd op hem werd. Ik wist alles van hem, hoe hij floot in de ochtend, zijn grapjes, ik wist hoe hij keek wanneer hij een spelletje dreigde te verliezen. En opeens veranderde zijn rol. Van een huisvriend werd hij mijn man.

Van een huisvriend die me had bijgestaan in de laatste maanden voor de dood van mijn man, werd hij minnaar. Nooit had ik ook maar een moment stilgestaan bij die mogelijkheid. Nooit was er tijdens mijn relatie met Jaap sprake geweest van erotische spanning tussen Tim en mij.

Nooit had ik me een voorstelling gemaakt van Tim in een andere hoedanigheid dan die van leuke, vrolijke, vriendelijke jongen. Want Jaap was mijn grote liefde. Jaap was stoer, autonoom, op zichzelf, Jaap droeg lange zwarte jassen. Tim was anders, zachtaardiger, socialer. Ik weet nog goed het moment dat ik verliefd werd. Op Tims verjaardag in april. Jaap was in januari overleden. Ik was niet langer verdrietig. Het verdriet was al geweest. Het enorme gemis had ik al gehad in de laatste weken, in de laatste maanden van Jaaps leven. Zijn dood hadden we een jaar van tevoren zien aankomen, hij had een hersentumor, van de eerste diagnose tot zijn laatste minuut ben ik bij hem geweest. Tegen het advies van hulpverleners en artsen in, heb ik hem, samen met zijn ouders, in de laatste weken thuis verzorgd, verschoond. Ik was 25. En toen hij dood was, stelde ik vast dat ik verder wilde. Ik wilde doorleven. Jaap was dood, ik moest door. Een kracht die bijna sterker was dan ik zelf. Ik kon niet bij de pakken neer gaan zitten, wilde dat niet. Ik vierde Koninginnedag en voor het eerst was ik weer blij, uitgelaten, ja, opgelucht, tevreden bijna over hoe ik het ervan afgebracht had. Hoe ik terug kon kijken op een - hoe gek dat ook klinkt - geslaagd sterven. Ik had gedaan wat ik kon. Ik was sterker gebleken dan ik ooit gedacht had. Maar de tevredenheid veranderde in schaamte toen ik van vrolijk ook nog verliefd werd. Tim deed de deur open. Het was druk binnen. Tim droeg nieuwe kleren. Een bruine gestreepte broek, een paars T-shirt met een print van Pel* en witte All Stars. Normaal kusten we, maar ik werd ineens verlegen en liep door naar boven, naar het dakterras. Tim kwam me achterna: ?Hallo, ik ben jarig hoor.? Nietsvermoedend, jolig als altijd. Ik kuste hem, nog steeds beschroomd. Mijn bloed begon weer te stromen. Ik had stilgestaan. Een half jaar lang was mijn leven bevroren geweest. Ik zat in een fase waarin iedereen om me heen plannen maakte, over een loopbaan nadacht, over kinderen. In de chaotische tijd na de diagnose had ik twee grote angsten. De eerste: dat Jaap dood zou gaan. De tweede: dat hij nog tien jaar zou leven, waarna het voor mij te laat zou zijn voor kinderen. Na de eerste echte kus met Tim, een paar maanden later op Oerol, was ik in de war. Ik vertelde het alleen mijn zus. Het was fijn bij Tim te zijn, hij wist alles van me. Bij hem was ik niet zenuwachtig, niet bang om gekwetst te worden. Maar kon dit wel? Na de kus zei hij: 'Weet je aan wie ik nu moet denken? Aan Jaap.? Ik zei: 'Ja, maar Jaap is dood, we leven nu.' Huilend vertelde ik het een paar dagen later mijn moeder: 'Mam, ik ben verliefd op Tim.' Waarom ben je dan zo verdrietig?, vroeg zij. Geniet. Dit is de leukste tijd. Je hebt het verdiend.' Dat was de ommekeer. Het einde van de twijfel. Ze had gelijk. Waarom zou ik, die zo veel heeft meegemaakt, nu opnieuw rekening moeten houden met de gevoelens en wensen van anderen? Het was zo leuk, zo goed. En het is nog steeds zo geweldig met Tim, nu hij bij me woont. Soms vergelijk ik Tim met Jaap. Dan denk ik weleens: dat was leuk aan Jaap, dit is leuk aan Tim. Dat kwetsbare bijvoorbeeld, en het plezier dat hij beleeft aan verjaardagen. En Jaap had weer van die goeie droge humor. Ik voel me niet meer schuldig. In een leven heb je meerdere grote liefdes. Tegenwoordig passeert Jaap zo'n drie keer per week, in een gesprek. Altijd anekdotisch, nooit treurig. Ik ben veranderd. De wetenschap dat je je geliefde kunt begraven, maakt sterk. Ik weet dat ik alleen kan zijn. Onafhankelijkheid is een mooi vertrekpunt voor een relatie. Ik neem het geluk minder vanzelfsprekend. Ik vertel Tim vaker dat ik van hem hou. En ik ben blijer met zijn attenties, zoals gister, toen hij in de koelkast twee bakjes tiramisu had verstopt, om mij mee te verrassen. Hij haalde ze tevoorschijn, net op het moment dat ik alle lades en kastdeurtjes had geopend op zoek naar iets te snaaien, mopperend dat we weer niks lekkers in huis hadden.'

***

'Ineens viel me op dat ze haar haar altijd in een staartje had'

Hij

'Hoe zie je mij eigenlijk, vroeg ze een paar maanden na de dood van Jaap. We gingen toen al een tijdje veel uit. Eerst met de hele vriendenclub, geleidelijk steeds meer samen. Ik had er nooit bij stilgestaan dat ze iets anders kon zijn dan de vriendin van mijn vriend. Sara is hartstikke leuk en gezellig, dat wist ik al. Nu kwam er ineens iets bij, al had het tijd nodig voor ik het in de gaten had. Langzaam maar zeker zag ik de sterke, jonge vrouw die ze geworden was. Niet langer de middelbare scholiere die ze nog was toen ik haar acht jaar geleden leerde kennen. Hoe zij de hele situatie rond Jaap had afgehandeld, vond ik heel knap. Als je dat kan, dan ben je iemand. Dan ben je groots.

In mei organiseerde ik een barbecue, ze kwam helpen met boodschappen en voorbereidingen, we spraken lang over Jaap natuurlijk, en ook over andere dingen. Zo op mijn gemak als bij haar was ik nog nooit geweest, maar dat ik verschrikkelijk en onafwendbaar verliefd aan het worden was, realiseerde ik me niet. Niet dat ik het ongepast vond, zo snel na de dood van Jaap. Niet dat ik mijn liefde voor haar weg stopte. Er was niks ongepast, we hadden niets, we konden het alleen goed vinden, de dood van een gezamenlijke vriend had onze band nog sterker gemaakt, dacht ik. Toen we een maand later ineens stonden te zoenen op het Oerol Festival, dacht ik, jezus, ja dit verklaart een heleboel.

Dat is er dus aan de hand. Ik ben gewoon gek op haar. Stom dat ik het niet in de gaten had. Het gebeurde zomaar. Zij nam het initiatief. Op het festivalterrein, buiten, nadat we een tijdje over niks en alles hadden staan praten.

Een verrassing. Maar toen het gebeurde wist ik dat het meer was dan een potje zoenen. Bang dat ik zomaar een schouder was, ben ik nooit geweest. Ik vertrouwde haar volledig, want ja, ik ken haar al zo lang. Het vreemde was, ik woonde toen nog steeds op de studentenkamer in het huis waar ik met Jaap en Sara had gewoond. Opnieuw stonden we samen in de keuken, maar dit keer zoenend en knuffelend. Toch heb ik geen minuut het idee gehad dat Jaap meekeek. Dat ik zijn toestemming moest vragen om zijn vrouw te kussen. Mijn enige vrees was: de omgeving. Hoe gingen we dit vertellen aan onze hechte vriendengroep. Stel dat het mis zou gaan, viel dan die hele club niet uit elkaar.

Na Oerol deed ik drie dagen mee met een betaald intern medisch onderzoek, en na afloop spraken we af om te gaan eten. Op dat moment werd het spannend. Het echte first date-gevoel. We spraken af op een kruispunt in Nijmegen. Ik zag haar aankomen in haar donkere broek, bruine topje. Een spijkerjasje hing over het stuur voor later op de avond, wanneer het zou afkoelen. We kusten elkaar vluchtig op de mond, en tijdens het eten maakte ik me voor het eerst zorgen over de stiltes die er vielen. Niet dat ik alsnog twijfelde, dat was voorbij, sinds Oerol wist ik zeker dat ik haar wilde. Het is meer: met een nieuwe liefde zit je anders aan tafel dan met de vriendin van je vriend. Ik keek anders naar haar.

Ineens viel me op dat groen en bruin haar lievelingskleuren zijn, dat haar jasjes, broeken meestal groen en bruin zijn, en dat ze altijd een staartje in had. Binnen een week had ik voor elkaar dat ze het los liet hangen over haar schouders. Zo is ze veel mooier. En haar familie kende ik al jaren, maar ineens ga ik naar mijn schoonouders toe.

Het is mijn langste verhouding. Ik hield het nooit langer uit dan twee, drie maanden. En nu al weet ik dit voor altijd is. Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen, die akelige fase sla je in een keer over. Ze wist al wie ik was en hoe ik was, en ik, ik wist niet dat ze zo slordig is, dat ze haar administratie bij elkaar in een grote map gooit waarvan alleen zij het systeem kent, dat ze het licht laat aanstaan, en dat ze bang is in het donker, dat ze slecht reageert op stress op haar werk, nee, daar had ik allemaal geen weet van. Maar afgezien van die eigenaardigheden, valt het bepaald niet tegen. Ze helpt me beslissingen te nemen. Stimuleert me eerst goed na te denken en me niet hals over kop in het bedrijfsleven of bankwezen te storten, alleen omdat ik economie heb gestudeerd. Onder haar leiding heb ik gekozen wat bij me past en ben ik leraar geworden, en sta ik met veel plezier voor de klas op een vmbo. Zeven, acht maanden geleden hebben we een afspraak gemaakt: wat er ook gebeurt, we blijven tachtig jaar bij elkaar en ik zal niet eerder doodgaan. En als het half vier is, en ik dertig joelende pubers achter me kan laten, en naar huis fiets, en weet dat Sara daar na een een uur ook zal arriveren, ben ik het gelukkigst.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden