VAN TWEE KANTEN

Nettie (51) had niet meer gedacht iemand te ontmoeten met wie het leuk zou zijn. Zonder gedoe. Henry (52) voelt zich na het plotse vertrek van zijn echtgenote veilig bij Nettie....

Tekst Corine Koole. Fotografie Krista van der Niet

'Henry is zo'n man die 's avonds laat nog berichtjes stuurt'

ZIJ

'Een man die al dertig jaar in de zorg zit; dat moest wel een lieve man zijn. Ik belde aan, twee jaar geleden, en ik zag het meteen: dit is hem. Hij straalde vertrouwen uit, het was alsof ik daar woonde, of hij bij de deur stond van mijn eigen huis, alsof wij daar al jarenlang samen gelukkig waren. Ik weet ook wel, in het begin ben je toegeeflijker, aardiger, je wilt een goede indruk maken, maar het hoefde niet. Ik hoefde me niet mooier en leuker voor te doen dan ik ben. Dat zag ik aan de manier waarop hij de deur opendeed, hoe hij de deur niet eerst op een kier hield, maar hem helemaal openzwaaide, hoe hij naar me keek, zonder voorbehoud. Toen al wist ik: mijn natuurlijke neiging het hem naar de zin te maken zal slijten, mag slijten.

Hij zei: ”Zo, daar ben je dan.” En nam mijn jas aan.

We hadden tot op dat moment geen idee hoe de ander eruit zag, we kenden elkaar alleen van de schoolbank-site, van het een was het ander gekomen en dan bedoel ik: uitgebreid mailen. Op een dag liet hij een bos bloemen bezorgen. Een blauw-paars-roze boeket met veel groen en in het midden een hortensia, die ik heb gedroogd en bewaard. Dat was het moment dat ik me voor het eerst realiseerde dat ik verliefd was. Ha, niet te geloven. Ik, de weduwe, die jarenlang alleen voor haar kinderen had geleefd, die bedrogen en ontgoocheld uit een verhouding met de overbuurman was gekomen. Ik, die nooit had gedacht nog iemand tegen te komen met wie het leuk is. Zo leuk, zonder gedoe.

We gingen zitten op de bank, zij aan zij, zonder elkaar aan te raken. Hij vroeg: ”Wat wil je drinken?” En ik zei: ”Koffie.” Het was drie uur. Eigenlijk hadden we een week later afgesproken, maar we konden niet langer wachten. Mijn zoon had me gebracht, ik had afgesproken: als het genoeg is, bel ik je, dan moet je me komen halen. Maar 's avonds laat zaten we nog te kletsen over vroeger, over de klas waarin we zaten, waar mijn vader de schoolmeester was, over zijn werk, over onze levens. Ik droeg een groen pakje en mijn dochter had mijn make-up gedaan. Mascara, nagellak in de kleur van mijn trui, lippenstift. Mijn zoon belde mij om zes uur: zal ik komen? Ik lachte: nee, wacht nog even. En toen ik eindelijk tegen elven wegging, zei Henry: ”Jou laat ik niet lopen, ik kom morgen naar Zwolle.”

Het is goed, het is helemaal goed. Hij is zo'n knapperd. Mooie blauwe ogen, ik kijk er dagelijks in. Laatst, toen hij op een zondagochtend het nieuwe witte overhemd droeg dat ik voor hem had gekocht, zei ik tegen hem: ”Wat ben je toch een knapperd, lekker ding van me.” ”Doe niet zo raar”, zei hij, ”doe normaal.” Ha. Verlegen op zijn 52ste.

Maar hij is ook de doortastende man die me een reis naar Ierland cadeau doet voor mijn verjaardag. Onze eerste reis samen, een die alle vermoedens bevestigde. Dat ik tegen hem kan zeggen: wil je even stilstaan, ik wil iets uit de rugzak pakken, zonder dat hij geïrriteerd raakt. Dat ik naast hem kan rusten, na een lange wandeling, mijn kleren nog aan. Dat ik me bewust ben van iedere vezel in zijn lijf. Een sensatie, bijna intiemer dan de daad zelf. Zo'n man is Henry. Een die gretig gebruikmaakt van de eau de toilette van Bruno Banani, een die mij 's avonds laat nog berichtjes stuurt. Van de week nog, we hadden al gebeld. Ik deed de lichten uit, was op weg naar de badkamer, krijg ik ineens een sms-je. Ik wil even tegen je zeggen dat je een ontzettende schat bent en dat ik ontzettend veel van je hou. Zo mooi. De volgende dag vroeg ik hem ernaar, waarom deed je dat nou, mompelt ie wat, kijkt naar de grond.

Op zulke momenten kan ik me niet voorstellen dat het waar is, dat deze grote liefde mij werkelijk overkomt. Ik word 's nachts wakker, kan het echt, kun je echt twee keer in je leven een grote liefde tegenkomen? Mijn overleden echtgenoot was mijn eerste, maar dat was anders, ik was jonger, ik rolde erin. Ik wéét zijn liefde, ik voel het niet meer. Mijn gevoel komt helemaal toe aan Henry. Hij zegt: ik ben ontzettend trouw, ik wil niet zonder jou. En ik, ik weet dat hij het meent.

Vorig jaar vierden we oud en nieuw in een hotel in Zutphen. Ik zei: ”Henry, vergeet je niet iets, we zouden toch ringen gaan kopen in Zutphen?” ”O ja”, zei Henry. Het was oudejaarsdag vier uur. Die avond lagen we op bed. Om ons heen knetterde het vuurwerk. We openden de champagne en het doosje met de ringen, en hoewel we die zelf een paar uur eerder gekocht hadden, was het of we de ringen voor het eerst zagen. Helemaal meegesleept door ons eigen ritueel. Zo is het nog steeds. De verwondering overheerst. De verwondering over zoveel vertrouwen.'

***

'Ze is bang dat ik haar zat word als ze me tegenspreekt'

HIJ

'Ik vond haar een aardig mens. Dacht: gut, wat leuk dat ze reageert op die schoolbank-website. En ja, ons verleden bracht troost. Mijn echtgenote had me na 27 jaar verlaten voor een vriendin van me, onze huisarts. Ze voelde niets meer voor me, en ach, dat verbaasde me niet eens. Wat ik wel gek vond, was haar weigering ook maar een poging te doen ons huwelijk te repareren. Ik ben trouw, zo trouw als de hond uit het liedje dat Freek de Jonge voor Hella schreef. Als je ergens aan begint, vind ik, stop je er niet zomaar mee, je neemt alles voor lief, ook de vervelende kanten. Ook als het slecht gaat. Wat stelt het anders voor?

Nettie kan zich dat nauwelijks voorstellen, gaat conflicten uit de weg omdat ze bang is dat ik afknap, mijdt discussies, omdat ze bang is dat ik boos word. Dat is de enige wolk boven onze verhouding: dat we elkaar te veel ontzien, dat we allebei te veel geneigd zijn een stap opzij te doen voor de ander. Ze is bang dat ik haar zat word als ze me tegenspreekt. Ik wil graag dat ze me het zwijgen oplegt als ik weer eens doordraaf, en misschien leert ze dat nog eens. Ze is er, dat is wat telt. Als directeur van een bejaardentehuis heb ik zeker vierhonderd mensen naar de dood begeleid. Altijd de zijde gekozen van hen die de klappen krijgen. Een oude vrouw van 94 zegt: ”Waarom moet ik nog verder?” Ik antwoord naar waarheid: ”Ik weet het niet, maar ik vind het fijn dat u er bent.” Na 52 jaar weet ik zo langzamerhand wat ertoe doet en wat niet: dat het erom gaat er te zijn. Niet wat je zegt of doet telt, maar dat je er bent. Dat zij er is.

Toen ik haar zag staan, voor mijn deur - de auto stopte, ik wachtte netjes tot de bel ging voor ik opendeed - dacht ik: ja. Net als een echte Tukker: K.W.W.: kieken wat het wordt. Anders dan wat wel gedacht wordt, is dat een buitengewoon positieve houding. Je gunt iemand het voordeel van de twijfel. Ik gaf haar een rode roos, wachtte af, daar op die bank, naast Nettie, reageerde op wat zij zei en dacht: laten we het maar proberen. Het was fijn, niet opwindend, maar fijn. Is dat verliefdheid? Nee, dat denk ik niet, ook geen kameraadschap trouwens, eerder liefde. Op dat moment beheerste zij nog niet mijn leven. Wel verlichtte ze met haar mails mijn pijn en verdriet. En heel langzaam drong tot me door: misschien kan het nog. Misschien kan ik met deze vrouw een eindje oplopen.

Ik had gezegd: kom tijdens de dorpsfeesten, dan heb je in ieder geval een leuke middag. Het klopte. Alles klopte die middag, dat het prettig voelde, dat ze reageerde zoals ik verwachtte. Ik was veilig bij haar. Ik werd begrepen. Ze begrijpt mijn tekortkomingen, wil ze niet veranderen, verwijt mij niets. Verwacht van mij geen romantiek. Laat mij koffie zetten, laat mij de eieren koken voor het ontbijt. Ook al hebben ze niet de juiste hardheid, zij waardeert mijn eieren, zegt dat mijn eieren lekker zijn. Zij zegt: wat hebben we het goed samen en ik hoef me niet langer schuldig te voelen dat ik niet pakkerig ben, en niet overloop van verbale liefdesbetuigingen.

Het fysieke is mij nu eenmaal niet aangeboren. Ik ben een somber mens, niet cynisch, somber. Een metertje afstand tot de medemens vind ik wel prettig. Ik heb een vriend, die me sinds mijn scheiding is gaan omhelzen, hij is me heel dierbaar, maar dat geknuffel vind ik doodeng, daar moest ik vreselijk aan wennen. Stom, maar waar. De erotiek met Nettie kwam ook wel op een gegeven moment, maar het is geen pijler van onze relatie. Ik ben er niet voortdurend op uit. Die middag heb ik haar nog niet gekust, geloof ik, het quasi speelse aanraken van een knie, een been, het is aan mij allemaal niet besteed. Ik vind het heerlijk om tegen haar aan te zitten, haar warmte om me heen, maar in mijn hart ben ik nog steeds de houten klaas die ik al was op de lagere school. Hoeveel subtieler en tintelender dan seks is de intimiteit van haar stille lichaam naast het mijne. Natuurlijk zou ik graag anders zijn, spontaner, haar vastpakken. En ik doe het ook wel. Af en toe. Zonder tegenzin. Het is alleen: ik denk er meestal niet aan.

Mijn vrouw is van de ene op de andere dag vertrokken. Ik zat thuis. Overbodig. Een met de restjes meubilair die zij had achtergelaten. Maar de spoken uit het verleden beginnen na twee jaar te vervagen. Fijn. Ja. Dat is het met Nettie. En bewust gebruik ik geen spannender term. Fijn duurt langer dan een moment. Fijn is het met Nettie de hele dag, fijn is haar blijdschap als ze me ziet.

Het allermooiste aan haar vind ik eigenlijk alles.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden