Van tropisch regenwoud tot mueslireep

De vraag naar palmolie neemt toe, maar de productie ervan bedreigt het regenwoud en leidt tot sociale misstanden. Duurzame palmolie, waar de sector zich voor inspant, is volgens Milieudefensie een illusie.

De sieraden en horloges moeten af, het haar gaat in een netje. In het smetteloze laboratorium van repenmaker VSI in Leerdam wordt geen enkel risico genomen. De dieet-, sport- en gezondheidsrepen waarmee het bedrijf sinds een decennium internationale furore maakt, heten superieur te zijn. De ingrediënten zijn niet alleen van topkwaliteit, maar vooral ook duurzaam geproduceerd. Dat geldt ook voor de palmolie die in elke reep wordt verwerkt als bindmiddel.


De gezonde repen van VSI die in de Zuid-Hollandse fabriek van de lopende band afrollen, zijn bepaald niet het enige product waaraan palmolie wordt toegevoegd. Palmolie zit in alles wat vettig of smeerbaar is, vanwege zijn unieke vermogen vetkristallen te produceren bij kamertemperatuur; oplossoep, margarine, koekjes, shampoo, bodycrème, cosmetica, aanmaaksausjes en schepijs. Ruim 60 procent van alle producten in de supermarkt bevat palmolie. Palmolie die afkomstig is uit palmplantages in de rap slinkende tropische regenwouden van voornamelijk Maleisië en Indonesië.


Het einde van de ongebreidelde kap van het regenwoud ten behoeve van - vooral - palmolie is nog niet in zicht. Integendeel. Door de groei van de wereldbevolking en de stijgende welvaart in opkomende landen als China en India zal de vraag naar palmolie alleen maar toenemen. De verwachting is dat die in 2020 zelfs is verdubbeld, terwijl nu al de wettelijke grenzen van de mogelijkheden in het regenwoud zijn bereikt. 's Werelds grootste palmolieverwerker, Sime Darby, is daarom al uitgeweken naar Liberia. Het klimaat in dit land mag dan wel even geschikt zijn voor de productie van palmolie, de controle op deze plantages is zo mogelijk nog moeilijker.


De problemen bij de productie van palmolie zijn immens. In de eerste plaats verdringen de plantages in sneltempo het oorspronkelijke regenwoud in Zuidoost-Azië. In 1990 was 15 miljoen hectare in gebruik voor palmolie, in 2011 was dat al 40 miljoen hectare. Grenzen zijn moeizaam te controleren, waardoor illegale kap moeilijk is te voorkomen met als gevolg: verlies van biodiversiteit en het leefgebied van de oorspronkelijke bewoners, zoals de orang-oetans. Het platbranden van de bossen leidt tot extra uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast zijn er tal van sociale conflicten op de plantages; landroof, gedwongen onteigening, slechte betaling, bedenkelijke arbeidsomstandigheden en misbruik van chemicaliën.


De roep om duurzaam geproduceerde palmolie wordt luider en niet zonder succes. Palmolieverwerkende multinationals als Unilever en Mondelez hebben toegezegd in 2020 alleen nog duurzame palmolie te gebruiken in hun producten, grote supermarktketens en olieverwerkers als Sime Darby volgen hun voorbeeld. Zij zijn ook de initiatiefnemers voor de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie die in 2005 werd opgericht om de keten voor duurzame palmolie wereldwijd te kunnen certificeren.


Dat blijkt geen sinecure. Jaarlijks wordt 60 miljoen ton palmolie geproduceerd, waarmee het veruit de belangrijkste plantaardige oliesoort ter wereld is (zie grafiek). 's Werelds grootste palmolieverwerker Sime Darby, in 1914 in Zwijndrecht opgericht als Unimills, verwerkt jaarlijks 2,4 miljoen ton palmolie, die grotendeels afkomstig is van de eigen duurzaam gecertificeerde plantages; 500 duizend hectare op vooral Maleisië, Borneo en Sumatra. Maar een deel van de productie komt van kleinere plantages die vanwege de hoge kosten nog niet gecertificeerd zijn. Die olie wordt wel in dezelfde molens in Azië geraffineerd alvorens in grote olietankers te worden verscheept naar Europa. 'Het is vooralsnog bijna onmogelijk om die olie fysiek van elkaar te scheiden', vertelt Gerhard de Ruiter, hoofd research & development van Sime Darby. 'In de olietankers wordt wel 80- tot 100 duizend ton palmolie vervoerd. De vraag naar duurzame palmolie is eenvoudigweg nog te versnipperd om die schepen te vullen.'


Aan de kade van het immense fabrieksterrein van Sime Darby in Zwijndrecht arriveren op deze zonnige dag de binnenvaartschepen met ruwe palmolie vanuit de Rotterdamse haven. Aan de andere kant van het terrein gaat de slagboom continu op en neer voor de tientallen tankwagens die de palmolie verwerkt en al weer afvoeren naar klanten als Unilever, VSI, kleinere margarine- of bakkerijproducenten of pompstations. Jaarlijks rijden 17 duizend tankwagens het terrein af, met palmolie verwerkt in 300 verschillende soorten samenstellingen. 'U begrijpt: dat is een enorme logistieke puzzel', aldus De Ruiter.


Dat maakt de ambitie van Sime Darby in 2015 alleen nog gecertificeerde palmolie te verwerken uitdagend. 'Er is voldoende gecertificeerde palmolie verkrijgbaar, maar het is een ander verhaal om het ook verwerkt in de supermarkt te krijgen.' Het is daarom van groot belang de productieketen 'te sluiten', zegt Eddy Esselink, voorzitter van de Taskforce Duurzame Palmolie, een initiatief van MVO, de ketenorganisatie van de oliën- en vettenindustrie, die in Nederland een waarde van 6,4 miljard euro vertegenwoordigt en ruim 5.500 banen oplevert. Hoe groter de vraag naar duurzame palmolie, hoe meer schakels in de keten eraan zullen willen voldoen. 'Certificeren begint bij de productie, maar de vraag komt vanuit het einde van de keten: de consument in de winkel. Het is nu vooral van belang de logistieke schakels ertussen te bereiken. Als de hele keten verduurzaamt, kun je de olie fysiek gescheiden transporteren en dan dalen de kosten voor iedereen.'


Nu is 16 procent van alle palmolie wereldwijd gecertificeerd, meer dan wordt gevraagd. 'Het kantelmoment is dus nog ver weg', beaamt Esselink. 'Maar de wil is er en we hebben enorme stappen gemaakt sinds de eerste gecertificeerde palmolie beschikbaar kwam in 2010', vervolgt hij optimistisch. 'Er is geen grondstof ter wereld die dat in zo'n korte tijd heeft bereikt.' Onderzoek van MVO wees afgelopen maand uit dat 61 procent van de palmolie in de Nederlandse voedselindustrie duurzaam is geproduceerd. 'Op weg naar 100 procent duurzaam eind 2015 is dit een goede stap.'


Toch mag het tempo wel omhoog, vindt Jan Kees Vis, verantwoordelijk voor de duurzaamheidsambities van Unilever. Unilever, dat jaarlijks 1,4 miljoen ton palmolie verwerkt voor zijn producten, wil eind van dit jaar de herkomst van al zijn palmolie kunnen traceren. In 2020 moet de palmolie volledig duurzaam zijn gewonnen. Tot die tijd is de totale productie afgedekt met groene certificaten. Dit 'Book & Claim'-systeem is opgezet door de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) om boeren te stimuleren door te gaan met de verduurzaming van hun productie. 'Het certificeren van de palmolie kost de boeren grofweg 5 tot 7 dollar per ton extra, terwijl het ze hooguit 2 tot 5 dollar extra oplevert. Met de certificaten dekken we die kosten af, zodat boeren niet worden ontmoedigd', legt Vis uit.


Toch blijven milieuorganisaties sceptisch. De RSPO zou te zwak zijn: de slager die zijn eigen vlees keurt, en de milieuorganisaties zouden er voor spek en bonen bij zitten. Het grote probleem is gebrek aan transparantie. Er is eenvoudigweg onvoldoende toezicht op de plantages. Ook op gecertificeerde plantages blijven daarom misstanden bestaan. Onlangs werd een aantal Europese investeerders, waaronder pensioenfonds ABP, aangesproken op hun investeringen in 's werelds grootste palmoliehandelaar Wilmar International. Die zou zijn palmolie betrekken van de Indonesische producent Bumitama Agri, die zijn plantages illegaal uitbreidt in beschermd natuurgebied op West-Kalimantan. Vrijdag werd een klacht ingediend tegen de Rabobank omdat het 47 miljoen euro aan leningen aan Bumitama niet heeft bevroren, ondanks eerdere waarschuwingen.

Biobrandstof

'Duurzame palmolie is nu als zwarte sneeuw: het bestaat niet', zegt Geert Ritsema van Milieudefensie. 'Je kunt certificeren wat je wil, daarmee los je de problemen niet op. Het grote probleem van palmolie is de aanleg van de plantages en de milieuschade die dat veroorzaakt. Het enige wat daartegen helpt, is de vraag afremmen.' Een belangrijk succes daarin is de tanende belangstelling voor palmolie als biobrandstof. De afgelopen jaren werd de vraag naar palmolie als biobrandstof enorm opgedreven door subsidies, waardoor inmiddels meer dan de helft van de olie in de tank verdwijnt. Onder druk van de milieulobby heeft de Europese Unie echter recentelijk de bijmengnorm voor biobrandstof verlaagd van 10 naar 7 procent. 'Idealiter gaat de bijmengnorm helemaal van de baan', zegt Ritsema van Milieudefensie. 'Biobrandstof was geen oplossing, maar een nieuw probleem.'


Ondanks alle kritiek wil Esselink van ketenorganisatie MVO het opnemen voor palmolie, vanwege het efficiënte grondgebruik en de grote stappen vooruit die de industrie nu neemt om te verduurzamen. Van de 250 miljoen hectare grond die voor plantaardige oliën zoals soja en koolzaad wordt gebruikt (zie grafiek) is 6 procent voor palmplantages, maar die grond levert wel 40 procent van het totale volume aan plantaardige olie. De palmolie-industrie biedt wereldwijd aan miljoenen mensen werk. In Maleisië alleen al zijn een miljoen huishoudens direct afhankelijk van het werk op de plantages en nog eens drie miljoen gezinnen profiteren indirect.


Maar in Zuidoost-Azië zijn de fysieke grenzen voor de productie van palmolie inmiddels bereikt. Sime Darby bouwt daarom in Liberia oude cacaoplantages om tot palmolieplantages. Het land vlak bij de evenaar heeft hetzelfde geschikte klimaat voor palmolie. Ideaal is het niet, omdat goed bestuur in Afrika een probleem is. Dat maakt certificering lastig. Vis van Unilever wijst erop dat goed bestuur ook in Indonesië te wensen overlaat. 'In Indonesië zijn in de loop der jaren vijfduizend conflicten ontstaan over landonteigening. Daarvan zijn er drieduizend door de rechter onderkend als schending van mensenrechten. Er zijn nu 25 zaken opgelost. Ik bedoel maar...'

Grootste palmolieverwerker

In 1914 begon Unimills in Zwijndrecht als Jurgen's Olie- en Veekoekenfabriek. Eerder had hij twee cruciale patenten weten te verkrijgen: die van margarine en van verharder. Op hetzelfde terrein bevond zich concurrent Van den Bergh's Zeepfabrieken. De twee bedrijven vormden uiteindelijk de basis voor het in 1929 tot Unilever omgedoopte concern.


In 2001 werd Unimills overgenomen door Golden Hope Plantations Berhad, dat later fuseerde met Sime Darby. Dit Maleisische bedrijf is met 2,4 miljoen ton per jaar de grootste palmolieverwerker ter wereld en vertegenwoordigt een marktwaarde van 15 miljard euro. Voor het bedrijf werken ruim 100 duizend mensen in twintig landen.


Sime Darby zelf begon in 1908 op Carey Island in Maleisië. Het oorspronkelijke mangrovebos werd omdijkt zodat er koffie, thee, rubber en cacao kon worden geplant. De plantage dient nog steeds als proeftuin om gewassen en natuurlijke bestrijdingsmiddelen uit te testen. De meeste palmolie komt van de eigen plantages, 600 duizend hectare, voornamelijk in Maleisië, Borneo en Sumatra.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden