Van tienduizend ton Zimbabwaans graan naar niets

Sinds de beruchte ‘landinvasies’ zijn in Zimbabwe nog maar enkele blanke boeren actief. Ze zien hun voormalige arbeiders honger lijden en hun vroegere land verpieteren.

Van onze correspondent Kees Broere

Een vrouw roert met een houten lepel door de pan met sadza, de maïsmeelpap die bij elke Zimbabwaanse maaltijd hoort. Elisabeth Zulu zit naast haar. ‘Het is voor het eerst sinds drie dagen dat we allemaal weer iets te eten hebben’, zegt zij. ‘Sadza, enkel dat. De laatste restjes van het vorige voedsel hebben we aan onze kinderen gegeven.’

Die kinderen hangen, net als de volwassen mannen, rond in de tuin bij het kantoor van een boerderij die tot voor kort werd gerund door een blanke familie. De eigenaren werden verjaagd, de zwarte landarbeiders die al twee generaties lang op de boerderij hun werk, huizen en voedsel hadden, werden letterlijk op straat gezet.

Zo begon het in Zimbabwe in 2000, zo gaat het er nog steeds. Aan het begin van deze eeuw besloot president Robert Mugabe tot landhervorming. De afgelopen jaren zijn van de vijfduizend eigenaars van ‘blanke boerderijen’, die voor Zimbabwe en de zuidelijk Afrikaanse regio de broodmand vormden, er naar schatting 4500 gewelddadig verdreven. De zogeheten boerderij-invasies gaan nog steeds door.

‘Van de duizenden boerderijen die door zwarten zijn overgenomen, zijn er hooguit driehonderd productief’, stelt Gertrude Hambire. Zij is de algemeen secretaris van Gapwuz, een vakbond voor zwarte landarbeiders. Van deze mensen is volgens haar 90 procent, bijna een half miljoen in totaal, werkloos geworden. ‘De regering doet niets om hen weer aan een baan te helpen. Daarom zijn wij tegen de landhervorming.’

Het is de ironie van de geschiedenis. De hervorming, zo heeft regeringspartij Zanu-PF steeds verkondigd, was bedoeld om het land aan zwarte, ‘echte’ Zimbabwanen te geven. De zwarte landarbeiders waren in die lezing de natuurlijke vijanden van de blanke boeren. Maar nu werken beide groepen samen in hun strijd tegen de regering, die ondanks deelname van de twee facties van oppositiepartij MDC aan de coalitie, met de invasies laat doorgaan.

John Worswick is de directeur van JAG, een organisatie van blanke boeren die, deels in samenwerking met zwarte landarbeiders, de regering voor het gerecht probeert te krijgen. In de hoofdstad Harare toont hij een van de dossiers. Het is zeven centimeter dik. ‘En zo hebben we er talloze.’

De regering spreekt van een legaal proces, bedoeld om de boerderijen in ‘inheemse’ handen te krijgen. Worswick ziet het geheel anders. ‘Het is de staat die de wet overtreedt en daarbij zelfs misdaden tegen de menselijkheid begaat. Ook met de MDC in de regering gebeurt hier niets tegen, want zij durft zich op geen enkele manier tegen de partij van Mugabe te keren.’

MDC-leider en premier Morgan Tsvangirai noemt in zijn eigen nieuwsbrief de invasies een smet op het blazoen van het land. ‘Wij kunnen onszelf als natie nog steeds niet voeden en toch blijven zelfzuchtige individuen boerderijen binnenvallen en daarmee de productie tot stilstand brengen en het lijden van alle Zimbabwanen verlengen.’ Maar tot daadwerkelijke tegenactie komt ook Tsvangirai niet.

Rond Chegutu, zo’n honderd kilometer buiten Harare, zijn onder de bijna driehonderd boerderijen er nog maar twintig die produceren. Ook de afgelopen maanden zijn blanke boeren verjaagd. Veel van de woningen van zwarte landarbeiders zijn vernield of in brand gestoken. Het is een gebied dat we in het geheim moeten bezoeken, al is het slechts omdat gewapende ZanuPF-jeugdmilities voor sommige poorten van de overgenomen boerderijen de wacht houden.

Bij een van de verlaten stukken land hebben zo’n tweehonderd verjaagde landarbeiders hun intrek genomen in lege tabaksschuren. Een familie heeft de bank en fauteuils die zij uit hun eigen huis konden redden, neergezet op een gedempte put, waarin vroeger slangen werden gegooid. Niemand op het terrein heeft een toilet of stromend water.

Op andere plekken kamperen mensen in de bush, of langs de kant van de weg. Er is slechts één internationale organisatie die probeert hun wat hulp te geven. De naam kunnen we niet noemen, omdat de regering weigert van een humanitair probleem te spreken en zich daarom ook tegen het werk van deze organisatie verzet. ‘We doen alles clandestien’, zegt de directeur.

‘Bij Chegutu zitten landarbeiders soms al vijf maanden zonder inkomen’, vertelt Edward Dzeka van de landarbeidersbond Gapwuz. ‘Mensen met een al dan niet echte overnamebrief komen met jongeren die met geweld dreigen, en laten de arbeiders weten dat zij niet langer nodig zijn.’ Daarna houdt vaak al het werk op. Sommige mensen die dankzij hun contacten met Mugabe een boerderij verwierven, zijn hooguit geïnteresseerd in het woonhuis, als weekendverblijf.

Een enkele blanke boer houdt tot het laatst toe vol. Zoals Thomas Beattie, een blanke Zimbabwaan van 67 jaar die al ruim veertig jaar in het vak zit. Ooit bezat hij ruim 20 duizend hectare grond, waarop hij sinaasappelen, maïs, granen en soja verbouwde, en koeien liet grazen. Nu heeft hij enkel nog zijn huis en het geld op de bank. Hij huurt een stukje land van de man die in 2006 de boerderij overnam. Het is Bright Matonga, de vroegere onderminister van Informatie.

‘Matonga is volstrekt niet in het boerenbedrijf geïnteresseerd en weet er ook helemaal niets van af’, zegt Beattie. ‘Hij heeft de oogsten en mijn materiaal geplunderd, en dat is het dan. Vroeger vulde ik hier jaarlijks twee graansilo’s van elk vijfduizend ton. Nu helemaal niets. Ik zit nog steeds op de boerderij, maar ik heb geen boerderij meer.’

Hetzelfde geldt voor duizenden andere boeren en honderdduizenden landarbeiders. Het gevolg is dat miljoenen Zimbabwanen te weinig te eten hebben. Ooit, bij het tweede huwelijk van Mugabe in 1997, deed Beattie de president drie koeien en twee schapen cadeau, waarvoor hij een hartelijke bedankbrief kreeg. Nu is hij in gevecht met dezelfde Mugabe. ‘Er heerst volkomen anarchie’, zegt Beattie. ‘Het is een ramp.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden