Van therapeutisch sporten tot evenement

Een hersenspecialist stond aan de wieg van de Paralympische Spelen, die vanavond weer beginnen. Ludwig Guttman liet patiënten, gewonde soldaten, sporten. Dat hielp enorm, dus organiseerde hij wedstrijden tegen andere ziekenhuizen.

Een driepunter! Vanuit zijn rolstoel werpt een Brits-Aziatisch jongetje de bal met een ferme worp in de basket. Een jongetje in een Superman-shirtje rijdt snel naar de bal om zelf een poging te wagen.


Het is een alledaags tafereel op de binnenplaats van het Ludwig Guttmann-institute van het Stoke Mandeville-ziekenhuis in Buckinghamshire, een graafschap ten noordwesten van Londen. In de ontvangsthal hangt een foto op de muur van de Duitse neurochirurg die niet alleen de grondlegger van deze kliniek is maar ook van de Paralympische Spelen.


De geschiedenis van de Paralympische Spelen is onlosmakelijk verbonden met de jodenvervolging in nazi-Duitsland en de Tweede Wereldoorlog. Begin 1939 vlucht de 39-jarige joodse hersenspecialist Guttmann met zijn familie vanuit Wroclaw, tijdens de Duitse bezetting Breslau geheten, naar Oxford.


Jarenlang was hij in de Duitse, na 1945 Poolse stad directeur van een joods ziekenhuis geweest. Direct na de Kristallnacht in november 1938 had Guttmann van het ziekenhuis een toevluchtsoord gemaakt voor joodse burgers, ziek of niet. Hierdoor redde hij het leven van zestig mensen. Enkele maanden later moest hij zelf vluchten en het vrije Engeland was de veiligste optie, zo oordeelde hij in navolging van Sigmund Freud en andere prominente vluchtelingen.


In Oxford kreeg hij, mede dankzij een financiële bijdrage van de overheid, de kans om zijn onderzoek naar ruggemergkwetsuren voort te zetten. Halverwege de oorlog verzocht de Britse regering de bebrilde chirurg om in Stoke Mandeville het National Spinal Injuries Centre op te zetten, waar gewonde soldaten werden behandeld.


Hij accepteerde het aanbod op voorwaarde dat hij totale vrijheid had. Al snel werd duidelijk waarom, want hij ontpopte zich als een groot vernieuwer door patiënten daadwerkelijk te gaan behandelen in plaats van lijdzaam toe te zien. Vier van de vijf patiënten stierven binnen drie jaar, meestal als gevolg van infecties, bloedvergiftiging of nierproblemen. Voornaamste oorzaak: langdurig stilliggen op bed.


Een Amerikaanse arts voerde een kleine verandering door: hij liet patiënten om de twee uur omdraaien. Guttmann ging nog veel verder. Hij pleitte voor lichamelijke oefening, niet alleen om verdere aftakeling van het lichaam tegen te gaan, maar ook om patiënten zelfvertrouwen te geven. Hij liet ze ook manden weven en klokken repareren.


De nadruk lag voortaan op wat patiënten wél konden. Het was een grote stap in een maatschappij waarin niet alleen verstandelijk, maar ook lichamelijk gehandicapten aan hun lot werden overgelaten, in veel gevallen ook door hun naaste familieleden.


Terwijl de Verenigde Staten werden geregeerd door een president in een rolstoel, Franklin Delano Roosevelt, werd een gehandicapte in Engeland vaak beschouwd als een hopeloos geval.


Guttmanns collega's reageerden aanvankelijk sceptisch op deze simpele behandelmethode en hun argwaan werd alleen maar groter toen 'Poppa', zoals de patiënten en zusters hem liefkozend noemden, sport introduceerde in de kliniek. Sterker nog, hij maakte het verplicht.


Hij was op dat idee gekomen nadat hij had gezien hoe twee mannen in een rolstoel met een stok een ronde steen naar elkaar speelden, een soort rolstoelhockey avant la lettre. Binnen de kortste keren wierpen dwarslaesiepatiënten ballen naar elkaar in de ziekenhuiszalen en gooiden ze speren op de sportvelden van Stoke Mandeville. De eerste echte wedstrijd betrof de oersport van de Paralympische Spelen: boogschieten.


Guttmann organiseerde op 29 juli 1948, precies de dag waarop vijftig kilometer verderop in Londen de Olympische Spelen van Fanny Blankers-Koen begonnen, een wedstrijd tussen veertien van zijn patiënten en de gehandicapte oorlogsveteranen van de Royal Star and Garter Home uit het Londense Richmond.


De gasten wonnen, maar het hoogtepunt van de dag was de overhandiging van een omgebouwde dubbeldekker, een gift van het Londense vervoersbedrijf en een oudstrijderslegioen. Met deze bus konden Guttmanns sporters door het land reizen naar wedstrijden.


Een jaar later kwam onder zijn leiding het Grand Festival of Paraplegic Sport tot stand, waaraan meer teams deelnamen. Naast boogschieten stond ook netball op het programma, een Britse versie van korfbal.


Aan het einde van de sportdag hield Guttmann, zo schrijft Ian Brittain in het boek From Stoke Mandeville to Stratford, een toespraak waarin hij voorspelde dat de Stoke Mandeville Games ooit de 'dwarslaesie-variant' van de Olympische Spelen zouden worden.


Elk jaar werden er nieuwe sporten aan de Stoke Mandeville Games toegevoegd, van speerwerpen tot snooker, tafeltennis en zwemmen.


Dat laatste is te danken aan Guttmanns doorzettingsvermogen. Nadat de ziekenhuisdirectie hem had laten weten dat er geen geld was voor een zwembad, ging de koppige en anti-autoritaire geneesheer persoonlijk langs premier Winston Churchill. Even later was het alsnog geregeld.


In 1952 kregen Guttmanns Spelen een internationaal tintje. Het Militair Revalidatiecentrum Aardenburg uit Doorn vaardigde een ploeg uit, bestaande uit Gérard van Opdorp, Rinus Hoogendoorn, Frits van Ommen en Harry Prins.


Het viertal werd vergezeld door een fysiotherapeut, een verpleegster en geneesheer-directeur J.E. van Gogh, die gezien wordt als de peetvader van de revalidatie in Nederland.


Dat er uitgerekend een Nederlandse ploeg kwam, had waarschijnlijk te maken met de rol van Willem van Lanschot, een telg van de Bossche bankiersfamilie. Naast penningmeester van de Wereld Veteranen Federatie was hij voorzitter van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers.


Acht jaar later kwam de droom van Guttmann uit toen de Stoke Mandeville Games een week na de gewone Olympische Spelen plaatsvonden in Rome. In retrospectief worden dit de eerste Paralympische Spelen genoemd.


Langzaam kreeg Ludwig Guttmann, een workaholic die weinig tijd had voor zijn familie, officiële erkenning voor zijn werk. Zo werd hij in 1966 door koningin Elizabeth geridderd tot 'Sir Ludwig'. In de geboorteplaats van de Paralympische Spelen kwam een standbeeld van Guttmann te staan, en het weggetje naar het Stoke Mandeville Stadium is naar hem vernoemd.


In 1984, het jaar waarin de vernieuwde kliniek door kroonprins Charles werd geopend, kwamen de Paralympische Spelen voor een keer noodgedwongen terug naar Stoke Mandeville, omdat de Amerikaanse organisatoren in financiële problemen waren gekomen.


Guttmann was er toen niet meer bij. Hijis in 1980 op 81-jarige leeftijd overleden aan een hartstilstand.


Onlangs zond de BBC een eerbetoon uit. In deze televisiefilm komt Guttmann over als een slimme, excentrieke, ietwat komische geleerde, iemand die zich kon verplaatsen in de geïsoleerde positie van zijn patiënten.


Als jood was hij door de nazi's uit zijn geboorteland verdreven. In zijn nieuwe vaderland bleef, zeker in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, de kleine medicus met dat Duitse accent altijd een merkwaardige, maar moedige buitenstaander die trots zou hebben gekeken naar de basketballende patiëntjes van zijn opvolgers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden