'Van stil zitten word je oud'

Hij is net terug van een weekje topvoetbal. Vorige week zat hij eerst in Milaan op de tribune bij Inter Milaan - Bayern München, vrijdag werkte hij de hele dag met jeugdig elan en enthousiasme op kantoor bij Bayern aan het nieuwe huismerk van de club en zondag zat hij alweer op de tribune in Eindhoven voor de eredivisietopper PSV-Ajax.


Een onvermoeibare liefhebber is Rolf Leeser, 81 jaar oud inmiddels, met nog steeds innige contacten tot in alle delen en hoeken van de voetbalwereld. Hij was de boezemvriend van Rinus Michels, koppelde in de nieuwe lounge van zijn appartement in Amsterdam in de zomer van 2009 Louis van Gaal aan Bayern München en zag als speler van Ajax in 1954 af van een profcontract omdat hij als eigenaar van meerdere modezaken 24 mensen in dienst had en hij voor zichzelf voor 60 gulden bij een overwinning en 20 gulden voor een training geen toekomst zag in de betaalde sport.


Op zijn werktafel bij Communicasa in Mijdrecht liggen de inmiddels gepresenteerde beeldmerken van Bayern München, Ajax en VfB Stuttgart, maar ook het logo- in-voorbereiding van FC Almere City. Op zijn bureau vertellen zorgvuldig bewaarde prenten het verhaal van zijn leven. Herinneringen aan zijn jeugd, zijn zoons Benno en Guy, aan de mode en aan Ajax. Wat in de galerij vooral opvalt, is de ingelijste foto van Ajax' hoofdmacht uit het seizoen 1953-1954. Er spreekt vreugde uit zijn stem als hij de namen een voor een opsomt, weemoed als hij met tranen in zijn ogen vaststelt dat 'er nog maar vijf jongens van deze echte vriendenploeg in leven zijn.'


Rolf Leeser is getekend door het leven, dat hem naast immens verdriet ook grote vreugde bezorgde en dat zich voornamelijk afspeelde in de kleurrijke wereld van onderscheidende mode en op het voetbalgras. Hij was het kind van een joodse familie uit het Duitse Essen, waar zijn grootvader leiding gaf aan zeven, ook in Düsseldorf en Berlijn gevestigde, modezaken, gespecialiseerd in hoeden, bont en accessoires.


'Die zaken zijn hem in 1933 in één dag door de zwarthemden afgenomen. Toen mijn vader daarop door zeven SS'ers in elkaar werd geslagen en geschopt, vond mijn grootvader het genoeg en zijn we met de hele familie naar Nederland gegaan. Ik had joodse grootouders, een joodse vader, maar een katholieke moeder. Zij is in de oorlog mijn redding geweest.'


Zijn ogen zoeken de ruimte, zijn stem hapert en met trillende vingers tikt hij onregelmatig op het bureau. 'Alleen mijn ouders en ik hebben de oorlog overleefd, voor de rest zijn ze allemaal vermoord. Mijn grootouders, mijn ooms, mijn tantes, iedereen. Mijn vader is tweemaal uit een Nederlandse dodencel gehaald door mijn moeder, meteen na de oorlog is hij een natuurlijke dood gestorven.'


De oorlog bracht Leeser met zijn ouders naar de Stadionweg in Amsterdam. Zijn moeder begon er in 1946, in een gesloten woonhuis, de verkoop van mode. 'Buiten stond een bord met de tekst'Mode nouveautés'. Na de dood van mijn vader stonden mijn moeder en ik er alleen voor. Op een joodse rouwplechtigheid ontmoette ik Rolf Natan, die zelf een grote modezaak in Den Haag had. 'Kom bij mij', zei hij, 'dan zal ik je het vak leren'.


'Inkopen vond ik geweldig, modeshows fantastisch en ik maakte etalages. Daaraan heb ik mijn zwak voor grafische vormgeving overgehouden. In de zaak in Amsterdam kon mijn moeder het alleen niet meer aan. Ik heb op een gegeven moment gezegd: 'Ik kom bij jou werken, maar dan moeten we in dit gesloten huis wel gaan etaleren.' Dus opende ik de gordijnen, schoof de stoelen recht, in de slaapkamer ging alles in zo'n bed-kast en ik etaleerde op stoelen. Mijn slaapkamer veranderde in één dag in een paskamer.'


Bij de nieuwbouw aan de Stadionweg werd het eerste pand gekocht. 'We haalden veel uit het buitenland. Na de oorlog kwam hier de confectie weer mondjesmaat op gang, maar ik vond het fijn om in het buitenland te kopen, in eerste instantie in Engeland en Zwitserland, maar in de loop der jaren kwam ook de productie in Duitsland weer op gang, de bekende merken, vaak veel modieuzer dan in bijvoorbeeld Engeland. Daarna kwam Frankrijk en nog later Italië.'


Leeser kocht een tweede pand in Amsterdam, breidde uit naar Den Haag, Rotterdam en zelfs Venlo. 'Ik vond mode een prachtig vak, ik had er kijk op, was mijn tijd in mijn kledingkeuze ver vooruit en raakte steeds meer in de greep van het etaleren en modelleren. Exclusiviteit was mijn drijfveer. Aan het eind van de jaren zestig heb ik me aangesloten bij een keten van toonaangevende Duitse modezaken. Daar maakte ik alle brochures voor, dat gaf me geweldig veel inspiratie.'


Spirit, geestdrift en betrokkenheid zijn de pijlers van zijn levendig, maar geordend bestaan. 'Mijn vrouw snapt zo af en toe niet waarom ik op mijn 81ste, na al die jaren van hard werken, nog steeds niet van mijn rust wil genieten. Dat ik bijvoorbeeld op donderdagmiddag om 3 uur in de auto stap om 's avonds in Brussel naar Anderlecht-Ajax te kijken. Van stilzitten word je oud; ik houd bovendien van Ajax, zoals ik van de mode hield. Op mijn 12de, in de oorlog, heb ik me aangemeld als lid, zo ging dat toen nog. Op mijn 18de debuteerde ik in het eerste elftal; ik was de rechtsbuiten die de ballen voorgaf die door Rinus Michels werden ingeschoten.'


Op de dag na PSV-Ajax zegt hij even verwonderd als geërgerd. 'Ik heb me weer zitten verbijten. Geen corner komt op de goede plaats. Ik heb er vroeger uren op getraind, en allemaal, echt zonder overdrijving, waren ze op maat.' Vooral de sfeer van toen maakt nog steeds veel bij hem los. Hij vertelt hoe de Amsterdamse moppentapper Max Tailleur voor een thuiswedstrijd langs kwam om toegangskaarten af te halen en er vervolgens zo'n show van maakte dat de ploeg veel te laat in het stadion arriveerde. '25 duizend mensen waren in De Meer in afwachting van Ajax-Haarlem en uiteindelijk moest worden omgeroepen dat de wedstrijd een halfuur later begon omdat de spelersbus pech had gehad...'


Hans Boskamp, de latere acteur, was een vriend van hem. 'Zo één die ons in een lange busrit wel bezig hield met zijn verhalen en moppen'. Zijn grootste vriend was Rinus Michels. De latere trainer verleidde hem zeker twee, drie keer in de week tot een bezoek aan wat hij de beste patisserie van Amsterdam noemde. 'Bij Ajax kreeg je na de training hooguit een glaasje ranja. Ik had een auto, en dan zei Rinus, wetend dat ik ook gek op gebak was: Kom op, we gaan nog even een lekker taartje eten. Wist ik dat hij heimelijk smoorverliefd was op de cheffin, die later ook zijn vrouw, Wil, werd.


'Mijn vriendschap met Rinus Michels was ongeëvenaard. Het klikte vanaf het eerste moment. Ik wist veel meer van het leven dan hij. Rinus was een intelligente, rustige en bijzondere jongen, ik kende zijn diepere emoties. Ik reed hem vaak, omdat ik vond dat hij niet kon autorijden. Uren zaten we te praten, over van alles. Sinds 1974 waren we ook buren, we zagen elkaar elke dag. Ik heb hem bij al zijn contracten geholpen, op die in Amerika na.'


Meer dan veertig jaar is Rolf Leeser lid van Ajax, tot z'n 70ste zat hij in Ajax' ledenraad, was een jaar voorzitter van de door hem opgerichte businessclub en nog altijd is hij emotioneel met de club verbonden. 'Ajax zit diep in mijn hart, logisch toch. Maar Ajax is ook een voortdurend onrustige club. Iedereen wil erbij en als je erbij hoort, wil je ook iets te zeggen hebben. De club en de huidige leiders zijn sterker dan wel eens wordt gedacht, maar toch blijft altijd het gevoel dat er iets niet deugt. Dat in tegenstelling tot Bayern München, dat met echte voetballers als Beckenbauer, Hoeness en Rummenigge aan de basis veel strakker wordt geleid dan Ajax.'


Michels' kwaliteiten zijn bij Leeser onomstreden. 'Hij heeft de voetbalwereld met het Nederlands elftal in 1974 het totaalvoetbal geschonken!' Hij schat hem ook hoger in dan Louis van Gaal, met wie hij eveneens bevriend is en die hij met Bayern München verbond. 'Ik had eens met Uli Hoeness afgesproken. Die zit op het kantoor van Bayern op dezelfde etage als Kalle Rummenigge, de president, die ik beschouw als mijn derde zoon.


'Toen ze eenmaal zaten, zei Kalle tegen me: Even zakelijk Rolf. De trainer¿ Ik zeg: je bedoelt Louis van Gaal. Ja, ja, antwoordde hij. Ik zeg: een zeer goede trainer, modern, heeft veel weg van Rinus, en op dat moment zei Rummenigge: Maar wel een lastig type toch.. Waarop ik reageerde met: Maar als jij en Uli die niet in jullie macht hebben, zou ik niet weten wie dat wel kan. Als je het goed met hem kunt vinden heb je wel een vakman in huis.'


'Maak een afspraak', zei Rummenigge. 'Het liefst komende vrijdag.' Terug in Nederland belde ik Louis: 'Bayern wil met je praten.' 'Dat is fijn', zei hij. 'Maar niet op vrijdag, dat zit te dicht op de wedstrijd van AZ. Probeer het op donderdag, want dan is het Koninginnedag en wordt er niet getraind en valt het ook niemand op dat ik er niet ben.' Ik heb alles geregeld, in de lounge van het flatgebouw waar ik woon. Daarna was alles in vijf dagen rond.'


Bayern München is een bijzondere club voor Leeser, hij kwam er al jaren nadat een van zijn bevriende mannequins hem een gemakkelijke entree bij Franz Beckenbauer had bezorgd. De contacten verstevigden sinds hij Karl Heinz Rummenigge ontmoette tijdens een vakantie op Sardinië en ze elkaar geregeld troffen op de tennisbaan. 'We zijn heel dikke vrienden, ook privé.' Vanuit zijn nieuwe levensopdracht heeft hij het huismerk van Bayern München aangepast, maar ook dat van de ECA, de club van Europese topclubs, waarvan Rummenigge de leider is. 'Daarvoor heb ik echt moeten vechten, ik was een van de vier internationale ontwerpers die een voorstel hadden ingediend.'


Alles begon ook hier met het logo van Ajax. 'Wim Crouwel van Total Design was mijn buurman. Ik was gegrepen door zijn werk. Ik ben voor mezelf en ook anderen dingen gaan ontwerpen en heb een kast vol brochures gemaakt.


'Bij zowel Ajax als het Nederlands elftal zorgde ik toentertijd voor de kleding. Op een gegeven moment komt de man die de broderie, het handborduurwerkje op het colbert, maakt bij mij en zegt: 'Dat vignet, met al die gekke dingen en lijnen, dat is niet te doen.' Ik ben met drie ontwerpers aan de slag gegaan; we hebben van alles gemaakt en naast elkaar gelegd. Ik heb steeds gezegd: de Griekse kop moet blijven, want dát is Ajax. We zijn uiteindelijk bij de elf lijnen van het huidige logo uit gekomen.


'Op bestuurs- en directieniveau was iedereen enthousiast, in de ledenraad en ledenvergadering was een enkeling nog wat sceptisch. Ik vond het oude logo niet te klassiek, maar wel onbruikbaar; ik wilde helemaal niet moderniseren, of afrekenen met het verleden. Maar de supporters die beleven dat niet zo, en hebben dat gevoel niet met noodzakelijke veranderingen. Dat beeld van Ajax was een prachtig merk, maar geen beeldmerk.'


Hij haalt uit de kast een briefhoofd van Bayern München. 'Ook dat wordt weer compleet veranderd', en hij wijst op subtiele, maar wezenlijke veranderingen. 'Ik heb nu de logo's van Bayern München, Borussia Dortmund, VfB Stuttgart en Ajax, net als dat van de verzamelde Europese topclubs ECA.' De energieke man van de mode is nu de levenslustige man van de vernieuwende beeldmerken. 'Je moet van je vak houden zoals je van voetbal moet houden, en je moet van mode houden zoals je van ontwerpen moet houden, alleen dan maak je mooie dingen!'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden