Van stijlvol tot diepzinnig

Najaar 1960 werd Vjatsjeslav Sjtsjogoljev, bij wiens zestigste verjaardag wij deze weken stilstaan, voor de eerste maal in zijn carrière wereldkampioen....

Wie destijds de driedelige mini-serie gevolgd heeft die ik in februari 1993 aan althans de slotfase van het WK 1960 wijdde, zal zich wellicht herinneren dat Sjtsjogoljevs toernooizege aan een zijden draadje hing. Toegegeven: op de prachtige overwinning die hij drie ronden voor het einde op Baba Sy boekte en waarmee hij de leiding van de Senegalees overnam, viel in het geheel niets af te dingen. Maar in zijn beide daarop volgende partijen: tegen de Fransman Verse en de Nederlander Gordijn, vond Sjtsjogoljev vrouwe Fortuna wel heel nadrukkelijk aan zijn zijde. Want de vier punten die hij aan die beide duels overhield en die nèt voldoende bleken om Baba Sy (1 punt) en Koeperman (2 punten) vóór te blijven, hadden er normaliter nooit meer dan (hooguit!) twee mogen zijn. Ik sloot mijn beschouwing in 1993 dan ook af met de mededeling dat ik nu pas begon te begrijpen waarom Sjtsjogoljev zèlf zijn optreden in het WK 1964 zoveel hoger aansloeg dan dat van 1960...

En inderdaad. Wie die beide toernooien naast elkaar legt, kan niet om de conclusie heen dat Sjtsjogoljevs tweede triomf in feite van een heel andere orde was dan zijn eerste. Van opgelegd 'fortuin' als in 1960 was in 1964 geen sprake. Sjtsjogoljev, wiens spel in de tussenliggende jaren nog aanzienlijk rijper en sterker was geworden (ter illustratie: een barrage-match tegen Andreiko om de Sovjet-Russische titel 1963 won hij met de verpletterende cijfers 9-3!!), reeg in Merano de ene overtuigende winstpartij aan de andere. Hij 'startte' met 10 uit 5, had na negen ronden slechts één enkel punt hoeven af te staan, won na drie puntendelingen (met onder meer Koeperman en Baba Sy) opnieuw een aantal partijen, en ging ten slotte onbedreigd als winnaar over de eindstreep.

Over de vraag welke van Sjtsjogoljevs elf winstpartijen als de beste moet(en) worden beschouwd, kan men een leven lang van mening blijven verschillen. Zo lees ik in een oude rubriek van wijlen R.C. Keller dat deze het duel dat Sjtsjogoljev in de eerste ronde van de Surinaamse kampioen Sanirsad won, het 'fraaist' vond. Het is inderdaad een modelpartij, maar daar moet dan wèl in dezelfde ademtocht aan worden toegevoegd dat zijn tegenstander - onbedoeld uiteraard - een handje meehielp. Sanirsad nam het namelijk met de positionele wetten van het klassieke spelgenre niet al te nauw, en bevond zich daardoor al spoedig in onoverkomelijke moeilijkheden. Maar de manier waarop Sjtsjogoljev de feilen in het spel van de zwartspeler wist bloot te leggen, is ontegenzeggelijk leerzaam.

Sjtsjogoljev - Sanirsad

(WK 1964)

1.31-27 17-21 2.37-31 19-23 3.41-37 21-26 4.35-30 14-19

Gaat niet op de uitdaging (4...20-25) in, zodat er een - zij het nogal ongebruikelijke - versie van de Dumont-variant op het bord komt.

5.30-25 11-17 6.25x14 9x20 7.33-28 10-14 8.39-33 4-9 9.27-22 18x27 10.31x11 6x17 11.36-31 12-18 12.31-27 7-12 13.34-30 20-24 14.30-25 17-22?! 15.28x17 12x21

Vergroot het toch al niet geringe tempoverschil. Maar het zijn vooral zwarts 16e en 18e zet die niet door de beugel kunnen.

16.46-41 1-7(?) 17.43-39 7-12 18.33-28 14-20? 19.25x14 9x20 20.39-34! 20-25 21.41-36! 12-17 22.37-31! 26x37 23.42x31

Haalt het terugruiltje 17-22x12 uit de stand en belet 23...21-26? door 24.27-21! +.

23...5-10 24.47-42! 10-14 25.42-37!

Schakelt 21-26 definitief uit. Daardoor dreigt zwart, met zijn ontwikkelingsvoorsprong van 13 (!!) tempi, volkomen vast te lopen.

25...14-20 26.44-39 3-9 27.48-43!!

Door de meerslag 24x35 in de stand te houden, ontzenuwt wit de dreiging 27...18-22.

27...9-14 28.38-33!

Sjtsjogoljev laat zijn tegenstander slechts schijnbaar los: 28...21-26? faalt op de damzet 29.27-21! en 30.37-32 enz. +.

28...8-12 29.31-26! 23-29

Ook na 29...2-8 30.34-29! 23x34 31.40x29 was zwart vanwege de damdreiging 32.28-22 enz. + kansloos geweest.

30.34x23 18x38 31.28-22 17x28 32.26x8 2-7 33.32x23 13x2 34.43x32 19x28 35.32x23

En met een volle schijf méér won wit moeiteloos.

Een stijlvolle winst, zeker, maar naar mijn smaak ook niet meer dan dat. In elk geval spreken dìe partijen waarin Sjtsjogoljev een beduidend taaier verweer dan dat van Sanirsad moest zien te breken, veel meer tot mijn verbeelding. Zoals het diepzinnige positieduel dat hij nog diezelfde middag of avond (in Merano moesten de - zeventien - deelnemers tot zesmaal toe twee partijen op één en dezelfde dag spelen!) met Geert van Dijk uitvocht. Het zou de enige nederlaag blijken van de Nederlandse oud-kampioen, die in zijn ontmoetingen met Koeperman en Baba Sy ruimschoots op de been bleef.

Van Dijk - Sjtsjogoljev

(WK 1964)

1.32-28 16-21 2.37-32 21-26 3.41-37 20-25 4.34-29 19-23 5.28x19 14x34 6.39x30 25x34 7.40x29 10-14 8.35-30 14-20 9.30-25 17-22 10.25x14 9x20 11.44-39 13-19 12.50-44 8-13 13.32-28 2-8 14.28x17 11x22 15.38-32 4-9 16.32-28 5-10 17.28x17 12x21 18.42-38 6-11 19.38-32 11-16 20.47-41 8-12 21.32-27 21x32 22.37x28 26x37 23.41x32 16-21 24.46-41 3-8 25.44-40 1-6 26.39-34 6-11 27.48-42 11-17 28.42-38 18-23 29.29x18 13x22 30.34-29 20-24 31.29x20 15x24 32.43-39 9-13 33.39-34 13-18 34.49-44 10-15 35.34-29 15-20 36.40-35 21-27 37.32x21 17x26 38.28x17 12x21 39.38-32 18-22 40.32-28 8-13 41.28x17 21x12 42.41-37 13-18

Zie diagram

43.44-40?

In verband met de beschikbare ruimte heb ik er tot dusver het zwijgen toe gedaan. Maar dit fragment schreeuwt als het ware om een nadere toelichting. Het blijkt namelijk dat wit zich met 43.37-32! nog juist staande had kunnen houden. Al betreft het waarlijk een ontsnapping op de valreep, zoals de volgende spelgang laat zien:

43...18-23!? (kansrijker dan 43...19-23 44.44-40 23x34 45.40x29 26-31 46.36x27 18-22 47.27x18 12x34 48.32-28 7-12 49.28-22 20-25 50.35-30! gevolgd door 51.33-29! en 52.22-18 =) 44.29x18 12x23 45.33-28 23-29 46.28-22 7-12 47.45-40 20-25 48.44-39 29-33 49.39x28 19-23 50.28x30 25x45 en nu:

1) 51.35-30? 45-50 52.30-24 50x11! 53.24-19 11-16!, waarna zwart zowel op 54.19-14 16x43! 55.36-31* 26x37 56.14-10 12-18! enz. als op 54.36-31 26x28 55.19-14 16-49! 56.14-10 12-18! enz. fraai gaat winnen.

2) 51.22-17! 12x21 52.32-28! 45-50 53.28-23 50-22.

Nu zou zwart na het voor de hand liggende 54.23-19? 22-9! 55.35-30 9-25!! 56.19-13 25x34! voor de derde maal een mooie motiefwinst boeken, bijvoorbeeld 57.36-31 26x37 en nu òf 58.13-8 34-12! enz. + òf 58.13-9 34-48! 59.9-3 48-42! en 60...42-48 +. Maar 54.35-30!! 22-9 (of ook -44) 55.30-25!! is remise...

De winst waarop Sjtsjogoljev na de tekstzet afstevent, wordt er echter nauwelijks minder indrukwekkend om:

43...12-17! 44.37-32 17-21! 45.32-28 7-11! 46.40-34 11-16! 47.28-22 18x27 48.34-30 19-23!! 49.30x28 27-31 50.36x27 21x34 51.33-28 34-39 52.28-22 39-43 53.22-18 43-48 54.18-12 20-24 55.12-7 24-29 56.7-1 29-33 57.1-23 33-38 58.23-41 48-25

Wit geeft het op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden