Van stand tot zitvlak in een tel van twijfel

JOHN VOLKERS

TOKIO - Vijf volle seconden hing Yuri van Gelder op zijn kop in de ringen. Het was een handstand, vlak voor het einde van zijn WK-oefening waar geen einde aan leek te komen. Het kleine hoofd liep rood aan, het bloed pompte door zijn slapen. Wat moest hij doen? Wat nu?

Slim en strategisch had de 28-jarige Brabander deze finale willen turnen. Eerst kijken wat de voornaamste concurrentie zou doen en daarop het strijdplan eventueel aanpassen. Hij had na de geslaagde kwalificatieronde zes dagen de tijd gehad zich op deze wedstrijd voor te bereiden. Drie lange dagen had hij van het kijken naar wedstrijden van concurrenten weer meer geleerd.

Wat zou hij nu toch doen? Het vaste plan? Of toch maar zijn afsprong aanpassen? Hij voelde de tijd tikken.

Donderdag was hij gevallen op training, bij de lastige afsprong. Vrijdag was het gelukkig weer veel beter gegaan, zoals alles de laatste tijd zoveel beter ging. Maar 's avonds had hij de ringenwedstrijd van de persoonlijke meerkamp bij de mannen van zeer nabij bekeken en toen was hij weer in de val van twijfels gevallen.

'Mijn hoofd tolt', had hij toen spontaan gezegd. 'Ik zit te denken wat ik nu toch moet. Die Japanner Uchimura kan dubbel dubbel en dan moet ik hem toch weer meerekenen. Net als die andere Japanner (Yamamuro, JV). Ja, wat is wijsheid?'

Jij doet de beste oefening die je kunt, Yuri, sprak de Japanner Sadao Hamada, de hoofdcoach van dienst bij de WK, gedecideerd. Het was bedoeld om de Nederlandse pupil van zijn twijfels te verlossen. Niets is schadelijker dan de onzekerheid over hoe je een grote wedstrijd moet aanpakken.

Kiezen, nu, zei zijn persoonlijke coach Bram van Bokhoven, later in de bus. Had hij 's middags ook al gezegd. Later waren ze eruit: we kiezen voor de moeilijkste oefening, met de dubbele salto voorover als afsprong.

'De volgende ochtend werd ik wakker en toen was ik gespannen en relaxt tegelijk. Blij dat ik gekozen had. Ik stond achter die keuze van de moeilijke afsprong', zo omschreef hij zijn gemoedstoestand op de wedstrijddag.

Hij probeerde niet meer te denken aan alle misfortuin dat hem deze dag, de dag van de olympische plaatsing, zou kunnen bedreigen. De avond tevoren had hij nog gezegd: 'Als ik bij de afsprong op mijn kont ga, dan heb ik een punt aftrek. Dan ben ik weg.'

Het hoofd deed steeds meer zeer in de ringen. Hier hing hij normaal twee tellen, hooguit drie. Die tijd was al voorbij. Dat zou het publiek toch niet gek vinden?

Waar bleef nou dat kleine zwaaitje dat hij nodig had om zijn afsprong makkelijker te maken? Nog even wachten dan maar, tot hij een beetje op een neer zou gaan in die verdomde handstand.

Yuri van Gelder was met een kwartier vertraging de wedstrijdhal van het Metropolitan binnen gekomen. hij droeg het rugnummer 392 in een fel oranje ensemble. Hij had deze keer niet voor het zachte blauw gekozen.

Oei, wereldkampioen Chen begon met een ongelooflijk cijfer: 15,800. De Chinees kuste zelfs de paal, de uitslover. En de Braziliaan Nabarrete, een nieuwe jongen, sprong af met schroef en haalde 15,600.

Oké geen twijfels, doen. Bram van Bokhoven tilde hem in de ringen. Hij ging het doen. Tien elementen in een minuut. Veel kracht, zwaluwen, breedtehang, de Yuri van Gelder. Hij hoorde het Japanse publiek klappen. Vonden ze mooi.

Nu nog één element: de afsprong. In Milaan, bij de EK van 2009, hadden Van Bokhoven en hij dat twintig seconden voor de finaleoefening nog veranderd. Toch maar makkelijk, de dubbel achterover. Want dan houd je je ogen op de vloer, als je de voeten neerzet. Wie een salto voorover draait, springt in een duister gat. Zou hij dat nu wel doen? Was dat wel wijs?

Hij hield zijn handstand lang aan. Het was compleet stil geworden in het stadion. Als Van Bokhoven nu iets zou roepen, van 'makkelijk' of zo, dan deed hij dat. Want hij hing eigenlijk te stil om de salto voorover te doen. Daar heb je een kleine swing voor nodig, om een zetje mee te krijgen voor die dubbele salto.

Mijn god, waarom riep die Bram nou niks. Is ook zo. Coaches roepen nooit wat tijdens de oefening.

Zijn verstand zei: niet doen. Zijn voornemen was: wel doen die moeilijke afsprong. 'Al was het bijna onmogelijk uit te voeren, vanuit de handstand die ik had', zou hij later moeten uitleggen.

Hij kon niet meer wachten. Hij moest landen, dan zou hij zijn olympisch ticket hebben. Draaien, draaien, landen, mis. Op de kont.

Shittt, ging er door me heen. Balen als een stekker, het is voorbij, einde seizoen, klaar, weer niet naar de Spelen. Ach jongens, hoe erg.

Score: 14,766, een punt aftrek, vijfde van de acht. 'Ik had op safe moeten gaan', zei Yuri van Gelder later tegen de media. Dan had hij 15,466 gehad.

Rekenen ging ook al niet meer met zijn verdoofde hoofd. Want ook dat zou hem niet op het erepodium hebben geholpen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden