Van slachtoffer tot dader: Adolf Hitlers chef inkoop

Hij kreeg van de nazi's de opdracht om 'entartete kunst' te verhandelen. Ook legde hij zelf een collectie aan. Die ging niet verloren bij het bombardement in Dresden, maar dook in 2012 op bij zijn zoon.

Als het zo uitkwam, dan konden de nazi's behoorlijk pragmatisch zijn. Begin jaren dertig werd Hildebrand Gurlitt in Hamburg aan de kant gezet bij de Kunstverein Hamburg vanwege zijn niet-arische wortels. Een paar jaar later kreeg de kunstkenner van Joseph Goebbels persoonlijk de opdracht om als 'Verwerter' te gaan handelen met in beslag genomen 'entartete kunst'. Deze door de nazi's gehate, gedegenereerde kunst, gemaakt door 'Geisteskranke Nichtskönner', mocht Gurlitt met drie andere door Goebbels aangewezen collega's bij buitenlandse kunsthandelaren verkopen voor harde valuta.


Hildebrand Gurlitt, eerst slachtoffer, daarna dader.


Dat daderschap ging ver. Hij kreeg van Goebbels' propagandaministerie ook de opdracht om klassieke meesters aan te schaffen, al dan niet voor een zacht prijsje verkregen van onder druk gezette Joodse verzamelaars, voor een nog te bouwen megalomaan 'Führermuseum' in het Oostenrijkse Linz. Daar zocht Hitler, zelf een mislukt kunstschilder, trouwens eigenhandig ook werken voor uit. Bij inbeslagname van kunstwerken van Joodse verzamelaars had hij eerste keus, het zogenoemde 'Führervorbehalt'.


Gurlitt (1895, Dresden) was later actief in bezet Frankrijk. Daar legde hij onder meer de hand op kunst uit geroofde Joodse verzamelingen, zoals die van Paul Rosenberg. Deze Joodse Fransman bezat veel moderne kunst. Hij vluchtte net op tijd, maar moest zijn verzameling achterlaten. Tot genoegen van Hildebrand Gurlitt, chef-inkoper van Adolf Hitler.


Of Gurlitt ooit direct contact had met Hitler, vertelt de geschiedenis niet. Wel legde Gurlitt zelf ook een omvangrijke kunstverzameling aan, vooral bestaande uit moderne kunstwerken, van diezelfde kunstenaars die door de nazi's als geestesziek werden bestempeld. Roofkunst, voor een zacht prijsje gekocht, of op een andere, schimmige wijze verkregen. Werken van onder meer Picasso, Matisse, Chagall, Nolde, Marc, Beckmann, Klee, Kokoschka en Liebermann. Maar voor 'echte' kunst, een Albrecht Dürer bijvoorbeeld, haalde hij zijn neus ook niet op.


Dat van die verzameling was geen groot geheim. Meteen na de oorlog werd Gurlitt naar zijn collectie gevraagd. Helaas, zei hij: verbrand tijdens de gruwelijke bombardementen op Dresden in februari 1945. Er werd niet verder gezocht. Het waren nu eenmaal chaotische tijden.


Gurlitt doorliep zijn 'denazificatie-procedure' met succes. Er werd hem niets verweten. Sterker, vanwege zijn Joodse voorvaderen werd hij zelfs als slachtoffer van het regime betiteld. Lid van de NSDAP was hij trouwens ook nooit geweest.


Gurlitt, telg uit een artistiek milieu van musici, schrijvers en kunsthistorici, kon zijn werk als kunsthandelaar weer oppakken. Later werd hij directeur bij de Kunstverein für die Rheinlande und Westfalen en droomde hij van een directeurschap bij een groot museum. Die wens kwam nooit uit. Hij stierf in 1956 bij een verkeersongeluk.


Dat zijn collectie niet was verbrand tijdens dat verschrikkelijke bombardement, waarover Harry Mulisch (Het Stenen Bruidsbed) en Kurt Vonnegut (Slaughterhouse Five) indrukwekkende romans schreven, bleek in 2012. Bij een razzia in het huis van zijn inmiddels bejaarde zoon Rolf Cornelius Gurlitt (nu 80) vond de douane liefst 1.400 kunstwerken. Een toevalstreffer. Men was eigenlijk op zoek naar zwart geld.


68 jaar na de oorlog is de roofkunst-collectie die vader Gurlitt in de jaren dertig en veertig aanlegde, dus nog helemaal compleet. Minus het onbekend aantal werken dat weduwe Helene (overleden in 1967) en de mysterieuze zoon Cornelius de afgelopen vijf decennia aan veilinghuizen en galeries hebben verpatst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden