Van Shakespeare tot Johnny Depp

Een briljante verzameling gedichten die de sociale geschiedenis van Londen van binnenuit oproept. En het oudere Engels is geen enkel probleem. Dryden en Pope lezen veel gemakkelijker dan onze Vondel en Hooft.

Bloemlezingen zijn voor middelbare scholieren die nog geen idee hebben welke dichters ze de moeite waard vinden. Of voor managementtrainers op zoek naar iets moois voor een inspiratieweekend met crematoriumpersoneel. Slechts heel af en toe verschijnt er een bloemlezing waar ook poëzielezers iets aan hebben. London: A History in Verse is er zo een.


Ruim 750 pagina's poëzie die expliciet over Londen gaat bevat dit boek. Bijna alle goden en halfgoden uit de Britse literatuurgeschiedenis zijn erin te vinden. Van Chaucer en Shakespeare tot Donne en Dryden, van Swift en Pope tot Wordsworth en Byron, van Hardy en Wilde tot Adcock en Armitage.


En niet alleen de 'hoge' dichtkunst is vertegenwoordigd; de heroïsche ode staat gebroederlijk naast de limerick en de nursery rhyme. Je moet er niet aan denken hoeveel werk het is geweest zo'n boek te maken. Zeseneenhalve eeuw Britse dichtkunst filterde samensteller Mark Ford op Londens gehalte, waarbij hij zijn uiteindelijke keuze vooral liet bepalen door de manier waarop de politieke en culturele geschiedenis van de stad zich in de gedichten weerspiegelt. Het was even doorbijten, maar toen had hij ook wat.


Op welke plek je het boek ook openslaat, je valt meteen in iets moois. On St. James's Park, As Lately Improved by His Majesty bijvoorbeeld, door de destijds immens populaire dichter-parlementariër Edmund Waller (1606 - 1687). In 1660 was de tijdens het Cromwell-regime naar Frankrijk uitgeweken koning Charles II teruggekeerd op de Britse troon. Al snel na de verhuizing ging het park naast zijn Londense paleis op de schop. Er moesten waterpartijen, lanen en gazonnen worden aangelegd. En het werd opengesteld voor het publiek, zodat de koning er prettig zou kunnen 'mingelen' met zijn onderdanen wanneer hij er met zijn gevolg de eenden kwam voeren.


Naar aanleiding van deze pr-gemotiveerde herinrichting schreef Waller zijn lofdicht. Weliswaar had hij vijf jaar eerder nog een vlammende ode op de puriteinse 'Lord Protector' Cromwell geschreven, maar nu beschreef hij de vernieuwde koninklijke lustwarande als een hervonden paradijs waar geliefden galant in de 'amourous shade' zouden kunnen wandelen en 'Free from the impediments of light and noise, / Man, thus retired, his nobler thoughts employs.' En Zijne Hoogheid zelf zou in het lommerrijk struweel zijn wijze binnen- en buitenlandse beleid kunnen overpeinzen. Met andere woorden: de herinrichting van het park wordt retorisch opgepompt tot een ronkende metafoor voor de politieke weldaden, de rust en de voorspoed die de natie onder de kersvers aangetreden vorst te wachten stonden.


Wallers opportunisme en schaamteloze aanschurken tegen de heersende macht zal in het parlement en aan het hof voor menig ironisch opgetrokken wenkbrauw hebben gezorgd. Op papier wekte het twaalf jaar na dato nog de vileine spotlust op van John Wilmot, Earl of Rochester (1647-1680), de rokkenjager en schuinsmarcheerder, die door Voltaire en Goethe bewonderd werd om zijn scabreuze satires en die in 2004 zijn zoveelste comeback beleefde toen Johnny Depp hem vertolkte in de film The Libertine. In A Ramble in St. James's Park, dat zestig bladzijden na Wallers ode in de bloemlezing staat, raakt Rochester verzeild in een stoet van bezopen hoeren, pooiers, keukenmeiden, dichters en ander bronstig volk dat elkaar 's nachts opzoekt in datzelfde St. James's. 'Poor, pensive lover' verzucht hij. Indachtig Wallers 'living galery af agèd trees' waaronder zo nobel gemijmerd zou gaan worden, schrijft hij: 'And nightly now beneath their shade/ Are buggaries, rapes, and incests made.' Kortom: het hele park is 'consecrate to prick and cunt' en 'rows of mandrakes tall did rise/ Whose lewd tops fucked the very skies'. Aan welk van de twee verzen Koning Charles uiteindelijk de voorkeur gaf, schrijft Ford droogjes in zijn inleiding, laat zich makkelijk raden. Met zijn veertien erkende buitenechtelijke kinderen werd hij niet voor niets 'de Vrolijke Koning' genoemd.


Door de chronologische ordening van London - A History in Verse en door het samenkomen van de meest uiteenlopende dichters uit alle lagen van de bevolking (en ook van buiten de stad) wordt het stadsleven door de tijden heen prachtig zichtbaar. De politieke wisselingen worden bezongen, de pest, branden en bomaanslagen en de gewone dingen van de dag. Daarbij wisselen de dichterlijke vormen en modes elkaar voortdurend af, terwijl veel thema's juist van alle tijden blijken.


Telkens weer gaat het over de verhouding tot de macht, de graailust en corruptie, de verschillen tussen arm en rijk, stad en platteland, immigratie en culturele diversiteit, het verdwijnen van plekken en gebouwen en de liefde en de dood in al hun verheven en banale aspecten.


Het zal duidelijk zijn: dit is een zorgvuldig geselecteerde verzameling teksten die de sociale geschiedenis van Londen van binnenuit oproept. Het boek dwingt je bijna vanaf het begin te gaan lezen en niet te blijven bladeren. Door alle betrokkenheid, ernst, humor en oog voor detail die de dichters te bieden hebben, voel je gaandeweg steeds intenser hoe het was en is om in een metropool als Londen te leven.


Ook de harde, eigentijdse kanten van de wereldstad komen aan de orde, getuige Sonny's Lettah van rapdichter Linton Kwesi Johnson, uit 1979. Daarin beschrijft een arrestant in Brixton Prison een dodelijke vechtpartij met de politie, in Jamaicaans Engels: 'Soh mi jook one in him eye/ an him started to cry/ mi tump one in him mout/ an him started to shout.'


Wat meevalt, is de toegankelijkheid van het oudere Engels, zelfs voor een niet-native speaker. Dryden en Pope lezen veel gemakkelijker dan onze Vondel en Hooft. Wat niet wegneemt dat je je als Nederlandse lezer toch een beetje een toerist blijft voelen tussen al dat fraais over de Theems, Charing Cross, The Isle of Dogs en de Elgin Marbles in het British Museum. Zie William Wordsworths liefdesbetuiging aan de ontwakende stad in Composed Upon Westminster Bridge, September 3, 1802:


Earth has not anything to show more


fair:


Dull would he be of soul who could pass


by


A sight so touching in its majesty;


This City now doth, like a garment, wear


The beauty of the morning: silent, bare


Ships, towers, domes, theatres, and


temples lie [...]


Dat is nog een extra verdienste van deze bloemlezing: dat hij buitenlanders dromerig maakt over hoe zo'n boek over de eigen hoofdstad eruit zou zien. Bij ons heb je dan wel meteen een probleem: de hoofdstad is niet het regeringscentrum. Omdat De Randstad: Een Geschiedenis in Verzen me geen optie lijkt, zou ik krachtig willen pleiten voor Amsterdam. Je mist dan 'O o Den Haag', Huygens' Voorhout en de Leidse studentendichters uit de negentiende eeuw, maar daar staat tegenover dat Amsterdam al wel vanaf de Alteratie van 1578 het culturele en literaire centrum van ons land is.


Vondel en Ter Balkt schreven beiden over de Noorse boomstammen waarop de stad gebouwd is, Vestdijk en Robert Anker over het standbeeld van Thorbecke bij het Rembrandtplein. In 2001 bracht Guus Luijters al 191 pagina's Amsterdam - De stad in gedichten bij elkaar. Sinds 2008 is er elk jaar een stadsdichter. In datzelfde jaar verscheen een bloemlezing met ruim honderd gedichten over het Vondelpark. Het begin is er dus. Nu de rest nog. Dit is geen sollicitatie.


*****


London - A History in Verse.

Edited by Mark Ford.


The Belknap Press of Harvard University Press; 762 pagina's, ca. € 30,-.


ISBN 978 06 740 6568 0.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden