Van schurk tot elder statesman

Op 8 augustus 1974 trad Richard Milhous Nixon af. Hij was de 37de president van de Verenigde Staten en de eerste die tussentijds het veld moest ruimen....

SUCCESSIEVELIJK had de president de Witte-Huisbanden moeten vrijgeven. Eerst leverde hij alleen maar transcripties. Die werden allerwege bespot om het befaamde expletive deleted -Nixon bleek binnenskamers een ferm gebruiker van vloeken en scheldwoorden. In de uitgetikte teksten waren ze zorgvuldig weggekuist.

Voor de president was de zaak hopeloos geworden toen er in een van de banden een onverklaarbaar hiaat van achttien minuten bleek te zitten. Nixons trouwe secretaresse Rose Woods zei daarvan zeker vijf minuten op haar geweten te hebben omdat ze tijdens een telefoongesprek abusievelijk de opneemknop ingedrukt had gehouden. Maar toen haar gevraagd werd dat ongelukje nog eens vóór te doen, bleek ze haar lijf in een hoogst acrobatische bocht te moeten wringen. Niemand geloofde haar. En niemand geloofde Nixon. Even later werd de smoking gun gevonden -een band waaruit onweerlegbaar bleek dat Nixon in een heel vroeg stadium had meegedaan aan de verdoezeling van de kwestie..

De president omschreef zijn dramatische vertrek uit het Witte Huis later in zijn memoires: 'De herinnering van die scene is als een filmbeeld dat voor altijd bevroren is op dat moment. De gesteven uniformen en gepoetste schoenen van de erewacht. De nieuwe president en zijn First Lady. Julie. David. Rose. Zoveel vrienden. De menigte op het gazon en op de balkons, leunend uit de ramen.

'Ik hief mijn armen in een laatste groet. Ik lachte. Ik zwaaide ten afscheid. Ik ging de helikopter binnen, de deur werd gesloten, de rode loper werd opgerold. De motoren startten. De bladen begonnen te draaien. Het lawaai zwol aan tot het bijna de gedachten wegduwde.'

Nixon viel in een diep dal. Hij kreeg, terug in Californie, weer een aanval van phlebitis (een bloedklontering) en dat bracht hem op het randje van de dood. Maar hij wenste niet op te geven. Zestien jaar later zou hij schrijven: 'Lichamelijk was ik een wrak. Emotioneel was ik uitgewrongen. Geestelijk opgebrand.' Maar hij bleef geloven in wat hij zichzelf al had voorgehouden toen hij in 1962 de race om het gouverneurschap van Californie had verloren: 'Een nederlaag is nooit fataal, tenzij je opgeeft'.

Nieuwe starthulp kreeg Nixon van zijn opvolger, Gerald Ford, die hem al na snel volledig pardon schonk voor alle misdrijven die hij mogelijkerwijs in de Watergate-affaire begaan kon hebben. Nixon accepteerde dat pardon graag, maar hij beweerde het altijd hoogst pijnlijk te hebben gevonden omdat het ongetwijfeld Ford in politieke moeilijkheden zou brengen. De gratieverlening is Ford altijd nagedragen en mogelijk heeft het hem zelfs uiteindelijk zijn presidentschap gekost (Ford was zelf nooit als vice-president gekozen, maar rechstreeks door Nixon benoemd toen Spiro Agnew wegens malversaties moest aftreden. Ford was Nixons keus, en dus 'besmet').

Financieel ging het Nixon intussen zeer slecht. Hij had aan de Watergate-episode een enorme advocatenrekening overgehouden. Er waren lucratieve aanbiedingen genoeg voor spreekbeurten. Maar Nixon vond, waarschijnlijk terecht: 'Het was niet het juiste moment om me in het openbaar te uiten'. Nixon, jurist van huis uit, werd weer advocaat en met open armen ontvangen in een Newyorkse firma.

En hij begon te schrijven. Eerst zijn memoires, getiteld RN (waaruit hierboven geciteerd is), en later nog een aantal goed verkochte boeken, vrijwel alle op het gebied van de internationale politiek, die immers altijd zijn grote liefde was geweest. Hij begon na enige tijd ook weer buitenlandse reizen te maken, kreeg weer entree bij de groten der aarde en ook zijn opvolgers (met name Reagan en Bush) maakten graag gebruik van zijn raad. In de laatste jaren voor zijn dood had Richard Nixon zijn zoveelste come back gemaakt, ditmaal als gerespecteerd elder statesman.

In 1990 schreef hij zijn laatste boek, In the Arena, en daarin bekende hij zijn eerder verschenen memoires als een soort therapie te hebben beschouwd. Maar hij weigerde nog altijd zijn eigen leidende rol in Watergate toe te geven: 'De essentie van het schandaal was het feit dat individuen, die betrokken waren bij mijn herverkiezingscampagne, betrapt werden bij het inbreken en installeren van telefoon-afluisterapparatuur in het hoofdkwartier van het Democratisch Nationaal Hoofdkwartier in het Watergate Hotel. Na hun arrestatie probeerden anderen in mijn campagne en mijn regering deze relatie te verdoezelen om de politieke schade zo klein mogelijk te houden. Ik heb verzuimd de zaken krachtig ter hand te nemen, de feiten te ontdekken en alle mensen te ontslaan die bij de inbraak betrokken waren.'

Dat verzuim alleen was, meent Nixon, waarschijnlijk niet genoeg geweest om hem weg te sturen: 'Maar de term Watergate werd synoniem voor een groot aantal andere beschuldigingen die mijn tegenstanders gebruikten om mijn regering af te schilderen als, in hun woorden, ''de meest corrupte regering in de Amerikaanse geschiedenis''. Samen vertegenwoordigden deze beschuldigingen de mythen van Watergate en het rookgordijn van valse beschuldigingen dat uiteindelijk een einde maakte aan mijn mogelijkheid effectief te regeren.'

Nixon wilde een imperial president zijn (de term is van de historicus Arthur Schlesinger). Hij trachtte zich voortdurend te onttrekken aan parlementaire controle. En zelfs zoveel jaren na zijn aftreden bleef hij dezelfde, chronisch verongelijkte Nixon: de ánderen hadden het gedaan.

(slot)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden