Van radenmodel tot modelraden

Het universitaire bestuur moet beter en efficiënter worden, vindt minister Ritzen. De gekozen universiteitsraad wil hij het liefst terugbrengen tot een adviesorgaan....

DE LEDEN van de universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam staan bij de vergadertafel en smoezen wat met elkaar. De sfeer is goed, er wordt veel gelachen. Bij de naambordjes van de meeste raadsleden liggen bloemen. Ze nemen afscheid, want ze hebben zich niet beschikbaar gesteld voor een nieuwe termijn. De universitaire gemeenschap heeft voor het volgend academisch jaar een nieuwe ploeg vertegenwoordigers gekozen die het college van bestuur moet controleren en de universiteit medebestuurt.

De zoveelste aanval van minister van Onderwijs Jo Ritzen op de democratische bestuursstructuur van de universiteit, die vorige week naar deze krant uitlekte, deert de raadsleden niet. Ze zijn het langzamerhand gewend. Keer op keer is er kritiek op de universiteitsraad. De raad zou log zijn, inefficiënt, vertragend, kwaliteitsarm (want er zitten weinig professoren in). De raadsleden vinden dat het niet waar is, maar hun mening lijkt geen gewicht in de schaal te leggen.

'De slagvaardigheid van de universiteitsraad is veel groter dan je zou verwachten bij het zien van al die koppies', zegt raadsvoorzitter Guda Oly, een beetje trots de dag na de raadsvergadering. Inderdaad, op het eerste gezicht maken de meeste raadsleden geen doortastende indruk. Maar de praktijk wijst uit dat dit 'chaotische gezelschap', zoals Oly het noemt, zich redelijk van zijn taak kwijt.

Van die 'koppies' zijn er tien student, tien wetenschapper en tien niet-wetenschappelijk medewerker. Ze worden geacht de begroting van de universiteit vast te stellen, het algemeen beleid te volgen en het college van bestuur te controleren.

Dinsdagavond is de universiteitsraad een uur eerder begonnen. De agenda is overvol, wat een zeldzaamheid is. De universiteiten hebben het afgelopen decennium jaar in jaar uit flink moeten bezuinigen, en dat begint op de faculteiten goed voelbaar te worden. Het ene probleem volgt op het andere, de tolerantie neemt af. Het college van bestuur heeft nu besloten iedere faculteit voor een korting van ongeveer 3 procent aan te slaan, en wel om de pot voor de investeringen te vullen. Die is bijna leeg.

Het driekoppige college van bestuur zit aan het hoofd van de tafel, met de lijvige Jankarel Gevers als een ware leider in het midden. Achter hen zit een tiental ambtenaren wat stuurs voor zich uit te kijken. Collegeleden dragen een stropdas - het zijn professionele bestuurders - de mannelijke leden van de raad hooguit een jasje.

Het tafereel lijkt een beetje op het computer-simulatiespel Simcity. De speler is de burgemeester van een stad en moet de bewoners tevreden stellen. Veel arbeidsplaatsen, veel parken, zo weinig mogelijk luchtverontreiniging. Doet de burgemeester het niet goed, dan stijgt de criminaliteit, die kan uitmonden in rellen en uiteindelijke afzetting van de burgemeester door de mafia.

Op de universiteit beginnen bij te veel slechte besluiten van het centrale bestuur de wetenschappers en studenten op de faculteiten flink te morren. Hoe erger, hoe meer verzet. Eind jaren zestig leidde dat tot de val van de professorendynastie. Sinds iedereen mag meedoen aan het bestuur, valt het reuze mee met al het verzet, een incident hier en daar niet meegerekend.

Voordat de moeilijke besprekingen over de begroting van volgend jaar beginnen, wordt er door raadsleden en het college van bestuur ritueel gemopperd op minister Ritzen. Die wil in ruil voor 24 miljoen gulden een gedetailleerd kwaliteitsplan voor verbetering van het onderwijs. De Universiteit van Amsterdam, kruisvaarder tegen overdreven centralisme, wil wel die miljoenen, maar niet de bureaucratie die het plan met zich meebrengt. 'Maar een zekere pragmatiek kan een rol spelen als we over twee weken met de rest van de universiteiten hierover een besluit nemen', waarschuwt Gevers. Want principes zijn leuk, 24 miljoen gulden is misschien nog wel veel leuker.

Raadslid Frank de Wolf vindt het akkoord over het kwaliteitsplan, gesloten tussen de minister, de koepels van universiteiten en hogescholen, en de studenten, 'ronduit slecht'. Gevers complimenteert hem voor de 'milde' kwalificatie. Het tekent de verhoudingen tussen het college van bestuur en de universiteitsraad. Naar buiten een gesloten blok, intern vaak gezond kiftend over de juiste verdeling van het geld.

Want er is al jaren een kleine machtsstrijd gaande tussen het college van bestuur en de universiteitsraad. Discussies worden dikwijls gekenmerkt door een grote mate van territoriumdrift.

Ritzen heeft dit jaar de universiteiten verantwoordelijk gesteld voor hun eigen onroerend goed. Het college van bestuur moet nu zorg dragen voor de goede staat van de gebouwen. En aangezien de minister, zoals gebruikelijk, voor het beheer ervan te weinig financiële middelen heeft afgestaan aan de universiteiten, moet er geld bij.

Dat kost 7,6 miljoen gulden per jaar en dat moeten de faculteiten gezamenlijk opbrengen, vindt het college van bestuur. Komt niets van in, repliceerde de universiteitsraad, wij gaan over het geld en wij vinden onderwijs en onderzoek het belangrijkst; u haalt het geld maar uit die pot van 24 miljoen gulden.

Maar het college wil niet graaien in een zak geld die er nog niet is. Daarom is het voornemens de faculteiten te korten ter wille van het onderhoud van de gebouwen. Zo'n ingreep behoort tot onze competentie, meent het college. 'Als u anders beslist, leggen we dat ter vernietiging voor aan de minister', dreigt collegevoorzitter Gevers.

Maar de universiteitsraad gaat over de begroting en houdt aanvankelijk zijn poot stijf. Uiteindelijk komen raad en college uit op een compromis: het college mag de vijftien faculteiten korten met 3,8 miljoen gulden en de rest moet ergens anders vandaan worden gehaald.

De - tamelijk vormelijke - discussie duurt nog geen drie kwartier, de hele vergadering wordt in zo'n vier uur afgewerkt. Er wordt een flink tempo aangehouden. 'Mogen we schorsen?', vraagt een raadslid. 'Hmmm, hoe lang dan? Oké, vijf minuten.'

'Gaat toch lekker zo', zegt docent in de wetenschapsdynamica Rob Hagendijk tevreden. Hij staat met de handen in de zakken het tafereel te bekijken. 'Jongen, die universiteitsraad loopt op rolletjes.' 'Tel maar op', voegt De Wolf, medicus, eraan toe: 'Er is geen incident geweest waarvan je ook maar zou kunnen zeggen: dat komt omdat de universiteitsraad het budgetrecht heeft. Integendeel. Het maant het college van bestuur dikwijls tot daden.'

Daadkracht is in de universitaire wereld tot een hoog ideaal verheven. De produktie van wetenschappelijke artikelen is de afgelopen tien jaar met 40 procent gestegen, terwijl de overheid per student hetzelfde percentage minder is gaan uitgeven. Ex-staatssecretaris voor hoger onderwijs Roel in 't Veld vergeleek de universiteit vorig jaar met een paard dat door het vaak op te jutten steeds beter presteert. Daarmee aangevend dat het een keer ophoudt, omdat men anders bezwijkt.

Ritzen zegt snel zaken te willen doen met het college van bestuur, en dat moet dan niet telkens bij de universiteitsraad hoeven aan te kloppen voor toestemming. In het bedrijfsleven hoeft een raad van bestuur toch ook niet voor elk wissewasje naar de ondernemingsraad? Nou dan.

'Het college van bestuur kan zaken doen met de minister, met het bedrijfsleven en met wie dan ook', zegt De Wolf. Raadsvoorzitter Oly gaat nog een stap verder. 'Als het college van bestuur stelt dat men het beter weet en zonder een medebesturend orgaan toekan, dan loopt men het risico dat het beleid niet langer door de universitaire gemeenschap wordt gedragen.' En dan zou wel eens het onheilsscenario van Simcity in werking kunnen treden.

De 54-jarige juriste Oly was er halverwege de jaren zestig al bij om de universiteiten te democratiseren. Als bestuurslid van de Nederlandse Studenten Raad in 1967 en als mede-auteur van de blauwe nota over het radenmodel van de Studentenvakbeweging stond ze aan de wieg van de universitaire democratie. Die kreeg haar beslag in de Wet Universitaire Bestuurshervorming van 1970 en de feitelijke oprichting van de universiteitsraad in 1971.

'We wilden wel democratie, maar we wisten in het geheel niet hoe we een universiteit moesten besturen', zegt Oly nu. 'We waren er tegen dat de professoren alles bedisselden in het college van curatoren en de senaat. We vonden het onrechtvaardig dat zij geen verantwoording aflegden. Dat is namelijk heel belangrijk, dat vind ik nog steeds. Bestuursorganen met macht moeten verantwoording afleggen, anders functioneert het niet', zegt de rechtsfilosofe. 'Gewoon, een systeem van checks and balances.'

Dat systeem was in Leiden vorig jaar even ontwricht, vond de toenmalige staatssecretaris van hoger onderwijs Job Cohen. In het drama rondom een nooit afgebouwd laboratorium, een zaak waarin het college van bestuur duidelijk faalde, zou de universiteitsraad te weinig hebben meebestuurd en te veel uit zijn geweest op het vinden van slachtoffers. Cohen ontnam de raad zijn belangrijkste bevoegdheden en gaf die aan een door hem ingestelde raad van toezicht. Dat is ook de bestuursstructuur waaraan Ritzen thans denkt.

'De universiteitsraad had juist al in 1990 gewaarschuwd dat het college van bestuur en de universiteitssecretaris te veel op afstand bestuurden', zegt de voorzitter van de Leidse universiteitsraad, prof. J. Mulder, chemicus in het dagelijks leven. 'Collegevoorzitter Oomen had al langer geen greep meer op het bestuurlijk proces', fluistert hij. 'Het moest eigenlijk wel een keer fout gaan.'

Nu de normale verhoudingen weer in Leiden lijken te zijn teruggekeerd, heeft minister Ritzen gevraagd of de tijd rijp is de universiteitsraad zijn bevoegdheden terug te geven. 'De tijd is rijp', zegt Mulder. Dat zou betekenen dat de raad van toezicht wordt bedankt voor bewezen diensten en mag vertrekken, maar het college van bestuur is het afgelopen jaar wel een tikkeltje gehecht geraakt aan deze instantie. En veel raadsleden evenzeer.

In een brief aan het universiteitsblad hebben de fractievoorzitters in de universiteitsraad geopperd de raad van toezicht te behouden. Deze zou de besluiten van college van bestuur en universiteitsraad nog eens tegen het licht moeten houden. Zo'n extra controle zal de kwaliteit van het bestuur ten goede komen, menen de fractievoorzitters.

De raad van toezicht in Leiden voelt daar weinig voor, omdat hij geen macht kan uitoefenen. Maar als algemeen bestuurlijk principe is het geen slecht idee. In het systeem van checks and balances gaat het erom dat ieder bestuurlijk orgaan dat macht heeft, verantwoording moet afleggen. Het college van bestuur, dat vrij veel macht heeft, doet dat aan de universiteitsraad, en die doet dat weer aan zijn kiezers.

Nu is op dat laatste wel wat aan te merken. De interesse van de universitaire bevolking voor de activiteiten van de universiteitsraad is zeer gering. Het opkomstpercentage bij de verkiezingen ligt tussen de 30 procent (studenten) en de 60 procent (wetenschappelijk personeel).

Als er echter een beetje campagne wordt gevoerd, blijkt de universiteitsraad de achterban toch wel in beweging te kunnen brengen. Een oproep van de raadsvoorzitter van de Universiteit Utrecht, Carla Kuijpers, aan professoren om zich ook beschikbaar te stellen, resulteerde in een universiteitsraad waarin 40 procent van de wetenschappers hoogleraar is.

Het lijkt er dan ook op dat minister Ritzen bezig is een oplossing aan te dragen voor een probleem dat nauwelijks bestaat. Maar wellicht zal de minister in de beste traditie van het universitaire bestuur een mooi compromis verzinnen: een universiteitsraad met begrotingsrecht èn een raad van toezicht zoals de Leidse universiteitsraad in gedachten heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden