Van poste restante naar skype en sms

Esther stortte zich in het avontuur met een paar dollar op zak en postadressen van thuis. Dertig jaar later gaat haar dochter pinnend en skypend de wereld rond.

WIL THIJSSEN

Ze schiet in de lach. Zelf was ze de rebel van de familie die veel en ver ging reizen, maar het vertrek vorig jaar van haar dochter die in Azië ging backpacken, vond ze 'bere-eng'. Esther Tromp (58), een 'oude hippie', zoals ze zelf zegt, regelde voor dochter Djoeah 'keurig' vervoer naar een 'fatsoenlijk' hotel op dag één van haar reis. Lachend: 'Je wilt als moeder zeker weten dat het niet metéén al misgaat.'

Toegegeven, het leeftijdsverschil was groot. Esther was 26 toen ze in de jaren '70 begon aan een reeks reizen door zuidoost-Azië. Om andere werelden te ontdekken. Omdat het avontuurlijk en betaalbaar was. Om nog niet te hoeven beslissen wat ze wilde. En omdat het, volgens haar vader, 'stoer' was.

Djoeah Schiebel (19) vertrok vorig jaar met twee vriendinnen naar Thailand, Vietnam, Cambodja en Maleisië, om precies dezelfde redenen als haar moeder destijds. Om zichzelf te ontwikkelen, dingen 'anders zien'. Om een studie nog even voor zich uit te kunnen schuiven. Omdat ze zelf besluiten wilde nemen en haar weg vinden in een land waarvan je de taal niet spreekt. En omdat Zuid-Amerika te duur was. Ze reisden allebei uitsluitend met lokaal vervoer, in bussen en treinen met kippen op de stoelen en geiten op het dak. Wildvreemden vielen tegen Esthers schouder in slaap, Djoeah sliep tussen sigarettepeuken op de vloer van een trein terwijl haar vriendin in het bagagerek lag, bij gebrek aan ruimte.

Verder is in dertig jaar tijd niets hetzelfde gebleven. Esther bracht in Sri Lanka ongestoord een bezoek aan Jaffna, dat nog niet werd geteisterd door burgeroorlog en aanslagen van militante Tamils. Ze vierde oudejaarsnacht op het Thaise eiland Koh Pha-Ngan, waar ze in het zompige land één hutje en een handjevol hippies trof, met wie ze feestte bij een kampvuur, met gitaarmuziek en cassettebandjes van Bruce Springsteen en Neil Young.

Djoeah bezocht op hetzelfde eiland vorig jaar een Full Moon Party, waar ze met 30 duizend andere rugzaktoeristen meestampte op de beats van een dj op het strand. Het eilandje is volgebouwd met winkels, bars en resorts, het is een van de meest bezochte toeristische plaatsen van Thailand geworden. 'Best leuk hoor, een feest met z'n dertigduizenden', vertelt ze. Esther was verbijsterd toen ze haar eiland op de foto's terugzag.

Zowel Djoeah als haar moeder hadden flink moeten werken en sparen om hun reizen te bekostigen, maar qua financieel gemak is er veel veranderd. Esther reisde destijds met dollars in een buidel en travellers cheques op zak, en hield dagelijks een kasboekje bij. Geld haalde ze door cheques te verzilveren in 'banken met onberekenbare openingstijden', waardoor de eigenaar van een logeeradres haar soms moest voorschieten. 'Maar dat kwam altijd wel goed.' Van de 3000 gulden die ze had gespaard betaalde ze al haar onkosten en kocht ze zich 'scheel aan prullaria'- boeddhabeeldjes, lappen, tassen, alles voor het interieur. Ze hield altijd geld over.

Djoeah spaarde 3000 euro voor drie maanden reizen over land, en nam zich voor wekelijks maximaal 250 euro te besteden om rond te komen. Zelfs in de meest afgelegen gebieden trof ze geldautomaten, en pinnen kan tegenwoordig bijna overal. Ze kocht vooral kleding, 'van die dingen die daar heel leuk lijken die die ik hier nooit zou aantrekken'. Omdat ze de eerste maand minder had uitgegeven, hield ze zich daarna niet meer zo strikt aan haar eigen budgettering. Uiteindelijk verliep haar Thaise visum, kreeg ze een boete en kwam ze 300 euro te kort. Ze belde haar moeder met de vraag of ze geld mocht lenen. Nog dezelfde dag stond het op haar rekening. 'De laatste dag had ik nog precies genoeg geld om wat te eten.'

Om geld vragen hoefde Esther nooit, 'het kwam niet eens bij me op'. Het kón trouwens ook niet; het thuisfront was alleen bereikbaar via luchtpost, 'met van die dunne, blauwe velletjes - ik heb ze nog'. Via poste restante kreeg ze soms brieven terug, waardoor ze enkele malen per week op het bewuste postkantoor moest vragen of er misschien een brief voor haar was gekomen. Bellen was een uitzondering. Eén, hooguit twee keer per reis belde ze om te vragen of thuis alles goed was, via een centrale 'met een krakend geluid en belachelijk hoge tarieven'.

Djoeah daarentegen belde en sms'te zich suf, met lokale simkaarten die overal te koop worden aangeboden. Ze sms'te met haar meereizende vriendinnen waar en hoe laat ze gingen slapen als niet iedereen dezelfde kant opging, ze skypete vanuit internetcafés met haar vriend in Nederland, mailde met haar ouders en hield dagelijks haar account op facebook bij. 'Ik heb geen moment heimwee gehad', zegt ze. 'Dat hoefde ook helemaal niet; via internet is iedereen altijd bereikbaar.'

Alle clichés zijn waar, constateert Djoeahs moeder. Over de wereld, die kleiner is geworden dankzij moderne communicatiemiddelen, over het reizen zelf, waar je wereldwijs van wordt, en dat het verslavend is; elke reis zet aan tot een volgende. En dat het afneemt zodra je kinderen krijgt, 'maar die nemen het dan weer van je over'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden