kunst nederlands stripmuseum

Van penseel naar kwast: dit gebeurt er als striptekenaars aan het schilderen slaan

Het melkmeisje van Hans Mader. Hans Mader vertelt over schilderijen in het stripmuseum in Groningen. Mader maakt zelf cartoons en schilderijen. Beeld Pauline Niks

Wat gebeurt er als tekenaars aan het schilderen slaan? Dat zie je in het Nederlands Stripmuseum, dat er zijn allerlaatste tentoonstelling aan wijdt. 

Een tekenaar denkt in lijnen, een schilder in vlakken. Stripmakers werken op de vierkante centimeter, kunstschilders draaien hun hand niet om voor een vierkante meter of meer. Werelden van verschil, en dus is het interessant om te zien wat tekenaars maken als ze aan het schilderen slaan. In Van penseel naar kwast, de allerlaatste tentoonstelling in het Stripmuseum in Groningen, zijn de probeersels bijeengebracht van grote namen uit de stripgeschiedenis: Hergé, Franquin, E.P. Jacobs, Jan Kruis en Peter Pontiac. 

Tikje macaber: alle exposanten die worden getoond in Van penseel naar kwast zijn dood, behalve cartoonist Hans Mader (62) uit Amsterdam. Mader schildert cartoons in acryl op doek. Tussen kanonnen als Hergé, Giraud, Toonder en Kresse is hij het buitenbeentje. Als tekenaar heeft hij één boek op zijn naam staan, Cartoons voor op de wc. Een tweede deel is in de maak. Mader werkt in het dagelijks leven als contactlensdeskundige bij Optilens in Amsterdam. Omdat hij de enige levende deelnemer aan de tentoonstelling is, leidt hij ons rond als gids.

Hans Mader Beeld Pauline Niks

1. Hergé: Germaine Kiekens et son petit chat 

Het duurste werk op de tentoonstelling is ongetwijfeld Germaine Kiekens et son petit chat uit 1936, een onbekend olieverfschilderij van Kuifje-schepper Hergé, waarop hij zijn toenmalige echtgenote heeft geportretteerd met zwarte kat. De beroemde klare lijn, de typische Hergé-stijl, is hier ver weg, want het doekje heeft een echte verftoets. Mader: ‘Ik zie hier een techniek die je nooit in zijn strips ziet: hij werkt met schaduwen en brengt diepte aan. Dat is iets wat zijn stripfiguurtjes juist níét hebben. In een andere context zou ik dit schilderij nooit hebben herkend als een Hergé.’

Germaine Kiekens et son petit chat. Beeld Pauline Niks

2. Calvo: Springend paard

La bête est morte is een beroemd stripboek van de Franse tekenaar Calvo uit 1944, een satirische weergave van de Tweede Wereldoorlog, met wolven als nazi’s, honden als Engelsen en bizons als Amerikanen. Calvo was een virtuoos en dat zie je ook aan het doek Springend paard, waarop een cowboy en zijn paard een dynamische salto maken in een verder nogal braaf landschapje. Mader: ‘De beweging van dat paard is heel mooi weergegeven en er zit humor in. Paard en cowboy zijn tekenachtig, terwijl de wolken daarachter juist schilderachtig zijn. Die vlek daaronder is mislukt; hij houdt het midden tussen een schaduw en een grijs stuk gras.’

Springend paard. Beeld Pauline Niks

3. Jean Dulieu: Straatje in Assisi

Jan van Oort was violist in het Concertgebouworkest, maar hij was bekender als Jean Dulieu, de schepper van Paulus de boskabouter. Toen hij van het tekenen kon leven, hing hij zijn viool aan de wilgen. Dulieu ging graag naar Assisi om te schilderen. ‘Geweldig, echt prachtig’, vindt Mader, die zelf soortgelijke tafereeltjes heeft geschilderd in Griekenland. Hij kon het dan niet laten er een cartoonachtig mannetje in de tekenen. ‘Dat heeft Dulieu gelukkig niet gedaan. Zijn doek is mooi geconstrueerd. Het laat een totaal andere kant van de kunstenaar zien.’

Straatje in Assisi. Beeld Pauline Niks

4. Ben van Voorn: De wereld gaat aan vlijt ten onder

Gevraagd naar zijn favoriet op de tentoonstelling, loopt Mader meteen naar een grote blauwe aquarel van Ben van Voorn, getiteld De wereld gaat aan vlijt ten onder uit 1984. Van Voorn tekende vroeger onder meer achtergronden voor de Bommel-tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel. Mader vindt de aquarel schitterend en staat er met zijn neus bovenop: ‘Je ontdekt er telkens iets anders in. Hier zie ik opeens een kikker en kijk, onderaan, die figuren in dat ei: waarschijnlijk heeft Jeroen Bosch als inspiratie gediend.’

De wereld gaat aan vlijt ten onder. Beeld Pauline Niks

5. Peter Pontiac: Infanticide

Van penseel naar kwast hangt in de Pontiac-zaal van het Stripmuseum. Toepasselijk dus dat Infanticide van Peter Pontiac uit 1996 het grootste doek is, een pastiche op De kindermoord van Cornelis van Haarlem uit het Frans Halsmuseum. Pontiac verving de originele, bijbelse scène door moderne vormen van kindermishandeling. Michael Jackson staat erop, vanwege zijn dubieuze vriendschappen met jongetjes, Hennie Huisman van de Mini-playbackshow en talloze anderen, want de werken van Pontiac zijn altijd zoekplaatjes.

Infanticide. Beeld Pauline Niks

Nederlands Stripmuseum

Het Nederlands Stripmuseum in Groningen werd geopend in 2004. Beleggingsmaatschappij Libéma heeft het museum tien jaar geëxploiteerd, maar trok zich een paar jaar geleden terug en gaat het pand verkopen. Omdat de stichting die het museum runt zelf geen geld heeft, moet het museum in maart dicht. In een veel kleinere opzet gaat het onder de naam Storyworld verder in het Groninger Forum, dat eind 2019 opent aan de Grote Markt. De stripcollecties die het museum in de loop der jaren heeft verzameld, opgeborgen in 1.300 mappen, gaan naar de Groninger Archieven. Het Stripmuseum ontving in 2018 ongeveer 18 duizend bezoekers.

Van penseel naar kwast is te zien t/m 2/3. Nederlands Stripmuseum, Groningen.

Stripmusea elders in Europa

Brussel
Met 232.167 bezoekers oftewel een stijging van 14% werd 2018 het beste jaar ooit voor het Stripmuseum Brussel, dat is gevestigd in een fraai gebouw van Jugendstil-architect Horta. Het museum kon deze opsteker wel gebruiken, want door de terroristische aanslagen in de wijk Molenbeek van een paar jaar terug, was het bezoekersaantal met 30% gedaald. In datzelfde Molenbeek vind je nu trouwens een museum dat ook veel strips en aanverwante kunstvormen brengt: het Millennium Iconoclast Museum of Art oftewel MIMA. Aanrader!

Angoulême
Eind januari vond in Angoulême de 46ste editie plaats van het Festival International de la bande dessinée, dat zich met 200.000 bezoekers het grootste stripfestival ter wereld mag noemen. In deze stad staat ook het Franse nationale stripmuseum, dat 1.720 m² aan expositieruimte ter beschikking heeft. Hier is nu een tentoonstelling te zien over uitgeverij Futuropolis, die zich vanaf 1972 sterk maakte voor de artistieke (Franse) strip.

Hannover
In Staatspark Georgengarten te Hannover staat het vroegere Wallmoden-Schlösschen uit 1780. Dit elegante gebouw herbergt het Wilhelm Busch Museum für Karikatur und Zeichenkunst. En Wilhelm Busch was natuurlijk de geestelijker vader van Max und Moritz, wie kent ze niet? Tot 2 februari zijn hier geschilderde cartoons te zien van Bernd Pfarr, onder de titel ‘Die wilde Schönheit der Auslegeware’, oftewel de woeste pracht van vloerbedekking. In 2017 ontving het stripmuseum 63.000 bezoekers.

Kopenhagen
Het Deense stripmuseum heet het ‘Storm P. Museet’ en is genoemd naar de schilder, satiricus en stripmaker Storm P. (1882-1949), van wie het 30.000 tekeningen bezit. Je vindt het museum in de wijk Frederiksberg, waar het is gehuisvest in Kopenhagens oude politiebureau uit 1880. Per jaar komen hier ca. 20.000 bezoekers.

Basel
Het Cartoonmuseum Basel in Zwitserland noemt zich ernstig een ‘Kompetenzzentrum’, gewijd aan de kunst van het ‘narratieve tekenen’. Onder de bezielde leiding van directeur Anette Gehrig worden er zorgvuldige en wetenschappelijk verantwoorde tentoonstellingen gemaakt, zoals ‘Le Monde de Tardi’, die hier nog tot eind maart is te zien. In 2017 trok het museum 23.241 bezoekers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.