Van Paradiso tot het Incubate Festival: 'een week vol oude en nieuwe helden'

Gijsbert Kamer zag afgelopen week oude én nieuwe helden optreden, onder meer op het Incubate Festival in Tilburg. 'Iedere piano had zijn eigen buddy'.

Fans voor de deur van Paradiso.

Afgelopen week heb ik diverse oude helden aan het werk gezien. Woensdag en donderdag speelden The Specials in Paradiso. Al sinds januari had ik me op die optredens verheugd. Ik was 16 toen Madness en The Specials hun eerste plaat uitbrachten, precies de juiste leeftijd om me volledig over te geven aan de ska/2-Tone muziek die toen de dansvloer opvrolijkte.

De platen The Specials (1979) en More Specials hebben me eigenlijk nooit losgelaten, Gangsters en A Message To You Rudy zaten decennia lang standaard in mijn dj-repertoire, Ghost Town, de zwanenzang uit 1981 reken ik nog altijd tot de beste Britse popsingles ooit (en vergeet vooral die prachtige b-kant Friday Night, Saturday Morning niet), en dankzij Amy Winehouse werd een nieuw publiek vertrouwd gemaakt met het sterke van More Specials afkomstige Hey, Little Rich Girl.

Ik zag The Specials een keer in 1980, samen met Madness en Raymond van het Groenewoud in de Amsterdamse Edenhal, en herinner me zanger Terry Hall die zijn uiterste best deed het publiek van het podium te houden met de woorden: 'watch out the stage is collapsing.'

Heel blij was ik drie jaar geleden met de berichten over een reünie, al haakte ik weer af toen duidelijk werd dat het creatieve brein van de band toetsenist Jerry Dammers niet meedeed. Goed, ik ging twee jaar geleden toch maar naar Londen om de Specials te zien, want het ging me toch vooral over die unieke stem van Terry Hall, en die deed wel mee. Prachtavond, alle liedjes klonken geweldig, Hall leek me niet al te best gehumeurd maar zijn stem klonk precies zo krachtig als ik gehoopt had.

Allerbelabbertst
Het optreden op Lowlands vorig jaar heb ik door andere werkzaamheden moeten missen, maar de tv beelden waren overtuigend. Erg veel zin in vorige week dus, al maanden lang. En het was goed, heel goed zelfs. Precies het feestje waarop ik hoopte. Alleen viel me nu pas echt op hoe vreugdeloos Terry Hall erbij stond, en vooral hoe weinig krachtig hij klonk. De Paradiso shows waren de eerste try-outs voor wat hun laatste UK tour zal zijn. De band heeft er erg veel zin in en wordt bij elkaar gehouden door de sublieme ritmesectie. Maar hoe moet dat de komende maand met Terry?

Woensdag deed hij allerbelabbertst Ghost Town in de toegift, donderdag kwam hij niet eens mee met de band, die in plaats van Ghost Town maar het instrumentale Guns Of Navarone inzette. Ik begreep later dat Hall op dat moment uit woede dan wel frustratie van alles door de kleedkamer aan het gooien was.

Schandalig
Jammer, al was ik geloof ik de enige die met enige teleurstelling Paradiso verliet. Het was echt feest, twee avonden lang. Al vond ik het publiek de eerste avond beter, door een kleiner aantal dronken Britten, en vind ik het nog altijd schandalig hoe bot het publiek donderdagavond de zaal uit werd geveegd. Veel 40-plussers hadden elkaar jaren niet meer gezien en wilden net als een dag eerder best nog even blijven hangen. Daar had Paradiso geen boodschap aan. Hup de zaal uit, het podium moet snel leeg om de zaal weer vol te laten lopen met nieuw publiek voor de Noodlanding (studentenvleesmarkt).

Drummond
Jammer; en op naar een volgende held: Bill Drummond. Zo lang als ik me voor popmuziek interesseer duikt zijn naam op. Hij was manager van een van mijn eerste lievelingsbands, Echo And The Bunnymen, en speelde een belangrijke rol binnen de postpunk van Liverpool.

Eind jaren tachtig maakte hij die krankjorume, hiphopplaat 1987 (What The Fuck Is Going On) en liep hij op the ambienthouse van The Orb vooruit met het Chill Out album. Dat was als The KLF (samen met Jimmy Cauty), waarmee hij nog drie enorme techno-rave hits scoorde. Stadion House noemden ze dat zelf.

Hilarisch
In 1992 nam The KLF echter afscheid van de popmuziek. Hilarisch was hun optreden met Extreme Noise Terror tijdens de Brit Awards dat jaar. Merkwaardig was de mededeling later dat The KLF niet alleen geen muziek meer zou maken, maar dat hun complete back-catalogue zou komen te vervallen.

Drummond kwam vervolgens met zijn K-Foundation in het nieuws met acties als het verbranden van een miljoen pond en uitreiken van een prijs aan de 'slechtste kunstenaar van het jaar'. Geestig maar altijd met een zekere ernst, waren ook zijn boeken als 45 en 17 uit 2000 en 2008. Hierin legt hij uit hoe zijn leven als muziekliefhebber eerst werd gekleurd door de Beatles en hoe hij bij toeval in de muziekindustrie verzeild was geraakt.

Ik vind 17 een van de allerbeste boeken van de laatste tien jaar over de popcultuur. In een paar alinea's kan Drummond bijvoorbeeld uitleggen waarom The Beatles zo groot waren, maar ook waarom hij op een bepaald moment genoeg had van popmuziek.

Hij kwam in 2005 met het initiatief van de No Music Day, op 21 november ieder jaar, om mensen het bijzondere, exclusieve, van muziek te doen inzien. Prikkelend, en hij zou nog verder gaan. Alle opgenomen muziek, moest ook maar verdwijnen. Muziek moest weer terug naar hoe het begon. Tijd, plaats en gelegenheid waren ooit bepalende factoren van een uitvoering. Drummond wilde terug naar die tijd.

Natuurlijk weet hij ook wel dat die 'recorded music' nooit zal verdwijnen, maar hij doet zijn best iedereen te laten geloven dat we best zonder kunnen. Zeker nu hij het koor The17 in het leven heeft geroepen.

Het was in Tilburg waar op het Incubate Festival vrijdag The17 voor het eerst in Nederland presenteerde. Ik had vorige maand het genoegen hem erover in Londen te spreken en hij vertelde toen al hoe hij met zelfbedachte 'scores' overal ter wereld mensen voor zijn koor wist te mobiliseren. Alleen wist ik niet hoe het zou klinken, want van geen van de voorstellingen waren opnamen gemaakt.

Zangaanwijzingen
Na een geestige en toch ernstige inleiding waar in Drummond toegaf dat het geluid van zijn diesel op een bepaald moment meer voor hem betekende dan alle muziek die hij kende, kreeg de hele zaal zangaanwijzingen.

Geen ritme, geen melodie en geen teksten. Dat zijn voor The17 de regels. De zaal werd verdeeld in twee helften die elk een noot moesten zingen. Inhouden, en loslaten, op aanwijzing van de dirigent. Het werkte, iedereen deed breed glimlachend mee. Maar ik denk niet dat iemand nu net als Drummond al zijn platen, cd's en mp3's het huis uit doet.

Maar Drummonds aanwezigheid was perfect voor Incubate, het aan 'independent culture' gewijde festival dat de hele vorige week in Tilburg gehouden werd. Ik werd bij aankomst vrijdag meteen al heel vrolijk van de her en der door de stad opgestelde piano's. 'Play Me I'm Yours' heet het door Luke Jerram bedachte concept. Het had door Bill Drummond bedacht kunnen zijn. Een kleine honderd piano's door de stad verspreid, waarop door iedereen mocht worden gespeeld. Het was echt leuk om door de stad te wandelen en vanuit de verte weer iemand te horen spelen. Zondag regende het hard en waren de instrumenten zorgvuldig door plastic afgedekt, want iedere piano had zijn eigen buddy.

Zondag zou een derde held van mij optreden: Mark E. Smith met zijn band The Fall. Ik hou van zijn vaak onverstaanbare, snijdende rants. Ik ben The Fall sinds midden jaren negentig een beetje uit het oog verloren, maar heb tientallen platen van The Fall, die veel voor me betekenen. Hun laatste Your Future, Our Clutter kan zich wat mij betreft meten met hun beste werk uit de vroege jaren tachtig.

Vaak is The Fall niet meer in Nederland geweest, dus dat ze zondag Incubate kwamen afsluiten was bijzonder. De grote zaal van 013 was redelijk gevuld, en ik vond Mark E. Smith goed op dreef. Wat nieuw werk, wat liedjes van hun laatste plaat, een cover van The Sonics, en een Smith die zijn furieus klinkende woordenstroom een paar keer onderbrak om nog wat aan de geluidsmix te doen. Ik heb hem wel eens minder betrokken gezien.

Een keer of twintig denk ik dat ik The Fall gezien heb, en dit was een van de betere sets van de laatste jaren. Hij heeft echt een goede band bij zich die lekker dreinend doordendert. Om me heen hoorde ik wel wat gemopper: geen hits, maar dat doet The Fall nooit. Altijd legt Smith de nadruk op recent materiaal, nostalgie zul je hem nooit op kunnen betrappen. Van LCD Soundsystem tot Pavement zijn bands schatplichtig aan The Fall geweest, en ik zal als de gelegenheid zich voordoet altijd weer opnieuw gaan kijken.

Maar de grootste muzikale verrassing deze week, kwam van een voor mij nieuwe band, Rats On Rafts. Uit Rotterdam. Ze speelden om kwart voor acht zondagavond in Kafee 't Buitenbeentje, en ik was gelijk onder de indruk. Jonge jongens nog, met kapsels uit circa 1981, en nog beter voor mij, ook muziek die zo dertig jaar geleden gemaakt had kunnen worden. Postpunk in de sfeer van de eerste Cure elpee, met een beetje galm van Echo & The Bunnymen en The Chameleons erover heen en heerlijk krassende funky gitaren van Talking Heads.

Ja, grote namen, maar ik moeste er echt aan denken in die kleine, volle kroeg. Spannende muziek van de eerste tot de laatste minuut. En hun album dat volgende week moet gaan uitkomen, blijkt muzikaal nog afwisselender. Ik kocht voor 3 euro het singletje The Moneyman, dat ik nu al koester alsof het een nieuw singletje van The Fall is. Van Rats On Rafts gaan we nog veel horen. Voor mij was het de revelatie van de week.

Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden