Van oorlog bezeten

Het Belgische stadje Ieper herdenkt nog dagelijks de in de Westhoek gevallen zeshonderdduizend slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Antoon Verschoot (81) blaast om de week de Last Post....

Hij blies op zijn klaroen de militaire afscheidsgroet Last Post met als toehoorders popster Bob Geldoff, de hertog van Edinburgh, paus Johannes Paulus II en George Bush senior; deze week nog maakte een van de dochters van Mahatma Ghandi haar opwachting bij de ceremonie. En volgend jaar komt misschien Prins Charles, zo heeft Antoon Verschoot (81) uit goede bron vernomen.

Maar veruit de meeste indruk op hem maakte de komst van Moeder Theresa naar het dagelijkse eerbetoon onder de Menenpoort in Ieper. ‘Zo klein, zo tenger, maar wát een persoonlijkheid! Je weet toch dat ze de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen en zalig is verklaard?’

Sinds 1928 schalt elke avond om klokslag acht uur in Ieper de Last Post uit de klaroenen van leden van de vrijwillige brandweer. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het ritueel onderbroken, vertelt Antoon Verschoot. Zelf blaast de voormalig kleermaker en gepensioneerd medewerker van de christelijke ziekenkas al 51 jaar mee. Weer of geen weer, of er nu anderhalve man en een paardekop staan of drieduizend toehoorders, zoals op 11 november, Wapenstilstanddag.

Volgens het rooster blaast Verschoon om de week zeven dagen lang, in de praktijk draaft hij in de rustweek ook een keer of drie op. Een van de andere blazers bouwt zelf aan een huis, de anderen hebben het druk met hun baan. ‘En dan bellen ze mij.’ Geen probleem. Zelfs als hij vroeger met zijn vrouw en hun drie dochters twee weken op vakantie ging naar de kust, reed Antoon Verschoot ’s avonds even naar huis voor de plechtigheid.

Trouw wordt beloond: op zijn brandweeruniform blinken vijf medailles, waaronder die van Ridder van de Belgische Kroonorde, de Member of the British Empire en de Order of Australia. ‘Ik heb er nog meer, dit zijn de belangrijkste.’

De Last Post in Ieper is een eerbetoon aan de ruim 55 duizend gevallen soldaten, vooral Britten. Hun namen staan in steen gebeiteld in de Menenpoort. Ze zijn tussen 1914 en 1918 gesneuveld in de loopgraven rond de stad, maar nooit teruggevonden. De poort uit 1927, betaald en onderhouden door de Britse War Graves Commission, is als een langgerekte hal aan de rand van het historische centrum.

De ‘Groote Oorlog’ had de stad met al zijn monumenten zo ongeveer met de grond gelijkgemaakt. De verwoestingen begonnen met de Eerste Slag om Ieper, waar deze dagen weer bij wordt stilgestaan, van 20 oktober tot 22 november 1914. De ‘lieflijke landstreek was ineens van oorlog bezeten’, schreef de Britse officier Edmund Blunden (1896-1974) in zijn memoires.

In die gewelddadige maand werd het laatste stukje westelijk front waar nog op open veld werd gestreden, ook een loopgravenoorlog. De Duitse soldaten verschansten zich op de hoger gelegen delen, de Britse soldaten waren strategisch minder gunstig ingegraven. De Ieperboog, voor de Britten de Ypres Sailient, was een feit. Op 22 november 1914 werden de kathedraal en de Lakenhal vernietigd. Vier jaar later en zeshonderdduizend doden verder, zou de regio Westhoek op een onbewoonbaar maanlandschap lijken.

Toen Antoon Verschoot werd geboren, zeven jaar na de ‘Groote Oorlog’, lag de hele stad nog in puin. Toch koestert hij mooie herinneringen aan zijn jeugd. ‘Geen stress, geen vandalisme, geen graffiti* we rolschaatsten tussen de ruïnes.’

Anno 2006 herbergt het historische centrum weer alle klassieke ingrediënten van een Vlaamse middeleeuwse stad: de kathedraal, de imposante Lakenhal met zijn kolossaal Belfort, een Grote Markt met trapgevels en terrassen die half oktober nog volop klandizie trekken dankzij de uitbundige zon. Bijna alles was al herbouwd voor de Tweede Wereldoorlog, waar Ieper heel wat minder schade aan overhield. De Lakenhal was in 1967 klaar.

Als Winston Churchill zijn zin had gekregen, zou de stad nog steeds in puin liggen. De Britse staatsman, die in het voorjaar van 1916 een Schots bataljon had aangevoerd in het naburige Ploegsteert, stelde dat in 1919 voor als kersvers minister van Oorlog. ‘Ik zou heel graag heel Ieper als ruïne willen verwerven’, zei hij tot de War Graves Commission. ‘Voor het Britse volk bestaat er nergens ter wereld een plaats die heiliger is.’

Er zijn diverse scenario’s denkbaar voor de wederopbouw van de verwoeste steden. Rotterdam groeide na de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog uit tot een moderne stad met hoogbouw. Het Britse Coventry bouwde een gloednieuwe kathedraal, de Herrijzeniskerk, naast het puin van het oude godshuis. Het in 1944 platgebrande en uitgemoorde Zuid-Franse dorpje Oradour-sur-Glane ligt nog steeds in puin als monument. Zo wilde Charles De Gaulle het.

‘Maar Ieper koos een vierde scenario: de totale heropbouw als symbool van veerkracht’, zegt Piet Chielens, coördinator van het in 1998 geopende In Flanders Fields Museum in de Lakenhal. ‘Alle sporen van de oorlog zijn hier gewist. De stad is het symbool van leven te midden van velden van dood. Pas buiten het historische hart vind je honderden begraafplaatsen, monumenten en andere relicten. In de stad keerden we terug naar de tijd van voor 1914.’

Deze stad is schuldig, zong Bram Vermeulen kritisch in 1999:

‘Deze stad heeft niets gedaan

Hij werd gebouwd om te bewij-

zen

Dat er niets gebeurde hier

Dat elke leugen blijft bestaan.’

Maar Ieper hééft zijn verleden niet vergeten. Al was het maar vanwege de Last Post, 365 avonden per jaar aan de Menenpoort. Maar wat heeft die ceremonie nog voor betekenis, bijna negentig jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog?

‘Het ritueel wordt leger, want niemand kan zich nog persoonlijk de oorlog herinneren’, beaamt Chielens. ‘Maar hoe leger het wordt, hoe beter het is. Iedereen kan er nu zijn eigen overpeinzingen bij hebben. Je kunt de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog herdenken, je kunt denken aan de doden van álle oorlogen. Of je kunt stilstaan bij de doden in Irak.’

Natuurlijk komt er ook publiek voor wie de Last Post toeristische folklore is; een verzetje voor of na het diner. En soms zijn de scholieren op excursie moeilijk tot stilte te manen, of wordt er na afloop enigszins ongepast geapplaudisseerd. Maar uiteindelijk, zegt klaroenspeler Antoon Verschoot, is toch iedereen onder de indruk. Van de immense poort, van de akoestiek, van de panelen van 55 duizend slachtoffers. ‘Al die mensen, elke avond weer, dat is toch formidabel? Dat grenst voor mij aan het ongelofelijke.’

Dinsdagavond in Ieper. Na de Last Post wordt een moment stilte in acht genomen. Dan leggen scholieren van twee Britse scholen een krans; 23 Nederlandse militairen, in camouflagepak en met groene baret, geven een eregroet.

‘We zijn een specialistenpeloton met juristen, artsen, fysiotherapeuten’, zegt Ivanca Maas, zelf bij de KMA in Breda in opleiding voor de rang van tweede luitenant. ‘Na een week op oefening in de Ardennen, hebben we vandaag een historische rondleiding in en om Ieper gehad. Zo’n excursie, met als afsluiting de Last Post, is bijzonder indrukwekkend.’

Meteen na de ceremonie herneemt het dagelijkse leven zijn normale gang. De toeristen keren terug naar de cafés en de restaurants op de Grote Markt, en Antoon Verschoot neemt als altijd een glas Hommelbier in café-restaurant Old Tom.

‘De stad lééft van het loopgraventoerisme, pas op hè! De horeca profiteert ervan; en heb je de rijen gezien bij de pralinewinkels? Honderden kilo’s chocolade verkopen ze! Schaf de Last Post af, en die winkels kunnen allemaal hun deuren sluiten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden