Van onze verslaggever aan het front

'Een soort vakantie' zo herinnerden Duitse soldaten een halve eeuw na de Tweede Wereldoorlog hun verblijf in de bezette gebieden in West-Europa....

Hoe groot de ellende in het oosten eigenlijk was en hoe zwaar ook de bevolking in die landen heeft gelden, is tot de rest van Europa eigenlijk nooit echt doorgedrongen, zelfs niet na de bevrijding. De politiek van de nationaal-socialisten bleek wat dat betreft bijzonder effectief: de krantenberichten, radioreportages, bioscoopjournaals en nieuwsfoto's presenteerden een geregisseerde werkelijkheid en vooral de beelden lijken zich meer dan velen zich realiseerden te hebben vastgezet in het hoofd van de toeschouwers.

Om de nieuwsvoorziening te verbeteren en dienstbaar te maken aan het nationaal-socialisme, had propagandaminister Joseph Goebbels al in de jaren dertig speciale legereenheden gevormd, die met pen, penseel, foto en film verslag zouden moeten doen van komende veldslagen en tegelijk de vijand met pamfletten, vlugschriften en geluidsinstallaties zouden bestoken. De leden van zo'n Propagandakompanie kregen een militaire training en trokken daarna met de gewone soldaten op, naar de fronten in Europa en Noord-Afrika.

Op het hoogtepunt van de oorlog, begin 1943, omvatten deze bijzondere legereenheden niet minder dan 15 duizend man een hele divisie. En dat was nog niet alles. De SS hadden begin 1940 een eigen nieuws-en propagandadienst in het leven geroepen, de SS-Kriegsberichterkompanie, die in speciale pelotons met de SS-troepen meetrokken.

Onder de SS-verslaggevers bevonden zich tientallen Nederlanders. Een klein aantal van hen maakte deel uit van de SS-Panzerdivision Wiking, een internationaal elitekorps dat eind 1940 was opgericht met het doel de Groot-Germaansche idealen te bevorderen. Onder deze Waffen-SS-bevonden zich de meest 'zuivere' nationaal-socialisten die Nederland telde, zoals blijkt uit de deze week verschenen studie van de onderzoeksjournalist Gerard Groeneveld over Nederlandse SS-oorlogsverslaggevers.

De grote toevloed van vrijwilligers volgde na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie, zomer 1941. Duizenden Nederlanders gaven gehoor aan de oproep om 'Europa te redden' uit de klauwen van het 'verdierlijkte bolsjewisme' en toe te treden tot het net opgerichte Vrijwilligerslegioen Nederland. Met deze soldaten trokken de schrijvers, tekenaars, filmers en fotografen naar het front bij Leningrad, op enige afstand gevolgd door een (voor die tijd) uitstekend geipeerde radiowagen.

Het is niet gemakkelijk te zeggen hoe groot het effect van het werk van die schare oorlogsverslaggevers is geweest. Uit Groenevelds studie blijkt dat de opbrengst nogal varieerde. Fotografen en filmers oogstten het meeste succes, zeker in vergelijking met de schrijvende verslaggevers, die vaak nauwelijks aandacht kregen buiten de nazistische partijbladen.

Het beeld dat de lezers en kijkers in de PK-berichten voorgeschoteld kregen, stond ver af van de harde werkelijkheid van het front. Er werd wel verslag gedaan van de zware strijd, maar de toon van die verslagen was bijna abstract. Dat hing samen met de opdracht die de verslaggevers hadden gekregen: aan de ene kant mochten ze de stemming onder de bevolking niet ondermijnen door 'negatieve' berichten, aan de andere kant moesten ze 'realistisch' werken om hun geloofwaardigheid te behouden.

Wat de Hollandse Kriegsberichter nu werkelijk vonden, blijkt uit de dagboeken, brieven, privlbums, naoorlogse verhoren en andere bronnen, waaruit Groeneveld in zijn boek rijkelijk citeert. Ook heeft hij een aantal van de betrokken SS'ers geerviewd. Dat levert bonte en fascinerendeportretten op, van soldaten die ondanks alles hun Groot-Germaanse idealen bleven koesteren, maar ook van verslaggevers die zich na enige tijd aan het front van het hele gebeuren afkeerden.

Zo is het boek ook opgezet. Uit de algemene beschrijving van de Duitse en Nederlandse organisaties en hun werkwijze, ontwikkelen zich geleidelijk de persoonlijke levensgeschiedenissen van de oorlogsverslaggevers. Daaronder bevonden zich politieke randfiguren en maatschappelijk teleurgestelden, maar ook overtuigde idealisten als de dichter George Kettmann, sportverslaggever Anton van Breugel en diens eigenwijze collega Willem Sassen, die na de oorlog naar Argentiniist te ontkomen, bevriend raakte met Eichmann en nog zou tolken voor prins Bernhard en Evita PerOok een aantal opvallende namen ontbreekt niet, zoals Hakkie Holdert, de zoon van de eigenaar van De Telegraaf, Willem Kuyper, de kleinzoon van de antirevolutionaire voorman, en de latere Story-redacteur Joop Pollmann.

Kriegsberichter levert niet alleen een bijdrage aan de geschiedschrijving van de politieke collaboratie, maar ook aan die van de Nederlandse journalistiek. De vele afbeeldingen en vooral de bijgeleverde cd met oude radio-opnamen zorgen daarbij voor enige sfeer. Groenevelds studie is evenwel om nog een andere reden belangrijk. Er blijkt precies uit op welke manier de nationaalsocialisten het beeld van de oorlog probeerden naar hun hand te zetten. Pas de laatste jaren is geleidelijk duidelijk geworden dat zij daarin inderdaad voor een deel zijn geslaagd. Met name de foto-en filmbeelden die door de SSverslaggevers zijn gemaakt, blijken na de oorlog overal opnieuw te zijn gebruikt.

Dat gebeurt niet alleen uit onwetendheid, en omdat er vaak geen andere afbeeldingen voorhanden zijn, maar ook omdat we ons nog altijd niet hebben ontdaan van de gedachte dat fotoen filmbeelden realistischer zijn. Kriegsberichter levert een belangrijke bijdrage aan de ontrafeling van die gevaarlijke en springlevende illusie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden