Van onze hoge moraal kunnen onze ouders nog heel wat leren

Het huidige debat over het morele verval is een klassiek voorbeeld van onze neiging het verleden te idealiseren. Dat mensen zich minder aan normen en waarden gelegen zouden laten liggen dan vroeger, is volgens Martin Jacques een mythe....

MARTIN JACQUES

ENKELE JAREN geleden werd mij gevraagd om een artikel te schrijven over het geringe politieke engagement van de tegenwoordige generatie studenten in vergelijking met die van de jaren zestig. Ik kwam tot de conclusie dat deze stelling in haar algemeenheid niet klopte.

Sommige van mijn generatiegenoten mogen dan fel hebben geprotesteerd tegen de oorlog in Vietnam, zich fanatiek hebben ingezet voor meer inspraak op de universiteiten, en in de ban zijn geweest van exotische revolutionaire leuzen, maar op het gebied van het milieu, de rechten van dieren, seksualiteit en de verhoudingen tussen man en vrouw - thema's waar de huidige generatie haar engagement op richt - waren we hopeloos reactionair. De jaren zestig worden door velen gezien als een in alle opzichten fantastische tijd, maar dat waren ze beslist niet.

We hebben de neiging om bepaalde tijdperken te idealiseren, maar vaak is dat slechts gebaseerd op nostalgie en slordig denken. Het huidige debat over het morele verval van onze samenleving is daarvan een klassiek voorbeeld. Algemeen wordt aangenomen dat de mensen zich minder aan normen en waarden gelegen laten liggen dan vroeger. Dat is een mythe.

In de jaren zestig bekommerden wij, vernieuwingsgezinde studenten, ons geen seconde over de verhouding tussen de seksen, homo's noemden we 'mietjes', mensen van andere rassen bestonden voor ons nauwelijks en van het milieu hadden we nog nooit gehoord.

Wat er nu in Groot-Brittannië wordt beweerd over het morele verval, laat zich ongeveer zo samenvatten. We - en met name de jeugd - kennen het verschil tussen goed en kwaad niet meer. Toch is moraal in wezen iets heel simpels. Kinderen moet gewoon een aantal basisregels worden bijgebracht in de trant van de Tien Geboden; bij voorkeur goedschiks, maar als het moet, rammen we het er met het rietje in.

Vergeten wordt echter dat in een samenleving waarin gezag en hiërarchische structuren sterk aan vanzelfsprekendheid inboeten, moraal niet langer meer een kwestie is van een paar eenvoudige regels die van hogerhand kunnen worden opgelegd. En dat kan als een positieve ontwikkeling worden beschouwd.

In tegenstelling tot wat vele verontruste stemmen beweren, is ons ethisch bewustzijn groter dan het ooit geweest is. De gedragsregels van vroeger golden slechts een beperkt aantal aspecten van het leven, en bovendien werd men geacht ze kritiekloos na te volgen.

In luttele decennia is de morele agenda ingrijpend gewijzigd. Denk alleen maar aan de veranderingen in de man-vrouwverhoudingen - de grootste sociale revolutie van deze tijd - of aan de bredere acceptatie van homoseksualiteit.

Wat wordt gezien als een verval van normen en waarden, is in werkelijkheid een gewijzigd moreel klimaat waarin juist veel minder wordt geaccepteerd dan vroeger.

Tegenwoordig bestaat er tegen bijna iedere vorm van discriminatie wel een vereniging of actiegroep. Deze maken ons bewust van onze vooroordelen en dwingen ons na te denken over de wijze waarop mensen met elkaar dienen om te gaan.

Wat wel en niet door de beugel kan, is iets wat ons voortdurend bezighoudt. Het ene grote morele debat is nog niet afgelopen of het andere dient zich alweer aan. Logisch, want zodra moraal niet meer een kwestie is van een paar basisregels die de mensen worden opgelegd door politici en kerkelijk leiders, moet er in de maatschappij telkens opnieuw worden gediscussieerd over wat wel en niet kan.

Daarbij gaat het er vaak chaotisch en weinig verheffend aan toe, maar democratisch is het wel. Als we nog altijd de politici en de geestelijken naar de ogen zouden kijken, was het met onze ideeën over homoseksualiteit en vrouwenemancipatie waarschijnlijk nog even bar gesteld als in de jaren vijftig.

Illustratief voor de nieuwe moraal is de affaire rond de voetballer Paul Gascoigne, die zijn vrouw in elkaar heeft geslagen. Nog maar tien jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat zoiets als een grond werd gezien om een speler niet op te stellen in het Engelse elftal, dat bastion van onversneden machismo.

Vroeger zou de kwestie met de mantel der liefde zijn bedekt en afgedaan als een privézaak. Dat 'Gazza' heeft verklaard zich te kunnen voorstellen waarom vrouwen actie voerden tegen zijn selectie, is een teken dat zich een heuse culturele aardverschuiving heeft voorgedaan.

Waar komt dan alle paniek over dat vermeende morele verval vandaan? Naar mijn idee worden er twee verschillende publieke debatten over de moraal gevoerd. Een officieus debat, aansluitend bij het leven van alledag, dat wordt geëntameerd in soaps en in vrouwenbladen en wordt voortgezet in de huiskamer, in het café en op kantoor.

Het andere, officiële debat wordt aangezwengeld vanuit de regering en het parlement, en is zelden meer dan een oproep tot het herstel van oude waarden, iets wat niet verwonderlijk is als we weten in welke verkalkte subcultuur de meeste politici leven.

Het feit dat onze politieke leiders niet in staat zijn om ons een optimistischer of zelfs maar genuanceerder verhaal te vertellen, heeft ook een diepere oorzaak. In tijden van snelle veranderingen - mondialisering, recessie, werkloosheid - bestaat er een grote behoefte aan zekerheid en continuïteit. Teruggrijpen op traditionele waarden is een logische en verklaarbare reactie op de risk society, waarin alles voortdurend in beweging is en niets meer vaststaat.

Dit verklaart het bizarre fenomeen dat politici steeds vaker het herstel van de autoritaire samenleving bepleiten, een terugkeer naar de tijd - die nooit geweest is - waarin de moraal nog in hoog aanzien stond. In een periode dat het gezag van politici tot een historisch dieptepunt is gedaald, is het natuurlijk ondenkbaar dat ze zich ook maar op enige morele autoriteit zouden kunnen beroepen. Het is alsof ze dat zelf ook inzien - vandaar dat ze zich vaak bedienen van het christelijke idioom.

Maar de grote doorbraken in het denken over morele kwesties zijn niet dankzij de kerken tot stand gebracht. Verre van dat. Thema's als homoseksualiteit en de rol van vrouwen werden hete hangijzers in de kerken toen de maatschappelijke discussie hierover min of meer was afgerond. Het lijkt dan ook uitgesloten dat de kerken een voortrekkersrol kunnen vervullen in het morele debat, vooral ook omdat hun achterban almaar kleiner wordt.

Het verlangen naar het herstel van de autoritaire samenleving is het verlangen naar een gesloten, repressieve samenleving. Een droom die weinig kans maakt ooit vervuld te worden, maar desalniettemin minder onschuldig is dan hij lijkt.

Ongeveer 15 procent van de Engelse bevolking bevindt zich in een situatie van derderangs burgers. Ze wonen in verwaarloosde wijken, kunnen hun kinderen niet naar fatsoenlijke scholen sturen, en missen de vereiste vaardigheden om nog enige kans op de arbeidsmarkt te hebben.

Het mag nauwelijks verbazing wekken dat delen van deze onderklasse zich niet meer aangesproken voelen door de regels van deze maatschappij, en zich in toenemende mate aan anti-sociaal en misdadig gedrag schuldig maken. De roep om een terugkeer naar de autoritaire samenleving, toen iedereen nog wist hoe het hoorde, lijkt dan ook bedoeld om deze laag van de bevolking te demoniseren en te marginaliseren en de rest van de burgers in het gareel te houden.

Deze onderklasse is ons grootste maatschappelijke probleem, en alles wijst erop dat het alleen maar erger zal worden, vooral ook omdat de politiek het probleem op geen enkele wijze serieus lijkt te willen aanpakken.

Het mag dan zo zijn dat de samenleving ethischer is dan vroeger, de sociale verbanden zijn door de bank genomen losser geworden als gevolg van de toenemende individualisering. Maar ook deze constatering behoeft nuancering. Inderdaad wordt het steeds minder vanzelfsprekend om een beroep te kunnen doen op je familie, en neemt de betekenis van lokale verenigingen en organisaties steeds verder af, maar tegelijkertijd zien we een explosieve groei van het aantal clubs en netwerken waarin mensen met dezelfde persoonlijke interesse zich verenigen - van vrouwengroepen tot Internet, en van Greenpeace tot aerobicsclubs.

Ook bij alle pessimistische verhalen over de teloorgang van het gezin kunnen kanttekeningen geplaatst worden. Niemand kan ontkennen dat het gezin (in al zijn verschijningsvormen) nog altijd een centrale plaats inneemt in het leven van de meeste mensen, maar wel is het zo dat daarnaast - anders dan in de tijd van onze ouders en grootouders - vrienden, collega's en mensen met wie we een specifieke interesse delen, een steeds belangrijker rol spelen.

Mijn ouders en het merendeel van hun generatiegenoten richtten zich voornamelijk op hun gezin. De nieuwe generatie leeft binnen een veelheid van elkaar deels overlappende sociale netwerken.

Het is een illusie om te denken dat er ooit een terugkeer naar het verleden mogelijk zal zijn. De veranderingen die zich de laatste decennia hebben voorgedaan zijn niet meer terug te draaien, te meer omdat het niet gaat om een ontwikkeling in één richting. Men kan immers niet zonder meer stellen dat zich een verschuiving heeft voorgedaan van het collectieve naar het individuele of van het sociale naar het anti-sociale.

Beleidsmaatregelen, gericht op het vergroten van de gemeenschapszin en de maatschappelijke cohesie, moeten uitgaan van de samenleving zoals ze zich heeft ontwikkeld en moeten niet gebaseerd zijn op nostalgie.

Martin Jacques is oud-hoofdredacteur van Marxism Today en medewerker van The Guardian.

The Guardian/de Volkskrant.

Vertaling: Harrie van der Meulen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden