Van onze correspondent in bar Nederland

Buitenlandse correspondenten in Nederland hebben het niet gemakkelijk. Voorlichters zien hen niet staan en aan de Hollandse botheid is het maar moeilijk wennen.

Met een mengeling van ongeloof en een beetje leedvermaak zijn buitenlandse correspondenten van nabij getuige van het getob van ons, Nederlanders, met onszelf en met onze plaats in de wereld. 'Het is echt niet zo dat de hele natie zich verlustigt aan het Nederlands ongeluk', verzekert correspondent Sabine Vandeputte van de Vlaamse publieke omroep VRT. 'We zijn vooral teleurgesteld', zegt Annette Birschel, sinds midden jaren negentig correspondent voor verschillende Duitse media. 'In onze ogen was alles hier beter. Aan dat beeld waren we gehecht, dus daarover moest ik schrijven. Tot de moord op Pim Fortuyn. Sindsdien zien we Nederland realistischer. Maar Schadenfreude? Nee, dat gevoel komt soms alleen bij het voetbal op.'


Bij de verslaggeving van de Nederlandse realiteit krijgen de buitenlandse correspondenten echter niet altijd de medewerking waarop zij aanspraak menen te mogen maken. De klachten zijn zo talrijk dat de Buitenlandse Persvereniging (BPV) overweegt het probleem - want daarvan zou onderhand echt sprake zijn - aan te kaarten bij... Ja, bij wie eigenlijk? In elk geval niet bij de woordvoerders en de voorlichters van de machthebbers. Want die vormen de kern van het probleem.


'Die voorlichters zijn een nachtmerrie', zegt de Roemeense televisiejournalist Bogdan Tomasenici (31). 'Ze vormen een betonnen muur waar je bijna niet doorheen komt. En ze rekenen het niet tot hun taak om buitenlandse correspondenten te helpen. Ook niet als het om Roemenië gaat. Zo werkt de Amsterdamse politie samen met Roemeense collega's bij de bestrijding van de criminaliteit. In de Nederlandse kranten kon je daar van alles over lezen, maar ik kreeg nog niet eens een verklaring van de woordvoerder van de burgemeester van Amsterdam. En minister Asscher, die toch als een communicatief mens te boek staat, sprak wel met de hele Nederlandse pers over zijn gesprek met zijn Roemeense ambtgenoot, maar ik kreeg hem niet voor de camera. Ik begrijp het principe 'eigen pers eerst'. Maar hier wordt het wel erg rigoureus doorgevoerd.'


'Als buitenlander sta je achteraan in de rij', zegt ook Annette Birschel (53). 'Vanuit Nederlands perspectief is de Amersfoortse Courant belangrijker dan welke Duitse krant ook. Het zal er wel mee te maken hebben dat wij geen kiezers vertegenwoordigen.' Birschel kan er best mee leven dat buitenlandse correspondenten hier geen voorrang krijgen. Ergerlijker is dat de voorlichters vaak hun werk niet doen. 'Als je een citaat in de krant wilt verifiëren, wek je daar verbazing mee. 'Het stond toch in de krant?' zegt zo'n voorlichter dan. Of hij doet wat lacherig over de Duitse Gründlichkeit. Als je snel wilt weten hoeveel moslims in Nederland wonen, hoeveel islamitische scholen hier zijn en hoeveel daarvan ondermaats presteren, krijg je vaak reacties als: 'waarom wilt u dat weten?' Of: 'Dat hebben we natuurlijk niet paraat.' Mijn persoonlijke lievelingsantwoord is: 'Gelooft u nog in de feiten?' Ja, ik geloof nog in de feiten, maar dat wordt soms heel gek gevonden.'


Voor Elsbeth Gugger (55), correspondent van de Zwitserse publieke radio en de zondageditie van de Neue Zürcher Zeitung, is 'hoogheid de voorlichter' eerder een hindernis dan een bron van informatie. Vooral op de Haagse departementen. 'Op gemeentelijk niveau vinden ze Zwitserland nog zo exotisch dat ze alles voor je doen. Maar in Den Haag neemt de dienstbaarheid af naarmate de ministeries groter worden. Het begint al bij de eerste die je aan de telefoon krijgt: 'Gugger? Wat een grappige naam.' De mensen die je vervolgens zouden terugbellen, doen dat niet. Niemand belt terug, werkelijk niemand. En als je tot een voorlichter weet door te dringen, kunnen ze je niet aan de gevraagde informatie helpen en zijn ze vaak ook niet bereid om hun best te doen. Het lijkt wel of ze hun werk verschrikkelijk vinden.'


Sabine Vandeputte (49) brengt de ontoegankelijkheid van informatie niet zozeer in verband met onwil aan de kant van de voorlichters, maar met hun hoge specialisatiegraad. 'Iedere bewindspersoon heeft zoveel voorlichters met een eigen aandachtsgebied, dat je je voortdurend moet afvragen: zit ik wel bij de juiste?'


Aan hun waardering voor het Nederlandse werkterrein doet het ongerief van de voorlichter overigens geen serieuze afbreuk, verzekeren de correspondenten - de een met wat meer overtuiging dan de ander. Voor Vandeputte is de komst naar Nederland - pas een jaar geleden - de bezegeling van een 'liefdesrelatie' die begon toen ze als meisje het buurland bezocht waar ze dezelfde taal spraken - zij het minder welluidend dan thuis - maar waar alles verder zo anders was.


Voor de Zwitserse Elsbeth Gugger blijft de grote attractie van Nederland dat hier geen bergen zijn. En er zijn nog genoeg restanten van de 'open, liberale samenleving' van weleer om een beetje van Nederland te blijven houden. Al krijgt ze zelden meer het 'wauw-gevoel' dat haar 21 jaar geleden doortrok toen ze er in Amsterdam getuige van was dat een politieagent zijn arm over de schouders van een junk legde.


Correspondenten uit landen met een traditie van burgerlijke ongehoorzaamheid prijzen de harmonie tussen burger en overheid waarvan ze in Nederland getuige menen te zijn. Vandeputte: 'De overheid probeert nog altijd de beste vriend van de burger te zijn.' Sonia Johnson (40), correspondent van een aantal Franstalige periodieken: 'De politieke instituties genieten hier altijd nog veel vertrouwen, zeker in vergelijking met Frankrijk. Ik denk dat de ontevredenheid van de burger tot op zekere hoogte een pose is.'


Benjamin Dürr (25), correspondent van Der Spiegel en Spiegel Online, voelt zich behaaglijk bij het ontbreken van een 'bazencultuur'. En er is voor hem altijd wel iets om over te schrijven. Want van Nederland, de hippe buurman die aan ernstig vormverlies lijdt, gaat een niet aflatende fascinatie uit op de Duitsers. Dat vormverlies gaat gepaard met een herwaardering voor Duitsland die hem nogal bevreemdt. 'De Nederlandse identiteitscrisis uit zich in een bijna dweepzieke verering van Duitsland. Daarbij verliezen jullie uit het oog dat veel werknemers bij ons niet meer dan 5 euro per uur verdienen. Dat is pure armoede. Er mag wel weer wat meer balans in de waardering voor Duitsland komen.'


Ooit was dat anders. Maar daarvan heeft Helmut Hetzel (58), die het wel en wee van Nederland al zo'n dertig jaar voor Duitstalige media volgt, persoonlijk nooit iets gemerkt. 'Je wordt toch bejegend zoals je jezelf gedraagt.' Verder is Hetzel getrouwd met een Nederlandse, heet zijn zoon Henk en zijn dochter Marijke. Dat laat onverlet dat het ook hem verraste dat Nederlanders het Oktoberfeest gingen vieren en Duitsland promoveerden tot de favoriete vakantiebestemming. Zelfs als voetbalnatie roept Duitsland hier geen negatieve gevoelens meer op, zo stelde Hetzel vast tijdens het WK van 2010 toen hij in een Scheveningse strandtent naar de wedstrijd Argentinië-Duitsland (0-4) keek. 'Iedereen juichte voor de Duitsers. Vanwege het Nederlandse voetbal dat ze speelden. Dit was nieuw voor me.'


Voor de correspondenten markeren de moorden op Pim Fortuyn (2002) en Theo van Gogh (2004) het begin van de mentale crisis waarmee het land nog steeds worstelt. Hetzel: 'Nederland is vervallen tot een bang, in zichzelf gekeerd land.' Birschel: 'Als Duitse maak ik mij echt zorgen over de verrechtsing in de laatste jaren. In de ogen van veel Duitsers heeft Nederland zich ontwikkeld van een laks paradijs in een soort politiestaat. Dat is natuurlijk nogal overdreven, maar het geeft wel aan hoe groot de behoefte is aan correspondenten die alle ontwikkelingen van de laatste jaren in het juiste perspectief plaatsen'.


Birschel herinnert zich nog goed de verwarring die volgde op de politieke moorden. 'Na de moord op Theo van Gogh kwamen allemaal cameraploegen uit Duitsland in de verwachting dat de boel hier in lichterlaaie stond. 'Waar zijn de rellen?' vroegen ze.' Nog steeds kost het haar en haar collega's enige moeite om het verschijnsel Geert Wilders te duiden, om duidelijk te maken dat populisme en fascisme geen uitwisselbare begrippen zijn en dat Sinterklaas geen 'racistisch kerstfeest' is.


De correspondenten moeten zich een zekere botheid eigen maken om zich te kunnen handhaven in het nogal gure sociale klimaat. Al was het alleen maar om, in de woorden van Vandeputte, het eeuwige 'nee' van voorlichters te kunnen pareren. Toch streeft zij er niet naar om, wat betreft directheid en assertiviteit, een te worden met de Nederlanders.


Paola Testoni (50), correspondent van een aantal Italiaanse periodieken, acht zich daartoe niet eens in staat - zelfs niet na de 25 jaar die ze hier inmiddels, als vrouw van een Nederlandse man, heeft doorgebracht. 'Als ik voor een modereportage in Londen of Parijs ben geweest, moet ik altijd weer aan dit land wennen. Aan het feit dat bijna niemand hier weet hoe je een vork moet vasthouden, aan de shabbiness van de kleren en aan de manier waarop vrouwen op hoog gehakte schoenen lopen. Dat gaat niet, zoals in Italië, van: 'klik, klik, klik' maar van 'bam, bam, bam'. Aardig zijn wordt hier gewantrouwd. Vooral in Amsterdam. 'Niet klagen, maar dragen', is het ethos. Hier heerst een vechtcultuur. De mensen vechten tegen het weer, tegen de natuur en tegen elkaar. Dat begint al op school, waar kinderen elkaar met overgave pesten. Stoerheid heeft hier een positieve annotatie. Ik ben eraan gewend geraakt, maar ik houd er nog steeds niet van.'


Toch wordt de botheid ons vergeven. Volgens Birschel waren we - getuige reisverslagen uit vroegere eeuwen - altijd al bot, en weten we dus niet beter. Vandeputte ziet de botheid, heel welwillend, als een neveneffect van 'efficiënt communiceren'. En Testoni brengt het in verband met het feit dat Nederland een jonge natie is zonder een Romeins verleden of een hofcultuur. 'Nederlanders gedragen zich als de lagere klassen in Italië.' Er is dus nog hoop: met een beetje geluk kunnen we ons de komende eeuwen verheffen.


LUBBERS 'HET SCHOOTHONDJE VAN THATCHER'

Op de avond van de dag dat de Muur viel, 9 november 1989, verbeet Helmut Hetzel zich op het verjaardagsfeest van zijn (Nederlandse) schoonvader. 'Mijn schoonfamilie, hoe dierbaar ze mij ook is, was zich niet bewust van het belang van de gebeurtenissen in Berlijn. Maar ik dacht voortdurend: ik moet daarnaartoe. Ik heb er nog steeds spijt van dat ik het niet heb gedaan.'


Voor de politieke loopbaan van toenmalig minister-president Ruud Lubbers had de val van de Muur fatale gevolgen. 'Samen met Margaret Thatcher heeft hij actief tegen de Duitse hereniging geopponeerd. Hij heeft dat altijd ontkend, maar neem van mij aan: Lubbers was tegen de Duitse hereniging. Helmut Kohl (de bondskanselier van dat moment, red.) was daar laaiend over. Van Thatcher kon hij nog begrijpen dat ze aarzelingen had bij de Duitse hereniging, maar Lubbers moest beter weten. En Kohl zei: zolang ik kanselier ben, krijgt Lubbers geen enkel internationaal ambt. Welnu: die aanzegging heeft Kohl gestand gedaan.


'Ik wil Lubbers er niet van betichten dat hij anti-Duits was. Maar hij was het schoothondje van Thatcher. Hij was te sterk op Groot-Brittannië georiënteerd. Dat bleek ook een paar jaar later, toen hij Jacques Delors als voorzitter van de Europese Commissie wilde opvolgen. Ik had toen een interview met mij en een collega van Le Monde gearrangeerd. Maar wat deed Lubbers? Hij ging naar Londen om zich door de Financial Times te laten interviewen.'


BUITENLANDSE PERSVERENIGING

De Buitenlandse Persvereniging (BPV) is opgericht in 1925 en telt negentig leden van dertig nationaliteiten. Het oudste lid is overigens een Nederlander: de 90-jarige Friso Endt, die in de jaren vijftig als redacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant een grote rol speelde bij de verslaggeving over de Greet Hofmans-affaire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden